Roos: ‘Door de lange ziekenhuisgangen volg ik de bordjes naar de Intensive Care’

Persoonlijk

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vijfendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Die kinderwens is hard op weg in vervulling te gaan, want Roos is inmiddels 9 weken zwanger van zaaddonor Floris.

Zwanger: 13 weken

Zwangere vriendinnen: Liza (Deense donor, 34 weken), Maartje (homostel, 33 weken)

Zo ziek als een hond

Door de lange ziekenhuisgangen volg ik de bordjes naar de Intensive Care. Zeventien dagen geleden is het nu dat mijn oom geopereerd werd. Een paar dagen op de IC en daarna voor het verdere herstel naar de normale verpleegafdeling, zo was het plan. Maar het leven loopt niet altijd volgens plan en hij ligt er nu nog steeds. Eerst was de pijn niet onder controle te krijgen, toen zijn bloeddruk, nu de benauwdheid en de koorts. De eerste anderhalve week van zijn opname voelde ik me zelf nog zo ziek als een hond. Ik wist zeker dat ook hij het beter zou vinden als ik op dat moment niet zou komen. ‘Nee joh, ben je gek geworden’ had hij op dat moment vast gezegd als hij in goede doen was geweest. Nu ik zelf weer fitter ben en het nog steeds niet beter met hem gaat, wil ik hem gewoon graag zien.

Happy Meal

Als ik zijn kamer binnenloop zit zijn vriend al aan zijn bed. In het bed ligt een moeizaam ademende half naakte man, met overal om zich heen slangetjes, infuuszakken en apparaten die af en toe opeens gaan piepen. Een man die maar in weinig doet denken aan de oom die mij en mijn broertje toen we klein waren mee op pad nam. Onze uitstapjes waren altijd hetzelfde maar o, wat waren we er dol op. Eerst mochten we snoepjes scheppen bij een grote snoepwinkel, daarna togen we gedrieën naar de McDonalds. Wij gingen dan voor de Happy Meal, hij voor de Quarter Pounder. Na in het verleden in de Verenigde Staten te hebben gewoond sprak hij dat altijd zo overdreven Amerikaans uit, dat wij er met elkaar keer op keer de slappe lach van kregen. En na wat stoeien in de ballenbak, of, toen we daar te oud voor werden, gewoon met elkaar kletsen terwijl we de ketchup op de papieren placemat uitsmeerden met onze dunne Franse frietjes, werden we weer naar huis gebracht. Heerlijk onverantwoorde uitjes die ik mijn kindje straks ook gun.

Geen lucht

Nu zijn de rollen omgedraaid. De sterke oom ligt kreunend in bed, ik, zijn inmiddels grote nicht sta ernaast en leg mijn hand op zijn onderarm. ‘Ik ben het, Roos’. Hij kijkt op, probeert me aan te kijken, maar zijn ogen draaien weg. ‘Heb je pijn?’. Het blijft even stil. ‘Nee’ komt er dan kreunend over zijn lippen. Zijn stem is amper te herkennen. ‘Waar heb je last van?’. Hij draait onrustig in zijn bed. ‘Ik krijg geen lucht.’ Het is duidelijk dat elk woord hem moeite kost. Ik haal even diep adem. ‘Vind je het anders leuk als ik je wat leuks vertel?’. Hij knikt. Ik probeer mijn stem ontspannen en positief te laten klinken. ‘Het gaat goed met mijn zwangerschap’, zeg ik, ‘Ik ben inmiddels al bijna 14 weken en het kindje is echt aan het groeien. Ik heb de laatste echo bij me, zal ik hem laten zien?’.

Wel beter worden hoor, ik wil wel graag dat je mijn kindje gaat ontmoeten

Ik pak de echo-plaatjes erbij en probeer de beste iets voor zijn gezicht omhoog te houden. Ik zie hoe hij probeert te focussen, maar dan met naar boven draaiende ogen zijn gezicht weer op het kussen legt. ‘Lukt het om het te zien?’. Hij schudt van nee. Ik moet slikken. ‘Maakt niet uit, hoor, komt wel weer. Het is in ieder geval heel schattig. Wel beter worden hoor, ik wil wel graag dat je mijn kindje gaat ontmoeten.’ Hij antwoordt niet, maar hapt naar adem. Later die middag lees ik hem nog een gedichtje voor van Annie M.G. Schmidt. Zo lang ik het me kan herinneren komt hij altijd op de vreemdste momenten op strofes uit haar gedichtjes. Hij reageert amper, maar als ik bij het allerlaatste woord even wacht, maakt hij kreunend het zinnetje af.

Wachten, wachten en nog eens wachten

Ik ben amper thuis of ik word weer opgebeld door zijn vriend. Het gaat opeens een stuk slechter. Zijn bloeddruk daalt en hij moet aan de beademing. Niet veel later loop ik het ziekenhuis weer in, dit keer samen met mijn broertje. Mijn ouders volgen spoedig daarna. Laat op de avond, we zijn er al uren, wordt besloten tot een scan, ook al is dat riskant omdat hij nu zo instabiel is. Met plastic bekertjes koffie en thee zitten we in de familieruimte. Moe, verslagen, bezorgd. Als ik naar de wc ga leg ik even mijn hand op mijn onderbuik. ‘Frummel’, fluister ik, ‘ik ben je niet vergeten, straks ben ik er weer voor je.’ Een verpleegkundige komt vertellen dat het niet goed gaat op de CT-kamer, verder kan ze ons nog niets vertellen. We wachten, en wachten, en wachten. Drie kwartier later horen we voetstappen. Maar niet het rollen van een bed. Drie artsen komen op ons aflopen, hun ogen vermoeid, hun gezichten bedrukt. We houden onze adem in. De vrouwelijke arts doet een stapje naar voren. ‘Het spijt me vreselijk,’ zegt ze, ‘hij is overleden’.

Heb je de vorige columns van Roos gemist? Je kunt ze hier allemaal teruglezen.

Meer leuke content? Like ons op Facebook