Onderzoek bewijst: ‘Mannen kunnen maar één ding tegelijk doen’

Persoonlijk

We vermoedden het al langer, maar het is nu toch echt bewezen: mannen zijn niet in staat meer dan één ding tegelijk te doen. Onderzoek van de Amerikaanse universiteit van Berkeley bewijst dat mannen een bepaald stofje in hun hersenen missen dat nodig is om het brein en vizier op meer dan één aandachtspunt te vestigen.

Bij maar liefst 96,5 procent van de onderzochte mannen bleek het stofje ‘multikolussus’ niet terug te vinden in hun hersenen, zelfs niet onder een microscoop met een lens die tot 1,7 miljoen keer vergrootte. Onvindbaar. Verschwunden. ‘Als het er al ooit gezeten heeft,’ voegen de onderzoekers daar met klem aan toe.

De resterende 3,5 procent van de mannen waren niet op tijd aanwezig om dit testonderdeel mee te doen, omdat ze op het afgesproken moment bezig waren met iets anders of de afspraak vergeten waren (doordat ze met iets anders bezig waren).

Experiment

Tijdens het experiment werden 2.500 mannen in de leeftijd van 25 en 65 jaar voor een periode van vijf jaar geobserveerd. Gedurende die periode werd de mannen door een ander gezinslid – meestal hun vrouw of levenspartner – elke maand bij drie aparte gelegenheden gevraagd een bepaalde taak op zich te nemen, die uit meer dan één opdracht bestond. Opdrachten varieerden in inhoud en moeilijkheidsgraad, maar hadden doorgaans betrekking op een combinatie van huishoudelijke en logistieke zaken, zoals in onderstaande voorbeelden A en B.

Onderzoeksvragen

Voorbeeldopdracht A

‘Kun je na je werk 1) de kinderen ophalen van school en 2) nog even langs de Albert Heijn om melk, appels en schuursponsjes te halen?’

Voorbeeldopdracht B

‘Kun je vandaag asjeblieft 1) laten weten of je op tijd thuis bent voor het eten en 2) je moeder terugbellen, die heeft namelijk al een paar keer gebeld?’

Schokkende resultaten

Bij voorbeeld A was het resultaat confronterend: maar liefst 53 procent van de mannen kwam thuis mét melk, appels en afwasmiddel (?), maar zonder kinderen. Een kwart van de mannen (25%) kwam thuis mét kinderen, die hij onderweg naar huis vroeg of ze toevallig hun appels die dag niet opgegeten hadden en zo ja, of ze die dan nog even kon bewaren omdat ‘mama die ergens voor nodig schijnt te hebben’. Een luttele 15 procent van de mannen haalde de kinderen op van school en reed vervolgens naar Dirk van den Broek om vanuit daar moeders te vrouw te bellen met de vraag waar in godesnaam de stofzuigerzakken (?) liggen. De resterende 7 procent kwam überhaupt niet thuis en al helemaal niet met kinderen en/of boodschappen, want ze verkeerden in de veronderstelling ‘dat ze toch gezegd hadden dat ze een etentje met het voetbalteam hadden?’

‘Compleet niet van bewust’

Experiment B leidde eveneens tot schokkende resultaten. Van de 2500 mannen stuurde maar liefst 95 procent na 19.30u een bericht met daarin de mededeling ‘dat ze graag nog een vorkje meeprikken’. Dat de meeste van hun gezinnen tegen die tijd al lang en breed klaar waren met eten, waren de heren in kwestie ‘zich compleet niet van bewust’, leerde navraag. Plus: tot op de dag van vandaag is geen enkele van de moeders (0%) in kwestie teruggebeld.

Geen excuus

Volgens de onderzoekers zijn de conclusies naast zorgwekkend en schokkend, allesbehalve onverwacht. ‘Eigenlijk is dit louter een bevestiging van wat we al eeuwenlang dachten, maar nu hebben we ook het neurologische bewijs,’ aldus onderzoeker Ben Dover. Of dit een excuusbrief is voor mannen om vanaf nu nooit meer op de vingers getikt te worden als ze iets vergeten? ‘Allerminst,’ vindt Keith. ‘Beter is het om vrouwen te vragen nóg explicieter en duidelijker te zijn in hun instructies. En vergeet vooral de kracht van de herhaling niet! Elk uur een uitgespelde reminder per whatsapp sturen – liefst in blokletters en met heel veel uitroeptekens – is de meest effectieve remedie.’

In dezelfde categorie: onderzoek bewijst dat kinderen 800% vervelender worden als hun moeder in de kamer is.