Roos: ‘Ben ik écht in gesprek met de biologische vader van mijn kindje?’

Nog 8 weken voordat het KID-traject start

Persoonlijk

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vierendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Daarom staat ze inmiddels op de wachtlijst voor KID (Kunstmatige Inseminatie met Donorzaad). Over 12 weken is ze aan de beurt, maar liever nog dan alleen doet ze het samen. Ze zoekt haar prins. Een wit paard is geen vereiste, een Fiatje mag ook. De tijd begint te dringen. Lukt het haar om hem in 8 weken alsnog te vinden?

Status wachtlijst: nog 8 weken
Huidige dates: Tinderman & Raoul
Mogelijke zaaddonoren: Tinderman (39) & David (61)
Op de donorwishlist: Willem (35)

‘Een kop koffie voor u, met een glas water erbij. En voor u de groene thee, alstublieft.’ Daar zitten we dan, David en ik, op onze eerste donordate. Een ogenschijnlijk gewone ontmoeting. We zouden vader en dochter kunnen zijn. Potentiële collega’s in gesprek over een mogelijke samenwerking. De serveerster loopt terug naar de bar. Wat we eigenlijk van elkaar zijn, of zouden kunnen worden, is ons gedeelde geheim op dit moment. Ik pak mijn thee vast, nog veel te heet om te drinken, maar het geeft me in ieder geval iets om me even om te richten. ‘Best even spannend zo’n eerste ontmoeting’. Hij knikt en glimlacht. ‘Ja, het is weer eens wat anders.’ Wat volgt is een gesprek van ruim twee uur.

Als we afscheid nemen zijn we het erover eens

Hij is open. ‘Vraag me alles wat je van me wilt weten.’ En gelukkig ook een beetje nerveus. ‘Ik hoop dat dit een goede sollicitatie is.’ Ik lach. Voor mij voelt het niet als een sollicitatie. Natuurlijk wil ik erachter komen of hij een geschikte kandidaat is, maar ik wil vooral kennismaken. Horen wie hij is, laten zien wie ik ben. Waarom ik dit wil. Hij is leuk, het is echt een leuke man. Luistert goed, stelt vragen, stelt zichzelf kwetsbaar op. De zorgvuldigheid, intelligentie en humor uit zijn e-mails komen ook in het echt tot uiting. En hij wil dit graag. Heel graag. Het voelt voor hem als een buitenkans om toch nog een kind op deze wereld te zetten, iets dat zijn leven hem niet heeft gebracht. Als we afscheid nemen zijn we het erover eens. Dit was een prettige ontmoeting. We gaan het gesprek voortzetten.

Verschillende levens

Raoul zit voor zijn werk in New York en appt me dagelijks. En ook Tinderman zit in het buitenland, voor een bruiloft van zijn neef. Het is goed, het geeft me even de ruimte die ik nodig heb. Mijn hoofd tolt. Doe ik dit echt? Ben ik echt in gesprek met een man van 61 jaar als mogelijke biologische vader van mijn toekomstige kindje? Met Tinderman heb ik de laatste tijd niet meer gesproken over zijn aanbod. Ik heb hem nog een keer of twee gezien. Heb hem geholpen bij een sollicitatiebrief, dit keer een gewone sollicitatie, gewoon, zoals mensen normaal solliciteren, op een baan. Als ik bij hem ben voel ik vooral dat ik een enorme zwak voor hem heb. Voor zijn fijne gezicht, zijn pretoogjes. Zijn heerlijke lichaam. Zijn cynische humor. Maar daar tegenover staat een relatief beperkt vermogen om in gesprek te gaan over emoties. De ongevoelige manier waarop hij met mij bleef daten terwijl hij met een andere vrouw iets serieus wilde gaan opbouwen. Hoe hij van een afstandje ogenschijnlijk zijn leven op de rit heeft, maar van dichtbij met moeite verschillende levens lijkt te leiden naast elkaar. Bij zijn ouders, bij zijn vrienden, op zijn werk. Iets dat we tot op zekere hoogte allemaal doen, maar bij hem valt het me extra op.

De kleine zwemmers zijn nog relatief jong en krachtig. De slagingskans misschien wel hoger.

Hij is leuk en lekker en heerlijk gezelschap, op allerlei fronten, maar geen relatiemateriaal. En, als ik naar mijn hart luister, misschien ook geen geschikt donormateriaal als bekende donor voor het kind. Ik voel een zekere onbetrouwbaarheid. En voorzie teveel verwarrende gevoelens bij mezelf als ik zwanger van hem zou worden. Maar zijn zaad is jong. De jaren hebben nog niet zijn spermacelletjes kunnen muteren. Althans, niet zoals bij het zaad van David. De kleine zwemmers zijn nog relatief jong en krachtig. De slagingskans misschien wel hoger. Is het daarom objectief gezien misschien toch de betere optie? En moet je dit volledig objectief benaderen of kan dat eigenlijk niet? Wat is beter voor mijn kind? En wat is beter voor mij?

Verlangens en angsten

Zo komt het dat ik in het weekend eindig bij mijn ouders op de bank. In tranen. Het is zo groot, het is zo veel, ik kan het amper behappen. Van Willem nog geen bericht. Mijn zwangere vriendinnen worden elke week ronder. Kopen wiegjes, slepen hun vriendjes mee naar hun pufklasje. Mijn ouders zijn geweldig, lief en steunend, maar ik ben het zelf die de keuze moet maken. Verlangens en angsten lopen door elkaar heen, vormen een kluwen die ik probeer te ontrafelen. Hoe harder ik trek, hoe vaster de kluwen lijkt te worden. Twijfels groeien uit tot momenten van paniek. Spreiden zich uit als een olievlek. In mijn eentje moeder worden. Opeens weet ik niet of ik het überhaupt wel kan.

De vorige columns van Roos gemist? Je kunt ze hier allemaal teruglezen.

Bron hoofdbeeld: The Odyssee Online