Meisje van vijf verdrinkt in Sloterplas en Famme’s Patricia is er op dat moment ook

Gisteravond verdronk een meisje van vijf jaar oud in de Amsterdamse Sloterplas. Famme’s Patricia was daar op dat moment ook. ‘Ik krijg het beeld van die brandweermannen, wadend door het water, niet uit mijn hoofd. Ik kan ook niet stoppen met denken aan de ouders van dat meisje.’

Festival

‘Weet je’, zeg ik tegen een vriendin, ‘er zijn momenten dat ik het soms zo intens vind met haar en die driftbuien, dat ik blij ben als ik naar mijn werk kan.’ We zijn op een klein festival bij ons in de buurt, aan de Sloterplas in Amsterdam Nieuw-West. Er is lekker eten, muziek en een springkussen. Kinderen rennen heen en weer tussen ouders die met een biertje in hun hand staan te kletsen. Hun haren nog nat van het zwemmen in de Sloterplas. Het is zomer in Nieuw-West. Lóa zwaait naar me vanaf het springkussen. Ik zwaai terug. Ze rent naar me toe, klimt op mijn schoot en geeft me een kusje. Alsof ze aanvoelt wat ik net zei.

Foute boel

In de verte klinkt het geluid van een brandweerauto die met loeiende sirenes onze kant op komt. Hij stopt vlak achter het springkussen. Ik wijs en zeg nog tegen Lóa: ‘Kijk, een brandweerauto!’ ‘Zou er een barbecue in de fik staan?’ vraagt de vriendin. Er komt een ambulance aanscheuren, en een politieauto. Mijn vriend Rick schudt zijn hoofd en kijkt naar de plas, zo van: dit is foute boel. Er komt nog een brandweerauto, en nog een. Sirenes die loeien. Weer een ambulance. Agenten en brandweermannen rennen naar het strand, dat een eindje verderop ligt. We kijken elkaar aan. Niemand durft het uit te spreken, die nachtmerrie van elke ouder: het zal toch geen kind zijn dat….?

Ik til Lóa op en knik naar Rick dat ik wil gaan, weg hier

De sfeer slaat om. Ouders roepen hun kinderen. Een vader kijkt me aan en zegt: ‘Jezus mina, wat gebeurt er allemaal?’ Zijn ogen zoeken zijn eigen kinderen die ergens op het springkussen zijn. Hij roept ze, slaat zijn armen om twee blonde jongetjes. ‘Heb je al je kinderen?’ vraag ik. Hij knikt. ‘Houd ze maar goed vast’ zeg ik, al klinkt dat ineens zo stom. Ik til Lóa op en knik naar Rick dat ik wil gaan. Het voelt onheilspellend hier. ‘Laten we hopen dat het toch een barbecue is’, zegt de vriendin opnieuw als ik haar gedag kus.

De plas is stil en donker

Onze fietsen staan bij het strandje dat nu vol met mensen staat. Politieagenten drijven iedereen weg bij het water. Ik wurm me door de massa heen. Iedereen kijkt naar de plas. Ik kijk ook. Ik zie een sliert brandweermannen hand in hand door het water lopen. Ook burgers lopen mee. Sommigen zitten op een bootje. Ze zoeken iets. Laat het in godsnaam geen kind zijn. Geen kind. Ik druk Lóa hard tegen me aan. Ik heb je, lieverd. Ik heb je. ‘Kom, we gaan’, zegt Rick. We pakken onze fiets. Ik kijk weer naar het water. Naar de brandweermannen. Naar de plas die stil en donker is. En dan fietsen we naar de overkant van het water, naar ons huis. Geen kind, alsjeblieft. Geen kind.

‘Ze hebben iets gevonden’, zeg ik tegen Rick. Hij kijkt niet

Op het punt dat je vanaf onze kant van de plas het strandje van een afstandje kunt zien, kijk ik nog één keer. Ik zie een groepje mensen in een grote kring staan. We zijn te ver weg om te zien wat er precies aan de hand is. ‘Ze hebben iets gevonden’, zeg ik tegen Rick. Hij kijkt niet. Thuis check ik de site van AT5. ‘Meisje (5) vermist bij de Sloterplas.’ Ze droeg een roze zwembroekje, had donker haar en twee staartjes. Ze is gevonden, medisch personeel heeft haar gereanimeerd en ze is overgebracht naar het ziekenhuis. Verdomme. Dus toch. Maar misschien loopt het goed af. Het kan nog. Het kan.

Gek van verdriet

En dan ineens is er het bericht dat het meisje is overleden. Het bloed suist door mijn hoofd. Wat erg dit. Wat erg. Ik denk aan haar ouders. Een vader en een moeder in het ziekenhuis, nog geen honderd meter hier vandaan. Een vader en een moeder die gek worden van verdriet. Een vader en een moeder die geen kind meer hebben.

Ik krul me op

Ik krijg het beeld van die brandweermannen, wadend door het water, die avond niet uit mijn hoofd. Ik kan ook niet stoppen met denken aan de ouders van dat meisje. Waar zijn ze nu? Hoe zijn ze eraan toe? En dan is er dat gevoel dat ik heel dicht bij Lóa wil zijn. Voor ik ga slapen, loop ik naar haar slaapkamer en duw de deur zachtjes open. Voorzichtig krul ik me op en ga naast haar liggen in dat kleine bedje.

Ik ben ineens zo dankbaar voor elke driftbui. Voor al die momenten dat het even zwaar is. Voor elke dag die ik met haar doorbreng. Voor elke ochtend dat ze ons wakker maakt. Ik sla mijn armen om haar kleine lijfje.
Ik heb je, lieve schat.
Ik heb je.

Naschrift
Het meisje dat verdronken is, heet Kalaine en is Braziliaans. Dat is vandaag bekend gemaakt. Had haar dood misschien voorkomen kunnen worden? De Reddingsbrigade oppert voorzichtig van wel, al kun je dat nooit met zekerheid zeggen. Die had bij het stadsdeel aangeboden om strandwachten te laten surveilleren. Dit voorjaar investeerde het stadsdeel 2,5 miljoen euro om het strand groter te maken. Daardoor nam de drukte enorm toe, maar de strandwachten, die kwamen er niet, schrijft Hart van Nederland op haar website.

LEES OOK: dit is een waarschuwing voor alle meisjesmoeders (of jongetjes met lang haar) als je deze zomer naar een (oud) zwembad gaat, zeker op vakantie!

Reageer op artikel:
Meisje van vijf verdrinkt in Sloterplas en Famme’s Patricia is er op dat moment ook
Sluiten