Roos: ‘Een spermaonderzoek is de volgende stap’

Persoonlijk

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vierendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Daarom staat ze inmiddels op de wachtlijst voor KID (Kunstmatige Inseminatie met Donorzaad). Over 12 weken is ze aan de beurt, maar liever nog dan alleen doet ze het samen. Ze zoekt haar prins. Een wit paard is geen vereiste, een Fiatje mag ook. De tijd begint te dringen. Lukt het haar om hem in 13 weken alsnog te vinden?

Wachttijd: weer minstens 13 weken
Status wachtlijst: terug naar minstens 13 weken

Huidige dates: Raoul 

Mogelijke zaaddonoren: David (61)

Op de donor-wishlist: Willem (35)

Sommige dingen kun je beter niet na elkaar plannen. Zo zou ik niemand een vervolgafspraak met een potentiële zaaddonor aanraden een uur na een eveneens gepland telefoontje met de fertiliteitsarts van het ziekenhuis waar je op de KID-wachtlijst staat. Het nieuws van het ziekenhuis is rauw op mijn dak gekomen. Niets vijf weken, de teller is gewoon weer terug bij dertien. Of zeventien. Of als het tegenzit nóg langer. Op de fiets probeer ik mijn gedachten op een rijtje te zetten. Ik adem diep in en voel de tranen achter mijn ogen branden. Niet huilen. Niet nu. Je bent nota bene op weg naar je mogelijke donor.

Ik merk hoe gespannen mijn lijf voelt

We zijn terug in de lobby van het hotel waar we elkaar ook de eerste keer zagen. Het is een fijne plek, rustig, klein. David zit op dezelfde plek als toen en kijkt me over zijn leesbril aan met dezelfde vriendelijke uitstraling. ‘Fijn je weer te zien Roos. Hoe is het?’ Ik antwoord uit automatisme, ‘ja, goed’, maar merk hoe gespannen mijn lijf voelt. 
‘Voordat we in gesprek gaan moet ik even iets met je delen,’ zeg ik. Hij kijkt me vragend aan. ‘Je weet dat ik nog op de wachtlijst sta bij de donorbank in het ziekenhuis.’ David knikt. ‘Ik heb net te horen gekregen dat ik toch nog een paar maanden moet wachten. En ik ben er echt even een beetje door uit mijn doen. Het voelt zo stom om dat hier tegen jou te zeggen. Ik ben echt heel blij met ons contact. Ik sta hier heel serieus in. Maar die wachtlijst is belangrijk voor me. Als back up. Als het om wat voor reden tussen ons niet door zou gaan. Dus als ik wat gespannen overkom, heeft het daarmee te maken.’ Het is echt een fijne vent. Zijn blik is even vriendelijk als toen ik binnenkwam. Op zijn gezicht geen spoortje onrust te bekennen. ‘Dat kan ik me voorstellen. Geen enkel punt. Groene thee?’

Verschillende scenario’s

De kwesties die we samen bespreken worden steeds concreter. We wisselen gedachten uit over de rol die hij zal spelen in het leven van het kind. De mate waarin hij betrokken zal zijn. Hoe het voor hem zal zijn als ik een vaste relatie krijg. Iemand die in de toekomst mogelijk een vaderrol op zich zal nemen terwijl hij dat als donor niet doet. Stel dat jou iets overkomt, zegt hij, wie neemt dan de zorg over het kind op zich? En hoe wordt dan mijn contact met het kind gewaarborgd? Stel dat jóu iets overkomt, zeg ik, hoe zouden we er zorg voor kunnen dragen dat het kind later terug kan zien en lezen wie jij bent geweest en hoe jouw leven is gelopen? Zodat het écht weet waar het vandaan komt. We bespreken of hij bereid is per cyclus meerdere keren te doneren om de kans op zwangerschap te vergroten en lachen om de verschillende scenario’s waar dat dan plaats zou moeten vinden. Hij woont aan de andere kant van de stad. Of ik woon aan de andere kant van de stad, het is maar net hoe je het bekijkt.

Missie volbracht. De uitslag is er over een week

Hoe dan ook, het blijft bizar om met een man die ik pas enkele weken ken te praten over het onder de oksel vervoeren van potjes sperma door het drukke stadsverkeer. En wat wordt de maximale aanrijdtijd, een half uur? Oefening baart kunst. Ook hij mag alvast oefenen. Een spermaonderzoek in het lab is namelijk de volgende stap. Zodat we weten of het überhaupt kan. Hoe zijn zwemploeg ervoor staat. De volgende dag bellen we even als hij het potje heeft opgehaald bij het lab. Of hij zo’n kamertje waarin hij zijn ding moest doen ook even mocht zien, had hij gevraagd. Het was een beetje klinisch. Een ligbank, een stoel en een plasmascherm voor de visuele ondersteuning. ‘Hadden ze ook Bambi?’ gier ik. Hij lacht. ‘Ik geloof van niet. Zo’n ruimte vind ik niks. Ik doe het thuis wel.’ Woensdag. Een appje. Missie volbracht. De uitslag is er over een week.

Heb je de vorige column van Roos gemist, of wil je ze allemaal teruglezen? Dat kan hier.

Meer leuke content? Like ons op Facebook