5 x mythes over bedplassen die voor áltijd de wereld uit moeten

Kids

Omdat bedplassen nog weleens als een taboe wordt gezien, gaat er behoorlijk wat verkeerde informatie de ronde. Op zich is het logisch dat je niet aan iedereen kwijt wil dat je kind (nog) in zijn bed plast, maar het zou je er niet van moeten weerhouden om naar een dokter te gaan.

Déze vijf mythen over bedplassen moeten in ieder geval linea recta de wereld uit. De waarheid over het probleem is namelijk veel minder ernstig.

Mythe 1: ‘Andere kinderen doen dit niet’

Bedplassen is voor kinderen hartstikke vervelend, en de gedachte dat zij de enige zijn met dit probleem maakt het nog heel veel erger. Niets is namelijk minder waar: 20 procent van de 5-jaar oude kinderen plast nog in bed, en met ieder jaar dat verstrijkt stopt maar 15 procent van die groep. Het bedplassen wordt door artsen gezien als een normaal onderdeel van de ontwikkeling, tot kinderen een jaar of 7 zijn. Een behandeling is op z’n vroegst vaak mogelijk vanaf 6 (soms 5) jaar. Tijd is in dit geval vaak het beste medicijn, maar het verschilt voor ieder kind enorm wanneer het probleem zich niet meer voor zal doen. Mocht het bedplassen écht niet minder lijken te worden naarmate de tijd verstrijkt, ga dan naar een dokter. En stel je kind vooral gerust, hij is níet de enige.

Mythe 2: ‘Kinderen die in bed plassen zijn gewoon te lui om op te staan’

Ehm, nee. Kinderen die in bed plassen schamen zich hier vaak enorm voor en willen er juist álles aan doen om het te stoppen. En ja, dit geldt ook voor de kinderen die alleen af en toe een ongelukje hebben. Als je weer eens een zeiknat bed aantreft en je kan die geërgerde zucht niet onderdrukken, knuffel je kind dan zo snel mogelijk, want hij is net zo verdrietig als jij. Nooit straffen voor bedplassen. We herhalen: nóóit.

LEES OOK: 6 manieren waarop je een kind dat in bed plast kan helpen

Mythe 3: ‘Bedplassers hebben een zwakke blaas’

Kinderen met dit probleem hebben vaak een kleinere blaas dan hun leeftijdsgenoten, maar zéker geen zwakkere. Het probleem zit ‘m vooral in hoe diep ze slapen. Bedplassers worden vaak heel moeilijk wakker en vallen gedurende de nacht in een steeds diepere slaap. Het kan helpen om je kind ‘s nachts wakker te maken om hem even te laten plassen, of een sensor in hun ondergoed te stoppen die gaat trillen of geluid maakt bij de eerste druppel urine. Er zijn meerdere strategieën die je kind kunnen helpen droog de nacht door te komen, maar ze werken nooit gegarandeerd.

Mythe 4: ‘Bedplassen is een gedragsprobleem en niet medisch’

Wrong. Het bedplassen kan een symptoom zijn van een hele hoop gezondheidsproblemen, waaronder urineweginfecties, nierziekten en het endocriene systeem, die de urineproductie verhogen. Zodra je het probleem bij je kinderarts voorlegt zal de urine van je kind onderzocht worden op deze aandoeningen.
Het bedplassen kan ook worden veroorzaakt door bepaalde lichamelijke problemen rondom de blaas of constipatie. Kortom: het probleem kan zeker een medische achtergrond hebben en is in ieder geval géén gedragsprobleem.

Mythe 5: ‘Ik moet NU van dit probleem af!’

Tot je kind minstens zes jaar oud is, is het alleen jouw taak om hem te troosten wanneer het gebeurt, hem te vertellen dat het hartstikke normaal is en dat hij eroverheen zal groeien. Houdt het bedplassen aan na deze leeftijd? Dan neem je ‘m mee naar de kinderarts en ga je op zoek naar andere oplossingen. Kijk bijvoorbeeld geod naar je routine (geen cafeïne meer na 4 uur ‘s middags, na een uur of 6/7 nauwelijks meer drinken, sowieso plassen voor het slapengaan, ‘s nachts een plaspauze inlassen of een bedplas-wekker, etc.). In de tussentijd: hou je hoofd omhoog en probeer je niet teveel zorgen te maken. En oja, een waterproef hoes voor om het matras of iets dergelijks is ook wel handig.

Parents.com