Aan alle moeders van drukke kinderen: het spijt me dat ik je veroordeelde

Kids

Karen Johnson ergerde zich altijd groen en geel aan ouders die hun drukke kind niet onder controle hadden. Tót ze zelf zo’n druktemaker kreeg.

Borstvoeding

Toen haar eerstgeborene een peuter was en ze in verwachting was van haar tweede kind, ging het moederschap Karen voor de wind. Ze was alleen teleurgesteld omdat borstvoeding geven niet lukte, maar verder liep het van een leien dakje. ‘Het gedrag van mijn peuter had ik onder controle. Hij zat bij anderen thuis in een hoekje een boek te lezen. Stapelde blokken. Speelde stilletjes en kalm met speelgoedtreintjes. Het kwam nooit in hem op om op een meubelstuk te klimmen en eraf te springen of speelgoed door de kamer te smijten’, schrijft Karen.

Discipline

Ze snapte dan ook niks van ouders wiens kinderen dat wel deden. ‘Hoe moeilijk is het om je kind een beetje discipline bij te brengen? Waarom laat je hem zichzelf van de bank katapulteren of het kleine meisje struikelen dat met haar poppen aan het spelen is? Wat was er mis met die kinderen? Wat was er mis met de moeders van die kinderen?’

Karens dochter kwam ter wereld en bleek al net zo’n engeltje als haar oudste. Maar alsof het universum haar een lesje wilde leren, werd ze onverwachts zwanger van de derde. En die was in niets hetzelfde als zijn ouder broer en zus.

‘Tegen de tijd dat hij kon lopen, heb ik het geweten. Toen ik hem probeerde voor te lezen en hij het boek naar mijn hoofd smeet, heb ik het geweten. Toen ik hem betrapte terwijl hij de ene stoel op de andere stoel zette om bij de koekjestrommel te kunnen, heb ik het geweten. Karma sloeg me terug.

Verontschuldiging

Dus hier is mijn verontschuldiging aan alle moeders met kinderen die de maatschappij bestempeld als ‘ongetemd’. Ik weet nu hoe het is om een kind te hebben dat zijn ledematen niet onder controle heeft. Of zijn volume. Ik weet hoe het is om een veroordelende blik te vangen van Nancy in de supermarkt omdat mijn kind uit het wagentje klimt en blikken bonen omver keilt.

Omdat ik zijn moeder ben, heb ik geleerd dat hij geen slecht kind is. Als hij je slaat met zijn zwaard doet hij dat niet om iemand pijn te doen. Het is zijn manier van zeggen: speel met me. Als hij voorkruipt in de rij en een cupcake pakt doet hij dat niet omdat hij vindt dat het andere kind geen cupcake verdient. Hij zag gewoon een kans en pakte die. Waarschijnlijk grijpt hij toch twee cupcakes en geeft hij de ene aan de ander.

Op het hoogste volume

Mijn derde kind heeft alles veranderd in de manier waarop ik opvoed. Als we nu plannen maken, denken we aan de omgeving. Kan hij rondrennen? Luid zijn? Als dat niet kan, gaat het niet werken – en dat is prima. Hij heeft nog een heel leef om rustig en stil te leren zijn. Nu spendeert hij zijn dagen door een fort te bouwen op de bank, van dingen af te springen en het leven te leven op het hoogste volume. En mama krijgt er in de tussentijd een paar grijze haren bij.’