Roos: ‘Het voelt als een jongetje, maar ik wil het nu zeker weten’

Persoonlijk

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vijfendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Die kinderwens is hard op weg in vervulling te gaan, want Roos is inmiddels 15 weken zwanger van zaaddonor Floris.

Zwanger: 15 weken

Zwangere vriendinnen: Liza (Deense donor, 36 weken), Maartje (homostel, 35 weken)

Bewustzijn

Vijftien weken, alweer vijftien weken zwanger. En langzaam begint het echt tot me door te dringen. Als alles goed blijft gaan ben ik over een klein half jaartje moeder. Je zou denken dat dit nu, elf weken na mijn positieve zwangerschapstest daar in de Starbucks in Berlijn, niet meer zo’n verrassend nieuwtje voor me zou zijn. En toch voelt het elke paar weken anders, alsof het bewustzijn van de betekenis van deze zwangerschap laagje voor laagje tevoorschijn komt.

Het eerste honk gehaald

Terugkijkend op de afgelopen maanden realiseer ik me hoe het eerste trimester naast ziek zijn voor een groot deel in het teken heeft gestaan van ongeloof en verbazing. Zou het dan echt? Ik? Maar nu dat eerste, en meest spannende, trimester achter me ligt, nu ik het eerste honk gehaald heb, beginnen de contouren van een nieuw leven zich steeds helderder af te tekenen. Zichtbaar, in de vorm van een klein, glooiend zwangerschapsbuikje, maar ook in gedachten. Sterker nog, ook in de acties die ik in deze fase moet gaan ondernemen. Want als ik negen maanden lang blijf hangen in een wolk van ongeloof om vervolgens een baby te baren zonder dat er kraamzorg is geregeld, dan is dat op zijn zachtst uitgedrukt niet zo bijster handig. En dan heb ik het nog niet over de wachtlijsten voor kinderopvang.

Lijstjes

Gelukkig heb ik een vrij sterk ontwikkelde regelmodus. Ik word rustig van lijstjes maken. Lijstjes die na een tijdje wat onoverzichtelijk worden, dat wel. En dan maak ik een Excel bestandje. Mapje ‘kraamzorg’, mapje ‘hulptroepen’, mapje ‘kinderdagverblijf’. Ik ben stiekem best wel dol op Excel. Hoe meer kolommen, hoe leuker. Naam, adres, autominuten, fietsminuten, wanneer ze openen, of juist sluiten, of er een warme lunch is. Nou ja, you get the point. En dan een mooi geel balkje bovenaan, dik gedrukte letters en ik ben een gelukkig mens. Niet zo gelukkig als met de wetenschap dat er over een half jaar een kindje op mijn buik ligt, maar toch, behoorlijk gelukkig binnen de range van administratief organisatorisch klein geluk.

Het voelt vanaf dag één als een jongetje

Over dat kindje op mijn buik gesproken, of eigenlijk, dat kindje in mijn buik; er verandert deze week wel meer in mijn gedachten. Drie maanden lang had ik een duidelijk antwoord als mensen me vroegen of ik zou willen weten of het jongetje of een meisje is. ‘Nee.’ Het voelt weliswaar vanaf dag één als een jongetje, maar ik houd wel van de nostalgie van het niet weten. Ik verlang niet naar een knalblauw of juist zuurstokroze kamertje, ik zoek met alle plezier uniseks kleertjes bij elkaar en bovenal lijkt het me een waanzinnige verrassing om er bij mijn bevalling achter te komen.

Twijfels

Dacht ik. Want nu, een paar dagen voor ik met mijn broertje en ouders een pretecho ga laten maken, begin ik opeens te twijfelen. Zonder aanleiding word ik steeds enthousiaster van de gedachte dat ik over een paar dagen zou kunnen gaan ontdekken of ik een zoon of een dochter ga krijgen. Gevoed door het besef dat ik dan nog gerichter toe kan leven naar het moment dat ik hem of haar ga ontmoeten, vind ik het plotseling ook best wel handig als ik niet avonden lang over jongensnamen gebogen zit terwijl Frummel in haar kleine vuistje me stiekem uitlacht, waarbij er kleine golfjes van babyvreugde ontstaan in het vruchtwater. Overigens is het tegenovergestelde aan de orde. Het voelt weliswaar als een jongen, maar ik heb zes meisjesnamen op mijn lijstje staan en ben vooral bezig om uit die namen een keuze te gaan maken. Vooralsnog heb ik op het online afspraken formulier voor de echo specifiek vermeld dat ik het geslacht nog niet zou willen weten.

Maar ook na drie nachtjes slapen houden mijn nieuwe gedachtes stand. Want zeg nou zelf, waarom niet nu een extra verrassingsmoment creëren, de bevalling zal op zichzelf verrassend genoeg zijn, althans, zo stel ik me dat voor. Dus hak ik de knoop door. Ik wil het weten. Ik app het alvast naar mijn broertje en mijn ouders, om vervolgens overspoeld te worden door alle blije, opgewonden smileys en plaatjes die mijn moeder in haar telefoon heeft kunnen vinden. Iemand is duidelijk enthousiast.

Van gedachten veranderd

Een paar uur later neem ik plaats op de onderzoeksbank met naast me de drie mensen die ik in dit leven het allermeeste liefheb. ‘Misschien heb je gezien dat ik opgeschreven had dat ik het geslacht van mijn kindje niet wil weten.’ ‘Ja zeker, dat is geen enkel pro-‘ ‘Ik ben van gedachten veranderd’, onderbreek ik haar. Ach, ze werkt met zwangere vrouwen, ze zal wel wat gewend zijn. Niet veel later komt er een kindje in beeld dat nog weer veel meer ‘mensje’ is dan de echo van een paar weken geleden. Vertederd kijk ik naar het op de muur geprojecteerde echobeeld, waar mijn broertje, die met zijn 33 jaar overigens niet zo klein meer is, met enthousiaste gebaren naast is gaan staan, alsof we naar een spannende voetbalwedstrijd kijken.

Verstoppertje

Een rij werveltjes, prachtig op een rijtje. Kleine ribjes. Twee hersenhelftjes, precies zoals het hoort. Een gezichtje dat zich niet helemaal wil laten zien, iemand speelt hier duidelijk verstoppertje. Longetjes, een maagje en een kloppend hartje dat me ook nu weer mateloos ontroert. Langzaam daalt de echokop af over het kleine lijfje om vervolgens heel even te blijven hangen boven het blaasje. ‘Weet je zeker dat je het wilt weten?’. Een glimlach vormt zich rond mijn lippen. ‘Ja, ik weet het zeker.’ ‘Goed zegt ze, daar gaan we dan.’

De vorige columns van Roos gemist? Je kunt ze hier allemaal teruglezen.

Meer leuke content? Like ons op Facebook