Roos: ‘Het moet bizar zijn om te daten, terwijl er een kind in me groeit van een andere man’

Persoonlijk

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vijfendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Die kinderwens is hard op weg in vervulling te gaan, want Roos is inmiddels 9 weken zwanger van zaaddonor Floris.

Zwanger: 12 weken
Zwangere vriendinnen: Liza (Deense donor, 33 weken), Maartje (homostel, 32 weken)

Behoorlijk wanhopig

Het ene moment zit je in het vliegtuig op weg naar je vakantiebestemming, het volgende moment sta je vijf dagen eerder dan gepland opnieuw op het vliegveld. Een week lang bivakkeer ik bij mijn ouders. ’s Ochtends staat mijn vader aan mijn bed om te vragen wat ik op mijn beschuitje wil en tussen de maaltijden door, die ik verrassend goed binnenhoud, ga ik door met het ritme van de laatste tijd: gembercapsules, gemberthee, anti-misselijkheidspilletjes en bergen slaap. Langzaamaan word ik er niet alleen moedeloos, maar ook behoorlijk wanhopig van. Als dit veertig weken lang aan gaat houden, hoe houd ik het dan uit?

Mijn jaloezie verdween als sneeuw voor de zon

Mijn smartphone is mijn voornaamste link naar de buitenwereld. Maartje, die reikhalzend uitkijkt naar haar naderende verlof, heeft een emotionele oplawaai gekregen. Haar date van de laatste maanden is afgehaakt, hij is iemand anders leuk gaan vinden. Het zal een maand of drie geleden zijn geweest dat ze hem ontmoette via Tinder. Twintig weken zwanger was ze toen, dus ‘misschien vertel ik het hem op date drie’ was geen optie meer. Hij wist dat ze zwanger was, had er geen problemen mee en samen wandelden ze een hele middag op het strand.

Ik schiet in de lach

Ik weet nog dat ik ergens wat jaloezie voelde prikken toen ze haar eerste verhalen destijds met me deelde. De kriebels, de intimiteit, de seks. Maar nu dus de teleurstelling. Het gevoel van afwijzing. Normaal is dat al klote, maar zo in het derde trimester van je zwangerschap… Opeens is elk sprankje jaloezie dat ik voelde verdwenen als sneeuw voor de zon.

‘Heb jij eigenlijk nog iets lopen?’ vraagt ze. Ik schiet in de lach. Je hoort vaak dat zwangere vrouwen een enorme aantrekkingskracht hebben op mannen (zouden ze dat effect overigens ook hebben op lesbische vrouwen, of werkt dat biologisch toch anders?). Mijn huidige staat: bleek als een vaatdoek, piekerig haar en volstrekt voor pampus in pyjama.

Nou heb ik natuurlijk maar weinig voelsprieten voor mijn eigen feromonen, maar iets in mij zegt dat die aantrekkingskracht voor mij momenteel niet op zal gaan. Het is vreemd. Ik ben zo lang gefocust geweest op het vinden van een man. Af en toe even niet, maar als ik heel eerlijk ben, waren ook dat soms weer periodes waarin ik heel hard probeerde er niet mee bezig te zijn, omdat mensen zeiden dat het dan eerder op mijn pad zou komen. Gevalletje roze olifant, ik weet het, maar toch.

Hoe zou ik het vinden als er een leuke man op mijn pad komt?

Maar sinds ik vorig jaar besloot het serieuze daten en alle daarmee samengaande momenten van frustratie en teleurstelling tot nader order in de koelkast te zetten, sta ik er vrij ontspannen in. Is het voorlopig echt goed zoals het nu is, of onderdruk ik onbewust een behoefte die er nog altijd is? Stel dat er nu een leuke man op mijn pad komt, hoe zou ik dat dan vinden? Zou ik ook een zwangerschapsfling aangaan voor de fijnheid en de intimiteit, voor de seks en de spanning? Of zou ik het alleen maar willen onderzoeken als ik de man in kwestie echt echt echt heel leuk vind?

Je hoort soms van die verhalen van vrouwen die tijdens hun zwangerschap alsnog hun grote liefde tegen het lijf lopen. Een man die het kleine guppie, ondanks dat het van een andere man is, vanaf het eerste moment volledig liefheeft als ware het zijn eigen, simpelweg omdat hij van de moeder is gaan houden. Maar misschien is een grote liefde gelijk weer wat te ver gezocht en moet ik simpeler beginnen? Het moet ergens behoorlijk bizar zijn om te daten, terwijl er een kind in me groeit van een andere man. Voor allebei de partijen, dat kan niet anders, ergens is het zo onnatuurlijk.

Zwangerschapscelibaat

Maar aan de andere kant, ‘36-jarige vrouw, chronisch onder de zure kots’ doet het toch wat minder goed op Tinder, nu is er nog kans om enigszins ontspannen en sexy te zijn. Nou ja, niet nu nu. Maar stel dat de vaatdoek-piekhaar-episode wél voorbij gaat, dan zou er theoretisch gezien een fase kunnen aanbreken waarin ik, zo zegt men, energie heb voor tien, de hele wereld aan kan en me sexyer voel dan ooit tevoren. Dat klinkt leuk en dat is het vast ook, maar wat nou als ik een leuk iemand ontmoet, om vervolgens tien weken later over te gaan naar de episode energie-wat-is-dat, noodgedwongen waggelend met een lijf vol nesteldrang.

Ergens denk ik dat een zwangerschapscelibaat helemaal zo gek nog niet is in mijn situatie. Dat Frummel en ik ons gewoon in alle rust gaan voorbereiden op onze ontmoeting met elkaar over een week of vijfentwintig. Frummel door te groeien en ik door me te gaan verdiepen in die totaal nieuwe wereld die Het Land Der Naderende Moeders heet. Een wereld waar keuzes zich afspelen op het gebied van autostoeltjes, wiegjes, kraamverzorging en kinderopvang. Niet sexy nee, wel spannend.

Heb je de vorige columns van Roos gemist? Je kunt ze hier allemaal teruglezen.

Meer leuke content? Like ons op Facebook