Roos: ‘Heb ik teveel van mezelf gegeven en krijg ik nu een miskraam?’

Persoonlijk

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vijfendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Die kinderwens is hard op weg in vervulling te gaan, want Roos is inmiddels 9 weken zwanger van zaaddonor Floris.

Zwanger: 9 weken

Zwangere vriendinnen: Liza (Deense donor, 30 weken), Maartje (homostel, 28 weken)

Andere single mama’s

In grote letters staat het op de gevel: verloskundigenpraktijk. Ik open de deur en stap de lege wachtruimte binnen. Hoe vaak zal ik in de komende maanden deze drempel over stappen? Wat staat me allemaal te wachten? ‘De wc’s zijn achter om het hoekje’ licht de assistente toe. ‘Misschien nu nog niet aan de orde, maar geloof me, je zult er vaak gebruik van gaan maken.’ Op tafel een stapel tijdschriften. Mijn oog valt op een artikel over een andere alleenstaande moeder. Ik voel me echt onderdeel van deze kleine maar groeiende groep en bedenk me dat het goed is om binnenkort op zoek te gaan naar andere single mama’s in de buurt.

‘Roos?’ Ik kijk op van mijn tijdschrift. ‘Kom verder.’ Het gesprek dat binnen volgt is een echte intake. Niet zo heel boeiend dus, maar wel belangrijk. Mijn echo staat gepland voor volgende week. Best een gek idee, dat we nu een uur lang gegevens in de computer zetten, terwijl ik eigenlijk nog helemaal niet weet of dit kleine minimensje wel een kloppend hartje heeft. Stamelend vraag ik haar hoe groot de kans nou is dat ik nu alsnog een miskraam krijg.

Wachten met een tweede echo afspraak? Ik snap er niets meer van

Doemscenario’s

Ik denk aan het gesprek dat ik vorige week had met een vriendin van vroeger die ik vijftien jaar niet gezien had. Ik trots als een pauw op mijn (toen) acht weken zwangerschap, zij die het bestempelde als ‘nog heel pril’ omdat ze twee keer een miskraam had mee moeten maken bij tien weken… Het is duidelijk dat verloskundigen niet denken in doemscenario’s. Ja, natuurlijk behoort een miskraam nog tot de mogelijkheden, maar, zo benadrukt ze, de spannendste weken liggen echt al achter me. Ik kan amper geloven dat er al vijf weken voorbij zijn sinds die dag dat ik huilend op het toilet van de Starbucks keek naar die twee streepjes. Vijf weken waarin maanzaadje al gegroeid is tot een vruchtje van 3 centimeter. Als het goed is tenminste.

Pechvogel

Maandag de echo, woensdag op het vliegtuig naar anderhalve week zon en ontspanning. Als dat geen goede combi is. Maar het blijkt verloskundig gezien een wat lastige combi. Want maandag ben ik 9,5 week terwijl de termijnecho eigenlijk bij 10 weken plaats moet vinden. Mij lijkt het een verschil van niets, maar in zwangerenland blijkt het substantieel. En als ik de NIPT wil laten doen om te kijken naar grote chromosomale afwijkingen zoals het syndroom van Down, wat ik wil, kan dat vanaf 11 weken, maar dan moet er in de week die daaraan voorafgaat wel een echo hebben plaatsgevonden waaruit blijkt dat er nog steeds sprake is van levend mensje daarbinnen. Tja, dan lig ik – helaas pindakaas – met mijn snufferd in de zon. Kortom, na mijn vakantie sowieso nog een echo. Pechvogel die ik ben. ‘Wacht dus nog maar even met het maken van de tweede echo afspraak’ besluit ze ons consult. Huh? Nu snap ik er niets meer van.

Halverwege de eerste act begint mijn buik zeer te doen

‘Wacht even’ zeg ik, terwijl ze haar stoel al naar achteren schuift. ‘Waarom wachten? Ik moest toch juist sowieso die tweede echo doen?’ Zucht ze nou, of lijkt het maar zo? ‘Dat hebben we toch net uitgebreid doorgesproken?’ Ik voel hoe ik langzaam rood word. ‘Sorry, ik ben zo moe, nu snap ik het opeens niet meer.’ Dus legt ze het nog maar een keertje uit. En bedenk ik me dat het misschien waardevol is de volgende keer een vriendin mee te nemen die ook ogen en oren heeft. Gelukkig hebben al mijn vriendinnen ogen en oren, dus keuze genoeg.

Zere buik

Dan is het tijd voor de muzikale veldslag. Keek ik in vorige jaren reikhalzend uit naar de week waarin we met onze musical eindelijk echt op het toneel stonden, nu zie ik er als een berg tegenop. Weliswaar heb ik de afspraak dat ik elke dag twee uur later kom dan de rest, is er backstage een luchtbedje voor me neergelegd én mag ik afhaken als het écht niet meer gaat, ik weet gewoonweg niet waar ik de energie vandaan moet halen. Ik worstel me de generale door, lig tot vier uur ’s middags misselijk in bed en doe de eerste show op adrenaline. Maar op avond nummer drie breek ik. Ik voel me zo naar en zo moe. En halverwege de eerste act begint mijn buik zeer te doen. Ik zing met een grote gemaakte glimlach, maar voel me zo ongelooflijk beroerd.

Panda-oogjes

Als de pauze aanbreekt loop ik richting de kleedkamer, de tranen stromen over mijn wangen. En dan staat daar Liza met haar prachtige zwangere buik, alsof iemand haar daar neer heeft gezet om me op te vangen. ‘Mijn buik doet zo’n pijn’ snik ik, terwijl ze haar armen om me heen slaat. ‘Ik kan niet meer’. Iemand schuift het elastiek van mijn zender omhoog, een ander dirigeert me naar het luchtbed dat klaarligt. Ik ga op mijn zij liggen en trek mijn benen omhoog. Mijn zorgvuldig opgemaakte ogen zullen inmiddels panda-oogjes zijn geworden, maar ik kan niet stoppen met huilen. Wat is dit voor buikpijn? Zijn het opgeblazen darmen die klem zaten onder het elastiek? Of heb ik teveel van mezelf gevraagd en krijg ik nu een miskraam?

Heb je de vorige columns van Roos gemist? Je kunt ze hier allemaal teruglezen.