Rogier: ‘De dunne scheidingslijn was voor mijn dochters wat lastiger te vinden’

Persoonlijk

Rogier is vader van twee tienerdochters van 11 en 13 jaar oud, die de helft van de tijd bij hem en zijn vriendin wonen. Balancerend tussen een creatieve dromer en een sociale einzelgänger is hij de eigenaar van een Rotterdams reclamebureau en de tekenaar en schrijver van Lieve Lieverd.

Column: Scheidingslijn

Er loopt een scheidingslijn tussen liegen en de boel een beetje aandikken. Hij is flinterdun en op sommige plekken zo scherp dat je jezelf er aardig mee in de vingers kan snijden. Zeker als je je kinderen wil leren dat van liegen niets goeds komt en ze je even met de neus op zo’n tien jaar aan aangedikte verhalen drukken. Kijk, ik mag dus graag verhalen een beetje opleuken, net iets mooier maken of soms compleet uit mijn duim zuigen. En hier komt dus die dunne scheidingslijn; als het er allemaal even iets te dik bovenop ligt, dan is het dus gewoon grappig en onschuldig. Dan ben je iemand met een grote verbeeldingskracht in plaats van een leugenaar. Alleen die dunne scheidingslijn was blijkbaar voor mijn dochters de afgelopen jaren wat lastiger te vinden.

Het begon allemaal vrij onschuldig, vaak om angsten weg te nemen. Ja natuurlijk blijf ik heel de nacht naast je bedje zitten, ga maar lekker slapen nu. Papa vermaakt zich wel een uurtje of twaalf op dit roze kinderstoeltje. En dan ’s ochtends vertellen wat ik dan wel niet gedaan had allemaal. Dan ontkom je gewoon niet aan een beetje fantaseren. Had ik ’s nachts hun hele kamer groen geschilderd of verstoppertje gespeeld en gewonnen. En dan tegen de ochtend toch de kamer maar weer roze gemaakt. Jammer dat het te donker was om een foto te maken van de groene kamer, dan hadden jullie zelf ook gezien dat roze beter was.

Monster Master

Monsters? Ha, natuurlijk kan ik die aan. Hoe ik dat weet? Omdat ik zo vaak heb gevochten met monsters. Onder het bed, in de kast, die slungelige die om de hoek staan. Monster Master ben ik. Nee, dat deed geen pijn hoor bij ze, niet als je het goed doet. Als je ze op hun neus tikt, dan worden ze weer klein en kan je ze gewoon optillen en buiten zetten. Vinden ze nog leuk ook.

Een enkele keer bleef ik dan net even te lang op de grond liggen, met een kleine stuiptrekking om het helemaal af te maken

En als je dan een huilend meisje op schoot hebt die vraagt of jij ook dood kan gaan, dan heeft ze natuurlijk één van de weinige mensen als vader die nooit dood kan. En in de loop van de jaren ging ‘nooit dood’ via ‘pas dood als ik het zelf wil’ naar ‘pas dood als jullie honderd zijn’. En in dat stadium zitten we trouwens nu nog. Uit eigen ervaring wist ik dat enige mate van geheimhouding gewenst was. Ik wilde niet dat ze in de klas zichzelf voor gek zetten door alles wat hun vader ze wijs maakt schaamteloos te ventileren. Zo bleef ik in de eerste klas braaf volhouden dat het ‘zo rood als een… temeier’ was. Want dat had ik mijn vader vaak genoeg horen zeggen. En niet alleen rood juffrouw, alles is als een temeier: zo scheel, zo heet, zo nat… Arme juffrouw Karremans. Alsnog mijn excuses.

Dus al mijn verhalen werden gezworen geheimen tussen ons drietjes en daarmee kregen ze een heerlijk mysterieuze lading. Zo had ik een knopje in mijn auto waarmee ik de stoplichten op groen kon zetten. Machtig was dat. Ik was één van de weinigen die van het bestaan af wist en dat moesten we zo houden, natuurlijk. Soms moest ik hem iets vaker indrukken, afhankelijk van de timing van de stoplichten, maar het was geloofwaardig. Soms sprong er, ondanks mijn fanatieke drukken, een ander licht eerst op groen. Draaide ik half in paniek mijn hoofd richting achterbank: ‘Die man heeft er ook één. Wie van jullie heeft zijn mond voorbij gepraat?’ Die bekkies… te mooi.

Messias


Maar mijn pièce de résistance was toch wel dat ik kon vliegen. Niet meer zo hoog als vroeger, maar een beetje zweven boven de grond ging nog net. Dan ging ik in een hoek met mijn rug naar hun toe staan zodat ze mijn linker schoen en alleen de achterkant van mijn rechter schoen konden zien. En als ik dan mijzelf een stukje omhoog liet komen door op mijn rechter tenen te gaan staan… verdomd, leek het toch alsof ik tien centimeter van de grond af kwam. Ik had er een hele act omheen gebouwd om de geloofwaardigheid nog iets te verhogen. Stond ik mijzelf eerst een minuut op te laden, gingen mijn armen langzaam omhoog en mijn hoofd in mijn nek en als een nieuwe Messias steeg ik ten hemel. Als ze te ver uit elkaar zaten (en er dus één een prima zicht had op mijn rechter voet) dan hing er in de ruimte niet goed en bleef ik aan de grond genageld naar het plafond staren. Soms liet ik me bij het landen vallen omdat het al de krachten uit me ontrokken had. Zoekend naar houvast greep ik de muur en trok het liefst nog een fotolijstje of een cactus mee. Een enkele keer bleef ik dan net even te lang op de grond liggen. Soms met een kleine stuiptrekking om het helemaal af te maken. Ik snap nog steeds niet waarom ze die scheidingslijn niet zagen.

En nu zijn ze bijna 12 en 14 en is het hun beurt om mij te overtuigen van hun waarheid. Een waarheid die soms een beetje wordt aangedikt, net even iets mooier gemaakt in hun voordeel en in de toekomst de flinterdunne scheidingslijn naar het liegen zal gaan aantikken. Maar hoe scherp die lijn ook is, ik zal scherper zijn. Zo scherp als een temeier.