Roos: ‘Of ik de hele dag verliefd naar mijn echo heb zitten staren? Nou, nee niet bepaald’

Persoonlijk

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vijfendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Die kinderwens is hard op weg in vervulling te gaan, want Roos is inmiddels 9 weken zwanger van zaaddonor Floris.

Zwanger: 11 weken

Zwangere vriendinnen: Liza (Deense donor, 31 weken), Maartje (homostel, 30 weken)

Als een zombie

Ken je dat, dat je bij het boeken van een goedkope vlucht het onhandige tijdstip voor lief neemt, tot de dag dat je daadwerkelijk moet gaan vliegen en jezelf wel voor je kop kunt slaan?

Het is dinsdagavond, een dag na de echo en ik probeer zo goed en zo kwaad als het gaat mijn appartementje in orde te maken voor het echtpaar waarmee ik voor de komende tien dagen een huizenruil ben aangegaan. Mijn wekker staat om drie uur ‘s nachts, dus alles moet deze laatste uurtjes in orde gemaakt worden, ondanks mijn moeheid, ondanks mijn misselijkheid.

Als een soort zombie beweeg ik me door het huis. Negen uur hoopte ik in mijn bed te kunnen kruipen en het is al bijna half elf. Ik open één van de bovenste keukenkastjes en voor ik het weet lazert er een mok uit, recht bovenop mijn waterkaraf, die vervolgens in tientallen glasscherven uiteen springt. ‘Verdomme!’, vloek ik, ‘Ook dat nog!’. Tegen de tijd dat alles opgeruimd is en ik ook Karel weer veilig de keuken in durf te laten is het elf uur. En als ik uiteindelijk na een paar onrustige uurtjes slaap vijf uur later in de taxi stap naar Schiphol, slaak ik een zucht van verlichting. Mijn vakantie is begonnen. Tijd voor zon, rust, lekker eten en leuke uitstapjes.

In een appje vraagt een vriendin of ik de hele dag verliefd naar mijn echo zitten staren. Nou eh… nee

Drie uur vliegveldhangen en vier uur vliegen later rest me alleen nog een half uurtje met de huurauto. In een binnengekomen appje vraagt een vriendin of ik de hele dag verliefd naar mijn echo zitten staren. Eh, nee, niet bepaald. Met mijn scheefhangende backpack op mijn rug, een rugzak op mijn buik en mijn zonnehoed op, loop ik een kwartier lang verdwaasd over het enorme terrein met huurauto’s, tot ik uiteindelijk met hulp van een verveeld uitziende jongen uit het kantoortje mijn auto gevonden heb. Vijf minuten later staat hij zuchtend voor de tweede keer op als ik een aantal extra krassen op de lak wil laten checken. En nog vijf minuten later loop ik voor de derde keer door de brandende zon, omdat ik dat verdomde cijferslot dat erop zit niet open krijg. Het voelt nog niet echt als vakantie.

Ik voel me beroerd

Twaalf uur nadat ik thuis de deur achter me dichtgetrokken heb, stap ik over de drempel van mijn onderkomen voor de komende tien dagen. Op de rand van het bed zittend, eet ik een zakje chips en een pakje crackers. Man, wat voel ik me beroerd. Maar nu hoeft er niets meer. Dus ik duik onder de lakens, word laat in de avond wakker en besluit gewoon maar verder te slapen. Eten kan morgen weer als ik me fitter voel en uitgeslapen ben.

Maar de volgende ochtend voel ik me even belabberd als de dag ervoor. Ik trakteer mezelf op een ontbijtje bij een cafeetje in de buurt, doe wat boodschappen om in mijn tijdelijke huis ook makkelijk wat te kunnen eten en trek me dan weer terug op de enige plek die passend voelt: het bed.

Ik vraag me af welk deel hij niet begrepen heeft van het feit dat ik hier hondsberoerd lig te zijn

Op mijn tweede dag ontdek ik de hangmat die in de tuin opgehangen kan worden en wissel ik elke paar uur van bed naar hangmat en weer terug. Echt lekker is het nergens, maar je moet toch wat. Bungelend in de hangmat besluit ik mijn beide ooms in Nederland maar eens op de hoogte te gaan stellen van mijn zwangerschap. Ik begin met de broer van mijn vader, die hoorbaar blij is met het nieuws en vervolgens in geuren en kleuren vertelt hoe zijn vrouw destijds genoot van de vermoeidheid, omdat ze vanuit bed hem naar de supermarkt kon dirigeren om precies dát ijs te gaan halen waar ze zin in had.

Zijn ‘kleine’ nichtje

Ik vraag me af welk deel hij niet begrepen heeft van het feit dat ik hier hondsberoerd lig te zijn in mijn eentje en dat dat laatste nogal verschilt van hun situatie destijds. Dan de enige broer van mijn moeder. Volgende week gaat hij geopereerd worden aan één of andere zeldzame buiktumor. Een grote operatie die hij ook nu aan de telefoon afdoet alsof een ingegroeide teennagel verwijderd gaat worden. ‘Zie je er niet tegenop dan?’, vraag ik. ‘Nee hoor, waarom zou ik.’ Hij klinkt resoluut. ‘Ik voel me beter dan ooit en van ergens tegenop zien is nog nooit iemand beter geworden.’ Daar moet ik hem dan wel weer gelijk in geven. Toch voelt het fijn om hem nu nog voor de operatie te vertellen over kleine Frummel, de veroorzaker van mijn huidige lamlendigheid. Ik, ooit zijn ‘kleine’ nichtje, ga over ruim een half jaar moeder worden.

Tot op dat moment ben ik er vanuit gegaan dat ik me met voldoende rust wel beter zal gaan voelen. Maar twee dagen later ben ik daar helemaal niet meer zo zeker van. Eén avondje ben ik bij vrienden daar in de buurt wat gaan eten. Met moeite ben ik wakker gebleven. Ik eet omdat ik eten moet, niet omdat het me nou echt zo smaakt. Ik slaap omdat ik niet anders kan en tussendoor wanneer ik wakker ben voel ik me zo ellendig dat ik zelfs niet kan genieten van een zonnestraal op mijn gezicht. ‘Maar Roos,’ zegt mijn moeder op dag vier als ik ten einde raad mijn ouders heb opgebeld, ‘waarom kijk je niet of je gewoon eerder terug kunt vliegen?’.

Heb je de vorige columns van Roos gemist? Je kunt ze hier allemaal teruglezen.

Meer leuke content? Like ons op Facebook