Roos: ‘Het enige dat in mijn buik groeit is een mix van verdriet en spanning’

Nog 12 weken voordat het KID traject start

Persoonlijk

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vierendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Daarom staat ze inmiddels op de wachtlijst voor KID (Kunstmatige Inseminatie met Donorzaad). Over 12 weken is ze aan de beurt, maar liever nog dan alleen doet ze het samen. Ze zoekt haar prins. Een wit paard is geen vereiste, een Fiatje mag ook. De tijd begint te dringen. Lukt het haar om hem in 12 weken alsnog te vinden?

Ik merk dat ik echt even uit het veld geslagen ben door de mededeling dat het ziekenhuis al een paar maanden niemand van de wachtlijst heeft kunnen oproepen. Hoeveel waarde moet ik in dat licht hechten aan de mededeling dat het goed zou kunnen dat ik in maart alsnog aan de beurt ben? Ik denk terug aan het telefoongesprek waarin de verpleegkundige die ik aan de telefoon had de wachtlijst afzocht op mijn naam, om vervolgens naar mijn geboortedatum te vragen omdat de lijst blijkbaar zo lang was dat ze me niet kon vinden. Het is weinig hoopgevend. Ik word er ook een beetje boos van. Sta ik verdomme al ruim dertien maanden op de wachtlijst, gaat het nog steeds zo moeizaam en stroperig. Niet dat iemand daar echt iets aan kan doen. Het is een ongerichte boosheid. Boosheid op het universum, op mijn relaties die niet gelukt zijn, op mijn zwangere vriendinnen. Kortom, het is eigenlijk geen boosheid, het is gewoon pijn.

Mooie, zwangere vrouwen vertellen opgewonden over dat wat hen in het komend jaar te wachten staat

‘Plopjes in mijn buik’

Vanuit dat oogpunt bezien is het misschien niet zo handig dat uitgerekend mijn twee zwangere vriendinnen, plus de vriend van één van hen, degenen zijn met wie ik het oudejaarsweekend doorbreng in een boerderijtje op het platteland. Dertig en achttien weken zwanger zijn ze. Mooie, zwangere vrouwen, opgewonden over dat wat hen in het komend jaar te wachten staat. Geen wonder dat dat waar ze vol van zijn overheerst in het gesprek. ‘Die kleine van me schopt de hele tijd tegen mijn ribben.’ ‘Ik voel plopjes in mijn buik, maar ik weet eigenlijk niet of het die frummel is of mijn darmen.’ De enige man in het gezelschap vlijt zijn hoofd op de schoot van zijn vriendin en mompelt liefdevol en tevreden: ‘Gezellig zo, met zijn drietjes’. En terwijl besproken wordt of de kaasjes uit de supermarkt nou wel of niet mogen en hoe de eerste oriënterende crèchebezoeken zijn geweest, is het enige dat in mijn buik groeit een mix van spanning en verdriet. Ik gun ze zo hun zwangerschapsgeluk. Ik weet nu al dat ik dol ga zijn op hun kindjes. Maar voor het eerst in de afgelopen maanden merk ik dat ik mijn interesse en betrokkenheid door mijn eigen pijn heen moet forceren, daar waar het eerder nog los van elkaar kon bestaan. En als de klok twaalf uur slaat en we proosten met glazen kinderchampagne, krijg ik alleen ‘gelukkig nieuwjaar’ over mijn lippen geperst, daar waar ik normaal zou refereren aan het bijzondere jaar dat ze tegemoet gaan.

Hij is van al mijn mannelijke vrienden de enige van wie ik eventueel donorschap zelf direct voor me zou kunnen zien

Indirect zaadje

Eenmaal thuis voel ik dat het tijd is om eerder gesloten deuren te heropenen. Ik sla mijn laptop open. ‘Lieve vrienden,’ begin ik. ‘De meesten van jullie weten het wel. Mijn kinderwens is groot. Altijd al geweest en met het ouder worden groeiende.’ Ik vertel over mijn wachtlijst, hoewel de meeste mensen in mijn omgeving daar wel van op de hoogte zijn. Over het teleurstellende telefoontje naar het ziekenhuis en mijn huidige overweging om toch zelf op zoek te gaan naar een man die bereid zou zijn donor te zijn voor mijn zo gewenste kindje. Niet dat ik denk dat iedereen thuis een blik donoren in de kast heeft staan, maar je weet maar nooit wat het verspreiden van deze nieuwe intentie bij mensen los kan maken. Tegen beter weten in stuur ik de mail ook naar Willem, mijn allereerste vriendje uit de brugklas. Eén zomer waren we samen. Daarna maakte ik het uit. Wat overbleef was een bijzondere vriendschap die tot op de dag van vandaag stand heeft gehouden, ook al zien we elkaar weinig. Ik heb hem en zijn vrouw verteld over de wachtlijst toen ik begin dit jaar op kraambezoek kwam bij hun derde kindje. Wat ik niet uitsprak was dat hij van al mijn mannelijke vrienden de enige is van wie ik eventueel donorschap zelf direct voor me zou kunnen zien. Ze leken nogal geschokt door mijn plannen. Ik heb het erbij gelaten. Maar alsnog een indirect zaadje planten kan geen kwaad.

En zo sta ik in tranen in de armen van een scharrel die me in de afgelopen maanden meer geraakt heeft dan ik wilde

Uitgerekend deze dagen krijg ik weer bericht van de man die ik eerder zelfs niet bij naam heb genoemd. Tinderman nummer 1. Met wie ik niets wilde en voor wie ik toch iets ging voelen, ook al was dat iets niet toekomstgericht. Die het in alle openheid vertelde toen hij een andere vrouw ontmoette met wie hij het gevoel had dat het best wel eens serieus kon gaan worden. Die inschatting bleek onjuist, zo blijkt nu. En ik weet dat het slecht is en dat ik het niet moet doen. Ik denk nog even aan Raoul, die ik nog niet gezien heb sinds ik terug ben, maar die wel degelijk weer meer interesse toont in berichtjes. Maar het maakt allemaal niet uit. Ik ben verdrietig en ik kan geen weerstand bieden. Dat uitgerekend hij nu informeert naar eventueel nieuws uit het ziekenhuis had ik niet verwacht. En zo sta ik in tranen in de armen van een scharrel die me in de afgelopen maanden meer geraakt heeft dan ik wilde. Hij houdt me vast en streelt mijn haar. ‘Zeg,’ begint hij, ‘Stel dat ik aan zou bieden om donor te zijn, zou je het dan overwegen?’

Heb je de vorige columns van Roos gemist, of wil je ze teruglezen? Dat kan hier.