5 x dingen die overbezorgde ouders ‘verkeerd’ doen

Uit angst dat onze bloedjes iets tegenzit of overkomt, draaien sommige ouders een tikkie door

We weten dat we kinderen lekker moeten laten ravotten en vooral niet te angstig moeten doen als ze weer eens in een boom klimmen. Een schaar mag af en toe best in de buurt van een kleuter liggen zonder dat het meteen een bloedbad wordt, ook dat is een gegeven. Maar de inmenging van overbezorgde ouders anno 2017 gaat soms iets verder. Met al die goede bedoelingen maken ze pardoes de onafhankelijkheid van onze kinderen kapot.

De crux zit hem nou net in die goede bedoelingen, want overbezorgde ouders zullen vaak zichzelf niet als zodanig (h)erkennen. Eigenlijk is de term ook wat ongelukkig, want feitelijk is bezorgdheid prima (en instinctief), de moeilijkheid begint bij het precedent ‘over’. Het Amerikaanse tijdschrift The Atlantic noemt een handjevol dingen die overbezorgde ouders doen, waarmee ze op termijn de onafhankelijkheid van hun kinderen teniet doen. Nogmaals: dat doen ze met de beste bedoelingen, liefde en aandacht, dus het is niet zozeer een verwijt. Wat het wél is, is een waarschuwing om er bewust van te zijn, een en ander wat te doseren of toch liever niet meer te doen.

1. Je kind voor allerlei gevaren behoeden

Kinderen zijn van nature eerder risicozoekend dan risicomijdend aangelegd. Kijk maar naar kleine kinderen: die zien feitelijk nergens gevaar in. De evolutie naar risicomijdend vindt vaak plaats door ouders die ze op allerlei risico’s wijzen en ze instinctief voor veel ervan willen behoeden. Onaardig gezegd: overbezorgde ouders maken vaak kleine bangepoeperds van hun kinderen. Aardiger gezegd: het is uiteraard goed om je kinderen op gevaren te wijzen, maar ze juist af en toe blootstellen aan bepaalde risico’s en (kleine) gevaren helpt ze juist om in hun latere leven grotere gevaren te herkennen en dus te kunnen ontwijken.

2. Dito voor emotionele tegenslagen

We doen het allemaal: (onze) kinderen laten winnen met spelletjes, ze altijd zeggen dat ze iets goed, zo niet perfect, gedaan hebben, etc. Niet doen! Zo werkt het namelijk in het echte leven ook niet: tegenslagen zijn daar onherroepelijk onderdeel van. Beter is het om kinderen af en toe op hun spreekwoordelijke bek te laten gaan en ze niet helemaal af te schermen van teleurstelling en verdriet, zodat ze daar later in het leven ook (beter) tegen bestand zijn.

3. Helpen met huiswerk

Het pijnpunt zit hem in hoeveel er daadwerkelijk ‘geholpen’ wordt. Het taxikofschip uitleggen is goed, Franse woordjes overhoren ook. Het wordt problematisch als jouw hulp dusdanig groot is dat je kind ‘kunstmatig’ een beter cijfer haalt, dat eigenlijk meer op jouw conto dan op het zijne bijgeschreven kan worden. Het resultaat: op de lange termijn snapt ‘ie er zelf alleen maar minder van, en zodra jij stopt met ‘helpen’, kelderen de cijfers in rap tempo.

4. Boterhammen smeren voor tieners

Een vijfjarige laat je niet zelf een broodtrommel vullen, maar een dertienjarige kan prima zelf een paar boterhammen smeren en een appel uit de fruitmand pakken. Het gaat niet zozeer om de handeling van het smeren of pakken, maar het gegeven dat het bij uitstek dit soort ‘handelingen’ zijn die in deze fase van hun leven belangrijke bijdrages leveren aan hun (latere) zelfstandigheid en onafhankelijkheid.

5. Een kind niet genoeg een eigen mening laten ontwikkelen

Elke zin die je begint met ‘ik zou…’ zou je kunnen (moeten) omdraaien naar ‘wat zou jij…?’ Om nog maar te zwijgen over zinnen die beginnen met ‘Je moet’. Natuurlijk weet mama in haar hoofd het beste hoe het moet en ja, ze kent haar kind door en door, maar juist het stimuleren van de eigen gedachtes en mening is essentieel om te groeien.

Over zelfstandigheid gesproken: Zo krijg je een puber zover dat ‘ie wat doet in huis

Meer leuke content? Like ons op Facebook

The Time