Roos: ‘Ineens ben ik bang dat er geen hartslag meer is’

Persoonlijk

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vijfendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Die kinderwens is hard op weg in vervulling te gaan, want Roos is inmiddels 9 weken zwanger van zaaddonor Floris.

Zwanger: 14 weken

Zwangere vriendinnen: Liza (Deense donor, 35 weken), Maartje (homostel, 34 weken)

Een raar contrast

Het is bijzonder hoe nieuw leven en dood elkaar vaak overlappen. Nooit zal ik mijn oom kunnen laten zien hoe dit kleintje dat van binnen groeit uiteindelijk eruit komt te zien. Nooit zal ik hem kunnen vertellen of het een jongetje of een meisje is. Rechts op tafel ligt mijn zwangerschaps to do-list, links uitgeprinte informatie over verschillende uitvaartmaatschappijen. Achter mijn laptop buig ik me over het ontwerp van de rouwkaart, de volgende dag staat er een rondleiding gepland op een kinderdagverblijf hier in de buurt. Een raar contrast, verwarrend, intens, maar ergens ook mooi. Dit is het echte leven, dit is ‘the circle of life’.

Kleine schoentjes, kleine jasjes

Als ik over de drempel van het kinderdagverblijf stap kijken 10 met pindakaas en jam besmeurde toetjes me met nieuwsgierige ogen aan van achter de tafel. Ik val midden in het cracker-moment. De leidsters van de groep zijn hartelijk en nemen alle tijd om me te vertellen hoe ze werken, terwijl ze geroutineerd de kleine guppen tussen de 0 en 4 jaar elk op hun eigen manier helpen. Het blonde meisje naast me mag kiezen of ze uit een roze of een oranje beker haar water wil drinken. Een klein vingertje wijst parmantig en zonder twijfel de oranje aan en ik vraag me af of ze iets meegekregen heeft van de winst van onze voetbalvrouwen. De deuren naar de tuin staan hier altijd open, kinderen kunnen op elk moment van de dag zowel binnen als buiten spelen. Kleine schoentjes, kleine jasjes, gezichtjes vol levenslust. Ik smelt bij de aanblik van zoveel schattigheid bij elkaar en kan bijna niet geloven dat ook mijn leven er zo uit zal gaan zien.

Er is hier ontegenzeggelijk sprake van een lichte welving

Buikje

’s Middags komt een vriendin helpen brainstormen over het herinrichten van mijn kleine fijne huisje. Nieuwsgierig kijkt ze naar mijn buik. Ik schud mijn hoofd. ‘Helaas, nog niets te zien.’ ‘Nou, dat weet ik nog zo net niet. Ik zie toch echt wel iets.’ Dat iets is volgens mij gewoon de lucht in mijn darmen. Een stuk minder romantisch en zeker minder schattig. Maar een paar uur later neemt ze stiekem een foto van me terwijl ik ergens in de kamer sta. ‘Kijk dan!’ roept ze uit. ‘Kijk dan Roos!’ Ze trekt haar meest wetenschappelijke gezicht, iets waar ze erg goed in is, en steekt een vinger in de lucht. ‘Er is hier ontegenzeggelijk sprake van een lichte welving.’ Ik gier het uit, maar moet toegeven, Ik zie wel wat ze bedoelt. Een buikje, ik krijg een buikje!

Bang

Het is inmiddels ook weer tijd voor een volgende controle bij de verloskundige. Ik zit er een stuk florissanter bij dan bij de intake van vorige maand. ‘Goed, nu nog even je bloeddruk en dan gaan we eens naar het hartje luisteren.’ ‘Naar het hartje luisteren?’, ik had me helemaal niet gerealiseerd dat dit gebeurt. Later die dag zal Sanne er hartelijk om lachen. Waarom ik denk dat ik anders op controle kom. O ja. Een beetje gespannen ga ik op de bank liggen. Ik had me hier helemaal niet op ingesteld en nu ik weet dat ze de hartslag gaat zoeken, ben ik opeens bang dat er geen hartslag meer zal zijn.

Een mensje in een mens, te bizar voor woorden

Er komt gekraak uit het apparaatje. Ik hoor mijn eigen hartslag, stevig, traag. Ze zoekt verder. En daar, door het geluid van mijn eigen hartslag heen, komt het tevoorschijn. Woesh – woesh – woesh – woesh. Snel, krachtig, vol leven. Ik neem een stukje op met mijn telefoon. Zodra ik buiten op straat sta, doe ik mijn oordopjes in en luister opnieuw naar onze hartslagen die door elkaar heen lopen. Een mensje in een mens, het is eigenlijk te bizar voor woorden. Terwijl ik zo misselijk was, heeft de natuur van de gelegenheid gebruik gemaakt om voor Frummel een hartje te ontwerpen. Bloedvaten. Orgaantjes. Dit kleine minimensje is inmiddels in aanleg zo goed als af.

Smeltend moederhart

De dag na de crematie van mijn oom, stappen mijn ouders, mijn broertje en ik in de auto voor een dagje Apenheul. Met dank aan één van Neerlands grote loterijen, al tijden terug gepland, maar een fijne lichte noot in deze week waarin, ondanks de mooie momenten, ook behoorlijk wat tranen zijn gevallen. Bovenop een informatiebord zit een doodshoofd-aapje. En alsof ze zelf nog niet klein genoeg is, hangt er vastgeklampt op haar rug een Madurodam-versie. Een baby-aapje, zó klein, dat mijn moederhart compleet smelt. Af en toe komt er een ander aapje voorbij. Hoewel, voorbij, het klimt en klautert over elkaar heen alsof het niets is. Het kan moeder weinig deren. Ze grijpt op haar rug en trekt het kleintje richting de voorkant. Een hoofdje zo groot als een druif zoekt even, vindt een tepel en begint dan gulzig te drinken. ‘Roos, kom je?’ De rest wil verder. Ik blijf nog even staan en kijk naar dit ontroerende tafereeltje. Het zullen de hormonen wel zijn, maar het weekdier in mij kan de magie van de natuur vandaag alleen maar uitdrukken in superlatieven.

Heb je de vorige columns van Roos gemist? Hier kun je ze allemaal teruglezen.