Waarom ik nog steeds m’n rijbewijs niet heb (en dat me niks kan schelen)

Neehee, ik vind het niet eng

Persoonlijk

Op een bepaalde leeftijd merkte ik dat ik het onderwerp ‘rijbewijs’ begon te vermijden als de pest. Niet in de minste plaats omdat je toch een beetje wordt aangekeken alsof je melaats bent wanneer je tussen neus en lippen door mompelt dat je geen rijbewijs hebt. Dat toegeven voelt als een enkeltje richting losertown. En dat is eigenlijk raar, want zelf ben ik nog nooit een minuut slaap verloren om het feit dat ik dat roze papiertje nog niet heb.

Uit de provincie

Als je net als ik uit de provincie komt, is op je achttiende je rijbewijs halen net zo’n uitgemaakte zaak als dat je na je eindexamens de schuimparty’s op Chersonissos afloopt en in de weekenden ergens in een keet comazuipt. Net als het feit dat je in de provincie nooit Tinder nodig hebt want je krijgt op een gegeven moment gewoon vaste verkeer met een leeftijdsgenoot die op dat moment toevallig ook single en niet compleet afstotelijk is. Zie je, ik doe het weer: afdwalen. Want er is op iedere kringverjaardag wel iemand die bijkans een beroerte krijgt als ik toegeef dat ik niet kan autorijden.

Zuchtende rijschoolhouder

Of nou ja, niet kan, niet kán… op een paar keer joyriden met m’n vader na (nog zoiets wat je gewoon doet in de provincie) heb ik nog nooit echt een serieuze poging tot autorijden ondernomen. Dus weet ik veel, misschien schuilt in mij wel een Max Verstappen screamin’ to get out. Kan ‘ie lang schreeuwen, want ik word al chagrijnig van de gedachte dat ik mijn vrije uren moet doorbrengen in een lesauto. Zie mezelf al zitten naast zo’n zuchtende rijschoolhouder die dan voor de dertigste keer moet uitleggen dat rechts niet links is. En dan heb ik het nog niet eens gehad over het theorie-examen. Moet je weken met je neus in zo’n tergend saai theorieboek alle verkeersborden uit je hoofd leren om vervolgens in een tl-verlicht lokaaltje tussen de 18-jarigen zo’n examen te maken. Werkelijk waar, de treurnis.

Betoog

Voor iedereen die toch een dappere poging onderneemt me het nut van een rijbewijs te doen inzien, heb ik een standaard betoog paraat waarin ik uiteenzet waarom een rijbewijs in mijn geval net zo praktisch is als een baviaan op een ligfiets. Dat komt op ongeveer het volgende neer:

  1. Ik woon in de binnenstad van Utrecht. Iedereen die wel eens in de binnenstand van Utrecht is geweest, weet dat daar kosten noch moeite gespaard worden het leven van iedere autobezitter zuur te maken.
  2. Ik werk in hartje Amsterdam. Nou twijfel ik natuurlijk totaal niet aan m’n fileparkeerkunsten, maar ieder risico een auto zo de gracht in te manoeuvreren, ga ik met liefde uit de weg. Bovendien, daar een parkeerplek zoeken: HOE DAN.
  3. Het kost klauwen met geld.
  4. Het kost zeeën van tijd.
  5. Ik ben sneller met de trein.
  6. Uber.
  7. Van een auto word je dik.
  8. Als ik m’n rijbewijs haal wil ik ook meteen een auto en ik krijg voorlopig geen parkeervergunning want: zie punt 1.
  9. Ik ben nooit de Bob.

Onhandig

Meestal is m’n gesprekspartner afgedropen tegen de tijd dat ik bij punt vijf ben aangekomen. Dan ben ik weer heel even tevreden met mezelf om meteen daarna te beseffen dat het er toch een keer van moet komen. Want wat als ik ooit kinderen krijg? Of als er iets met m’n ouders gebeurt en ze niet meer zelf kunnen rijden? Dan kan ik met m’n waffel wel weer van wal steken over taxi’s, maar tamelijk onhandig wordt het dan allemaal wel.

Daarom moet 2018 dan misschien toch maar het jaar worden waarin ik m’n rijbewijs haal. Als jullie nog een rijinstructeur kennen met een voorliefde voor nineties R&B en carpool karaoke: laat het me weten. Wordt het misschien toch nog leuk. Wie doet er mee?

Vind je autorijden de hel? Dan heb je misschien net als Famme’s Anne autorijddyslexie.