Roos: ‘Het is zover, ik ga hem ontmoeten’

Nog 9 weken voordat het KID traject start

Persoonlijk

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vierendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Daarom staat ze inmiddels op de wachtlijst voor KID (Kunstmatige Inseminatie met Donorzaad). Over 12 weken is ze aan de beurt, maar liever nog dan alleen doet ze het samen. Ze zoekt haar prins. Een wit paard is geen vereiste, een Fiatje mag ook. De tijd begint te dringen. Lukt het haar om hem in 9 weken alsnog te vinden?

Status wachtlijst: nog 9 weken. 
Huidige dates: Tinderman & Raoul. 
Mogelijke zaaddonoren: Tinderman (39) & David (61). 
Op de donorwishlist: Willem (35).

Ik weet niet zo goed wat ik ervan moet denken. Een man van 61 jaar als mogelijke donor. Dat was nou een optie die ik zelf nog niet bedacht had. Maar ik kan niet anders dan toegeven dat zijn mails geweldig zijn en mij nieuwsgierig maken. Hij schrijft over zijn familie en over zijn verleden. Over een huidig leven vol hobby’s en interesses. Met foto’s van hem als kind (cute!), hem als twintiger (niet onaantrekkelijk) en zijn kale zelf van tegenwoordig (niet helemaal mijn type, maar hé, hij is per slot van rekening 61). Hij klinkt sympathiek en gevoelig en heel weloverwogen in zijn besluit mij hierover te benaderen.

Wat mijn moeder betreft stop ik met afwegen en ga ik gewoon van start

Maar jemig, was er een paar maanden geleden niet iets in het nieuws over de risico’s op aangeboren afwijkingen bij oud zaad? Ik bel een goede vriend die in opleiding is tot gynaecoloog. Hij weet het niet zeker, maar gaat het voor me uitzoeken. ‘Maar,’ voegt hij toe, ‘Wat wil je nou, elke zwangerschap brengt risico’s met zich mee.’ Ik weet het en hij heeft gelijk. Maar mag ik niet even de tijd nemen om deze onverwachte wending op me in te laten werken en op een rijtje te krijgen wat voor mogelijke consequenties het kan hebben?

Mijn moeder is al lang en breed om. Wat haar betreft stop ik met alles tegen elkaar afwegen en ga ik gewoon van start. ‘Zijn zaad laten nakijken kun je dan altijd nog doen.’ Leuk en aardig allemaal, maar elke beslissing die ik maak kan consequenties hebben voor mijn kind. Ik wil dit goed doen. Ik wil dit zo graag goed doen. Maar hij klinkt boeiend en interessant. En het zou zomaar eens een optie kunnen zijn. Want alleen de mails die hij heeft geschreven bieden een kind al meer inzicht in dat waar hij vandaan zou kunnen komen dan de eerste zestien jaren zonder echte achtergronden van de donor bij KID via de spermabank. Dus we maken een afspraak. Ik ga hem ontmoeten, die 61-jarige David. Maandag al.

‘Als ik het hem nu niet vraag, dan misschien nooit meer’

En dan belt Willem. Eindelijk belt Willem. Of er al ontwikkelingen zijn, vraagt hij. Ik vertel over het aanbod van Tinderman (ook Willem heeft zijn twijfels). Over het aanbod van David. En hij praat mee, neutraal, als betrokken vriend. Uit niets blijkt dat hij mij op dit moment ook gaat aanbieden om donor te zijn. Een golf van teleurstelling overspoelt me. Heb ik toch de woorden in zijn e-mail verkeerd geïnterpreteerd. Maar terwijl we praten over de verschillende opties en alle overwegingen die erbij komen kijken, wordt de leeuwin in mij wakker. De vrouw die zich realiseert dat hij, mijn allereerste verkering van twintig jaar geleden, niet zomaar al tijden ergens achterin mijn gedachten suddert als potentiële donor. Hij is leuk, slim, grappig en muzikaal. Hij is een chaoot van hier tot Tokyo maar een goed, fijn mens en een geweldige vader voor zijn eigen drie kindjes. Hij is mijn oudste vriend en ik vertrouw hem volledig. Als ik het hem nu niet vraag, dan misschien nooit meer. Dus ik haal diep adem.

‘Doorgaan Roos, vraag verder’

Doorvragen

‘Weet je,’ begin ik, en ik hoor een kleine trilling in mijn stem, ‘Toen ik in je mail las dat je nadacht over mijn oproep vroeg ik me even af of dat misschien betekende dat je er ook zelf over nadacht. Als mogelijke donor zeg maar.’ ‘Klopt, dat kan ik niet ontkennen. Het is langsgekomen in mijn gedachten. Ik heb er alleen niet écht over nagedacht.’ Doorgaan Roos, vraag verder. ‘Zou het iets zijn waarvan je je zou kunnen voorstellen dat je het overweegt?’ ‘Ja, misschien wel. Maar er komt veel bij kijken. Tien jaar geleden was het een stuk minder complex geweest. Nu heb ik drie kinderen. Die krijgen er dan opeens een halfbroertje of -zusje bij. En daar vinden ze later misschien iets van. Ik ben getrouwd. Het is niet een beslissing van mij alleen.’ Ik weet het, natuurlijk weet ik dat. ‘Maar, ja, Roos, het in overweging nemen is wel het minste dat ik voor je kan doen.’ Mijn hart maakt een sprongetje.

En dan is het maandag. Ik zet mijn fiets neer voor het hotel waar we in de lobby hebben afgesproken. Een lege lobby met, zo zie ik door het raam, een kale wat oudere man die wat nerveus om zich heen kijkt. En me dan ziet staan. Ik loop naar binnen, waar ik opgewacht wordt door twee vriendelijke ogen, een grote glimlach en twee handen die mijn jas aanpakken. ‘Fijn je te zien Roos, kom zitten.’

Heb je de vorige columns van Roos gemist? Je kunt ze hier teruglezen.

Meer leuke content? Like ons op Facebook