Ariëtte had een prenatale depressie: ‘Ik wilde het kind in mijn buik niet’

Persoonlijk

Het taboe rondom postnatale depressies wordt door veel aandacht op social media steeds verder teruggedrongen. Waar minder over bekend is, is een prenatale depressie: gevoelens van depressiviteit tijdens je zwangerschap. Ariëtte (26) ging door zo’n depressie toen ze in verwachting was van haar tweede dochter en deelt haar verhaal met ons.

Ariëtte: ‘Drie jaar geleden raakte ik zwanger van mijn dochter Ashira. Dat was een geschenk uit de hemel, na anderhalf jaar IUI-behandelingen. Tijdens die zwangerschap was ik vaak misselijk en moest ik veel overgeven. Daarnaast had ik ook een hoge bloeddruk. Vervelend, maar ik nam het voor lief. Ik was eindelijk zwanger! Van depressieve gevoelens was totaal geen sprake, ik zat op een grote roze wolk. Daar kwam alleen verandering in toen ik 13 maanden later zwanger bleek van mijn tweede dochter.’

Abortus

‘Aan het begin van die zwangerschap was ik zó ziek. Ik werd met negen weken opgenomen in het ziekenhuis met HG: ernstige zwangerschapsmisselijkheid. Ik was compleet uitgedroogd en werd aan het infuus gelegd, omdat ik zo’n zes keer per uur moest overgeven. Niks hield ik binnen. Maar de echte ellende begon pas toen ik weer naar huis mocht. Ashira was 13 maanden oud en ik was niet eens in staat haar luier te verschonen. Dan viel ik namelijk bijna flauw. Die rotzwangerschap zorgde ervoor dat ik niet voor mijn eigen kind kon zorgen. Vreselijk vond ik dat. Zo erg, dat ik op een gegeven moment om een abortus smeekte.’

Mijn groeiende buik zorgde voor een negatief zelfbeeld

‘Ik wilde niet meer zwanger zijn. Het kindje in mijn buik voelde niet als een kind. Ik beschouwde het als een ‘alien’ dat mijn leven verpestte en mij een slechte moeder voor mijn oudere dochter maakte. Ik wilde er zo snel mogelijk vanaf. Door mijn HG was ik ontzettend zwak. Al die factoren bij elkaar zorgden voor een depressie. Mijn dagen waren zwart, de nachten zwaar. Ik kon amper eten en viel acht kilo af in drie weken. Buiten kwam ik ook niet. Daarnaast bezorgde mijn groeiende buik me een negatief zelfbeeld. Mijn schoonzusje heeft een tijd bij me ingewoond en ik riep vaak tegen haar dat ze mijn kind er met 24 weken uit mochten halen en het in de couveuse mochten leggen. Als ik er maar vanaf zou zijn.’

‘Snijd me maar open’

‘Ik wist wel dat het niet normaal was hoe ik mij voelde, maar ik wist niet van een prenatale depressie. Ik heb in het ziekenhuis vaak aangegeven dat ik mij niet goed voelde, maar door de vaak wisselende verloskundigen ondernam niemand echt actie. Tot aan de 35e week van mijn zwangerschap heb ik geroepen dat ik het kind in mijn buik niet wilde. Ik heb de artsen wel eens gezegd: ‘Snijd me maar open en smijt mijn kind weg’. Op dat moment ging er een belletje rinkelen bij de betreffende verloskundige en zij koppelde me aan crisishulp.’

‘Dat was heel confronterend. Door mijn werk in het ziekenhuis kwam ik vaak in aanraking met crisishulp en ineens stond ik zelf op de patiëntenlijst. Ik kreeg een telefoonnummer dat ik vierentwintig uur per dag kon bellen als ik wilde praten. Die gesprekken deden me niet heel veel, maar daardoor heb ik samen met artsen besloten mijn bevalling te plannen. Met 39 weken werd ik ingeleid, zodat ik me kon voorbereiden op de komst van mijn baby. Een rustgevend handvat. Eindelijk was het eind in zicht.’

Slap en grauw

‘Toen mijn dochter Elynn (nu 1) ter wereld kwam, was alles wat ik voelde opluchting. Mijn buik was leeg, ik was er vanaf. Toen ze mijn dochtertje na de zware bevalling op mijn borst legden, voelde ik niks. Ik herinner me dat ik niet eens naar haar heb gekeken. Achteraf maar beter ook. Door alle complicaties die er bij de bevalling kwamen kijken zag ze grauw. Ze was slap en maakte geen enkel geluid. Binnen vijf minuten stonden er acht artsen in mijn kamer met materiaal voor een beademing. Het boeide me niks. Ik dacht alleen maar ‘neem haar alsjeblieft mee’.

Of ik mijn kind naast me wilde hebben. Ja hoor, zei ik. En ging verder met internetten.

‘Na de bevalling bleek dat er niks met Elynn aan de hand was. Ik weet nog dat de artsen vroegen of ze haar naast mij neer mochten zetten en ik opkeek van mijn telefoon waarop ik zat te internetten. Ik zei alleen maar: ‘o ja hoor, zet maar neer’ en ging verder met mijn telefoon. Ik was zo blij met mijn eerste kind. Ik was er absoluut niet van overtuigd dat mijn tweede net zo leuk ging zijn. Daar kwam gelukkig in de eerste nacht verandering in.’

De knop om

‘Ashira heb ik borstvoeding gegeven, prachtig vond ik dat. Ik besloot Elynn ook met de borst te voeden. In de eerste nacht hebben de artsen me alleen gelaten met Elynn en de borstvoeding volledig aan mij overgelaten. Op het moment dat ik Elynn aanlegde, ging de knop om. Ik realiseerde me dat ik nóg een dochter had, en haar leventje in mijn handen lag. Toen ze begon te drinken kreeg ik het fijne gevoel van het geven van borstvoeding meteen terug. Dat was de trigger die ik nodig had om in te zien dat ik wel degelijk van mijn kind hield. Vanaf toen ging het heel snel de goede kant op met me.’

Als donderslag bij heldere hemel

‘Doordat mijn prenatale depressie pas later werd herkend, kreeg ik ook pas laat de hulp die ik nodig had. Misschien had mijn zwangerschap er anders uitgezien als ik eerder psychische hulp en eventueel medicijnen had gehad. Zo’n depressie overkomt je. Ik ben altijd de vrolijke vrouw geweest (en nog steeds) die happy in het leven stond. Hoe ik mij voelde tijdens de zwangerschap, kwam als een donderslag bij heldere hemel. De hulp die ik heb gehad is goud waard. Ik raad dan ook iedereen aan om die zoveel mogelijk in te schakelen als het nodig is. Dat je je schaamt is logisch, maar helemaal nergens voor nodig.’

OPROEP!

Heb jij ook een mooi, inspirerend, heftig of ontroerend verhaal? Iets dat je met andere vrouwen wil delen? We zijn op zoek naar verhalen van vrouwen, voor vrouwen. Zoals die van Ariëtte. Heb je iets waarover je geïnterviewd wil worden? Dan mag je mailen naar [email protected] en krijg je snel antwoord.