10 x wat je kan leren van een uitdagende (lees: onhebbelijke) peuter

Redactie 22 jan 2018 Kids

Peuters zijn leuk! Peuters zijn grappig! Peuters zijn volop de wereld aan het ontdekken: geweldig om te zien hoe ze alles in ze opnemen. Tot zover de sociaal wenselijke observaties van peuters die óók waar zijn. Maar laat je niks wijsmaken: dat is slechts een klein deel van de tijd zo.

Afgelopen weekend was het weer zo ver. Met dank aan een nachtje te weinig slaap (oke, omdat we zo gezellig bij de buren zaten te borrelen en ze toch zo leuk aan het spelen was met de buurmeisjes) hadden wij gisteren een onvervalste mevrouw-is-niet-te-genieten-dag. En godallemachtig, wat duurt zo’n dag dan lang.

Tussen de irritaties over de non-stop nééhéééés en de aanhoudende jengel- en drambuien door, realiseer ik me ook dat je op zo’n dag ongenadig veel leert. Over jezelf én over je peuter. Te weten:

1. Dat een op hol geslagen peuter écht het bloed onder je nagels vandaan kan halen

Oké, ik geef toe, dat wist ik eigenlijk al.

2. Dat het zelfs op een anderhalve meter afstand mogelijk is je chocolademelkhanden aan mama’s broek af te vegen

En dat wist ik dan nog net weer niet.

3. Dat peuters écht geen enkel besef hebben van redelijkheid

Waarbij ik het vooral irritant vind dat je ze dat schijnbaar niet mag aanrekenen. ‘Nee, ik wil geen boterham met kaas’. Oké, is goed. Waarom ben je dan nu zo ontzettend boos? ‘Omdat ik honger heb en van jou geen boterham mag.’ Snap jij het, snap ik het.

4. Dat bekenden tegenkomen als je dochter nicht zum haben is, arelaxt is

Natuurlijk hebben ze zelf ook kinderen en ook die kinderen waren ooit peuters – of zijn het nog steeds – maar zelfs met dat besef, baal ik er nog steeds van dat mijn kind op zo’n dag niet eens in staat is tot de minste sociaal geaccepteerde omgangsvormen. ‘Schatje, kun je misschien even normaal hallo zeggen?’ (nee). ‘Een high five dan, op je allerhardst?’ (nee). ‘Liefje, kun je misschien proberen de komende vijftien minuten niet de hele tent bij elkaar te schreeuwen omdat iets je niet zint?’ (ook nee).

Lees ook: 12 tips om de peuterpubertijd enigszins ongeschonden door te komen

5. Dat een dag – zeker in het weekend – heel erg lang duurt

Heel. Erg. Lang.

6. Dat ik wel degelijk kan uitschakelen

Op een zeker moment belandden we in de speeltuin. We noemen het ook wel: de gouden greep. Met dank aan een step en een fietsbaan aldaar, was mevrouw eindelijk tevreden. En zoemde ik compleet uit. Zodanig dat het vijf minuten duurde (wat in deze context heel lang is) voordat ik mevrouw hoorde brullen omdat ze gevallen was (geen paniek, niets ernstigs).

7. En dat al die sessies mindfulness dus schijnbaar niet helemaal zinloos waren

Toch fijn om te weten.

8. Maar dat ik de rest van de niet-mindfulle tijd gewoon opgefokt en geïrriteerd ben

Voor de goede orde: dat komt netto neer op zo’n 87,9 procent van de tijd.

9. Dat ik heel hard kan rennen als ik opgefokt ben

Omdat dat helaas nogal onpraktisch is om te doen als ze nog wakker is, testte ik dat zodra mevrouw in slaap gevallen was, even uit. En ik kan dus, als ik opgefokt ben, echt heel erg hard rennen.

10. En vooral dat peuters ongenadig lief zijn als ze slapen

Toen zij eenmaal in diepe slaap en ik uitgerend was, liep ik nog een keer haar kamer in. Ik keek naar dat lieve, slapende hoofdje en toen wist ik weer hoe ongenadig veel ik van haar hou. En uiteindelijk is dat toch wel het mooiste leermoment na zo’n ontzettende schijtdag.

Reageer op artikel:
10 x wat je kan leren van een uitdagende (lees: onhebbelijke) peuter
Sluiten