Onderzoek: veel ouders kunnen aan hun eigen kind niet zien dat het liegt

Kids

Als moeder (en vader) denk je vaak meteen aan te voelen of je kind wel of niet liegt. Je bent tenslotte hun ouder. En vooral moeders hebben een soort oerinstinct. Plus die gezichtjes hebben hun pokerface nog niet onder controle. Toch? Maar gaat die regel wel op? Uit onderzoek blijkt namelijk dat het helemaal niet zo makkelijk is om te zien of een kind aan het liegen is of de waarheid spreekt.

Dat volwassenen nog wel eens een leugen vertellen (of het nou om bestwil is of niet) weten we allemaal. Maar, ook kinderen kunnen er wat van. Onderzoek van de Universiteit van Californië toont aan dat kinderen al starten met het gebruiken van bewuste misleiding als ze drie jaar oud zijn. Come again? Drie jaar? Ja, zo vroeg begint het spel der leugens dus al. De hamvraag is: hebben ouders dit door? En dan hebben we het natuurlijk wel over iets geavanceerdere leugentje dan het overduidelijke: ‘mama, ik heb écht geen koekje gepakt.’

Hoe denken we te zien dat iemand aan het liegen is?

Volgens de Canadese psycholoog Romeo Vitelli letten mensen over het algemeen op de volgende signalen wanneer ze kijken of iemand liegt of niet: het onvermogen om de ander in de ogen te kijken, friemelen, nervositeit, moeilijkheden met spreken en gezichtsuitdrukkingen die angst weerspiegelen. Of het ook echt zin heeft, dat valt te betwijfelen. Herkennen dat een kind liegt (of de waarheid ontwijkt) blijkt zo makkelijk nog niet. Zélfs voor mensen met een beroepsopleiding, zoals leerkrachten en psychologen, stelt Vitelli.

Tijd om te experimenteren

Eerder genoemd onderzoek – gepubliceerd in het tijdschrift Law and Human Behavior – laat zien hoe effectief volwassenen zijn in het detecteren van liegen bij kinderen. De onderzoekers combineerden de data van 45 experimenten, waaraan in totaal bijna 8000 volwassenen en 2000 kinderen deelnamen. Videobeelden werden opgenomen van gesprekken waarin kinderen een valse óf oprechte verklaring gaven. Het was vervolgens aan de ‘beoordelaars’ om te beslissen of het kind wel of niet de waarheid sprak.

Drie soorten leugens

De aard van de leugen verschilde tussen de experimenten. Kort uitgelegd: kinderen kregen één van de drie categorieën toegewezen. In de eerste categorie werden kinderen getraind om te liegen. Volwassenen gaven de kinderen een compleet verhaal, dat zij vervolgens als waarheid moesten melden. Ook in de tweede categorie werden kinderen getraind om te liegen. Volwassenen gaven in dit geval geen compleet verhaal, maar boden de kinderen een aantal gegevens om het verhaal geloofwaardig te maken. In de derde categorie werden kinderen niet getraind, maar werd er gekeken of kinderen logen over een specifieke gebeurtenis, die op film was vastgelegd.

Dit zeggen de resultaten

De resultaten van de experimenten bevestigen maar weer hoe moeilijk het is om te zien of een kind liegt. In 54 procent van de gevallen hadden de ‘beoordeelaars’ het bij het juiste eind. Dat is dus nét iets meer dan wanneer je een pure gok zou wagen. Het is tenslotte een 50/50 kans.

Een andere interessante uitkomst is dat er geen duidelijk verschil zichtbaar was tussen de aard van de leugens. Volwassen hadden het niet vaker correct wanneer een kind getraind was om te liegen, dan wanneer het kind spontaan een leugen uit zijn mouw had geschud. En hoewel professionals (zoals leerkrachten en psychologen) het iets beter deden dan ongetrainde volwassenen, was dit verschil niet groot.

Dus?

Wat we kunnen concluderen: kinderen zijn niet te vertrouwen. Há, grapje natuurlijk. Het blijkt alleen best een beetje moeilijk om te beoordelen of ze liegen of niet. Tenzij.. zie ik daar nou wat koekkruimels aan dat lieve snoetje zitten? Busted!

Psychology Today