Roos: ‘Dit zou echt wel eens wat kunnen worden’

Persoonlijk

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vierendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Daarom staat ze inmiddels op de wachtlijst voor KID (Kunstmatige Inseminatie met Donorzaad). Over 6 weken is ze waarschijnlijk aan de beurt, maar liever nog dan alleen doet ze het samen. Ze zoekt haar prins. Een wit paard is geen vereiste, een Fiatje mag ook. De tijd begint te dringen. Lukt het haar om hem in minstens zes weken alsnog te vinden?

Status wachtlijst: terug naar minstens 6 weken

Huidige dates: Raoul 

Mogelijke zaaddonoren: Floris

Zwangere vriendinnen: Liza (Deense donor, 18 weken), Maartje (homostel, 17 weken) en Jory (gewoon van haar vriend, 29 weken)

Boven een dampende kop thee kijk ik naar Liza en haar buikje dat langzaam in omvang toeneemt. Ik denk terug aan het moment dat we, door vrienden aan elkaar gelinkt, boven een tosti onze donorplannen met elkaar bespraken, nu een half jaar geleden. Zo snel kan het dus gaan. Ik vertel haar het verhaal van David en de gemengde gevoelens toen dat opeens niet doorging. En over Floris, die als nieuwe mogelijke donor aan de horizon is opgedoken. ‘Waarom zou je graag willen dat hij de donor wordt?’ Ik val even stil.

Wat weet ik eigenlijk van hem? En hoe zit het met zijn gezondheid?

Hakkelend zoek ik naar een antwoord. En realiseer me opeens tot mijn grote schrik dat mijn voornaamste reden om op dit moment met Floris over donorschap te praten, de combinatie is van zijn beschikbaarheid en mijn ongeduld. Ik weet dat het een lieve vent is, wat voor werk hij doet en dat hij op mannen valt. Karaktereigenschappen? Hobby’s? Zijn gezondheid? Geen flauw benul. Is het idee van zelf een donor vinden niet ook juist dat je op die manier ook wat meer richting kunt geven aan de andere helft van het genetisch materiaal dat je meegeeft aan je kind? Wat ik op dit moment van Floris weet, staat in schril contrast met de vijftien pagina’s informatie die Liza heeft over haar Deense donor.

Alles, tot in detail

Een uitgebreide beschrijving van zijn interesses, een psychologische test waarin zijn karaktertrekken uitgetekend worden, uiterlijk van hemzelf en zijn familie tot in de tweede graad tot in detail beschreven, net als hun medische gegevens. Een foto van hem als baby. Een handgeschreven stuk over zijn motivatie. Een opname van zijn stem. Het is een donor die in ieder geval de eerste zestien jaar van het leven van haar kind een onbekende zal zijn, maar die ze met aandacht heeft uitgezocht op kwaliteiten die ze belangrijk vindt. En ik begin te twijfelen. Floris is lief en aardig, maar ook best wel dik. Hoe groot is de kans dat ik de aanleg daarvoor door zal geven aan mijn kind? En wat geeft hij nog meer door? Wat is aangeboren en wat is aangeleerd en in hoeverre moet ik daar rekening mee houden?

Mogelijke erfelijke aandoeningen

Gelukkig heb ik maar één dag om me hier echt druk om te maken. Floris is terug in het land en we hebben afgesproken samen een hapje te eten om verder te praten. Ik kaart het gelijk aan. ‘Ik ben me opeens gaan realiseren dat we elkaar al een tijd kennen, maar dat ik eigenlijk maar heel weinig van je weet.’ Hij blijft even ontspannen als eerder. ‘Kom maar op, wat wil je van me weten?’ Daar zit ik dan, met mijn notitieboekje waarin ik priegelig een stamboompje probeer te tekenen om een indruk te hebben van zijn familie en mogelijke erfelijke aandoeningen. Dit hele donorgebeuren blijft bizar. In een kroeg vraag je je nieuwe flirt ook niet waar tante Bep aan overleden is en als je eenmaal met een vaste partner een kinderwens hebt, dan zullen er maar weinig familiaire aandoeningen zijn die je zullen weerhouden van je plannen.

We zeggen elkaar aan het eind van de avond gedag, nadat we een nieuwe afspraak hebben gemaakt

Maar dit is niet mijn partner. Dit is een mogelijke donor. En ik ben degene die in deze afwijkende context een verantwoordelijkheid voel naar mijn toekomstige kind. Maar als we alle zussen, ooms, tantes, nichtjes en neefjes hebben uitgetekend is er niets dat problematisch lijkt. En hoe meer we praten, hoe rustiger ik word. Hij rookt niet en drinkt amper. Hij beschrijft zichzelf als geïnteresseerd en spontaan, als iemand die gevoel en verstand beiden betrekt in zijn keuzes in het leven en, in tegenstelling tot hoe ik in elkaar zit, vrij selectief zijn privézaken deelt met zijn omgeving. Iemand met een goed analytisch vermogen, trouw, psychisch stabiel, soms een betweter, lief, zorgzaam en dol op dansen. En als we elkaar aan het eind van de avond gedag zeggen en een nieuwe afspraak maken, ben ik terug bij mijn initiële gevoel. Dit zou echt weleens wat kunnen worden.

Geen reden voor onzekerheid

Raoul is ook weer terug van zijn zakenreis. We koken samen in zijn keuken terwijl ik geniet van zijn mooie verhalen, zijn heerlijke zoenen én een Chinees cadeautje dat hij voor me mee heeft genomen. ‘Ik vond je wat afwezig in je berichtjes, was daar een reden voor?’ vraag ik hem. Hij kijkt verbaasd. ‘Echt?’ Het is niet dat hij het niet eerder gehoord heeft, vertelt hij. Ook eerder heeft hij het wel eens van vrouwen gehoord, de muur die hij op sommige momenten onbewust om zich heen bouwt. En als ik vertel dat ik wat twijfels kreeg en niet wist of hij gewoon druk was of dat er misschien iets anders meespeelde, wuift hij mijn onzekerheden weg. ‘Volgens mij denk je gewoon teveel na.’