Roos: ‘Het voelt als een klap in mijn gezicht’

Nog 13 weken (maar voor hetzelfde geld nog maar 5!) voordat het KID traject start

Persoonlijk

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vierendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Daarom staat ze inmiddels op de wachtlijst voor KID (Kunstmatige Inseminatie met Donorzaad). Over 15 weken is ze aan de beurt, maar liever nog dan alleen doet ze het samen. Ze zoekt haar prins. Een wit paard is geen vereiste, een Fiatje mag ook. De tijd begint te dringen. Lukt het haar om hem in 15 weken alsnog te vinden?

Soms stuit je onverwacht op nieuwe inzichten bij dat wat er op dat moment in je leven speelt. Ik zit klaarwakker in een donkere vliegtuigcabine, op weg terug naar huis. De laatste dagen in Kathmandu waren me eigenlijk wat te druk en lawaaierig geweest na de sereniteit van de bergen van de twee weken daarvoor. Het is goed om weer naar huis te gaan. Om me heen verkeert iedereen in diepe slaap. Om mijn buurman niet wakker te maken ben ik net met enig kunst- en vliegwerk over hem heen geklauterd om naar de wc te kunnen gaan.

Ja maar, ja maar…

Bij terugkomst op mijn plekje bij het raam heb ik nog dik anderhalf uur te doden. Toch maar even kijken wat voor films ze in het systeem hebben staan. Ik klik wat heen en weer. Daar, alsof hij speciaal voor mij vandaag in de collectie is geplaatst, prijkt de film waarover ik al zo vaak heb gehoord maar die ik nog nooit gezien heb. ‘He’s just not that into you’. Hoe ironisch. Ik grinnik van binnen als ik de film start, maar het lachen vergaat me snel als ik de vrouw op het scherm zich zie vastklampen aan Jan en alleman. Dit ben ik. Dit gaat over mij. ‘If a guy wants to go out with you, he will make it happen.’ Ik denk terug aan de verschillende mannen waaraan ik ging trekken (figuurlijk gesproken dan), in een verwoede poging het contact in stand te houden. Aan het contact met Raoul. De eerste weken was zijn interesse duidelijk. Hij stuurde aan op vervolgdates. Noemde me ‘schoonheid’ in zijn berichtjes, zei dat hij over me ging dromen, ook al was hij live soms wat terughoudend. Ergens in mijn vakantieweken is hij van toon veranderd. Heb ik zulke onflatteuze vakantiefoto’s gestuurd? Heeft hij iemand anders ontmoet? In de berichtjes van de laatste dagen ging hij er niet op in toen ik zei dat ik er naar uitkeek hem bij terugkomst weer te gaan zien. Noch op mijn voorstel om binnenkort een keer samen te gaan schaatsen. En ik? Ik begon te twijfelen maar probeerde het uit alle macht te verklaren, net zoals Gigi uit de film. Ja maar, hij heeft het ook heel druk op zijn werk. Ja maar, hij is gewoon niet altijd van de lieve woordjes. Hij wil gewoon niet te hard van stapel lopen, da’s juist wel schattig. En zolang hij tenminste nog af en toe appt zegt dat genoeg, toch? Toch…?

Ik ga zo doen wat ik het liefste zou doen als er überhaupt geen man in mijn gedachten zat

Even een stap terug

Pfff, niet te geloven. Het belletje rinkelt. He’s just not that into me. In ieder geval niet meer zoals eerst. Dat is op zich geen ramp. Eerlijk is eerlijk, de vraag was nog steeds ‘how much’ ik ‘into him’ was. Maar als de interesse van de ander eerder lijkt af te nemen dan die van jezelf voelt het ergens toch als een afwijzing. Dan maar even een stap terug en niet direct opnieuw aansturen op een ontmoeting. Niet gaan vissen naar het hoe en wat, iets dat ik meestal vrij snel doe. Ik ga zo doen wat ik het liefste zou doen als er überhaupt geen man in mijn gedachten zat. Zo meteen fijn lunchen en bijkletsen met mijn broertje. Mijn neus verstoppen in de zachte vacht van Karel. Met mijn chillbroek aan mijn foto’s uploaden van de afgelopen weken. Bellen met mijn ouders. Heel lang warm douchen. Vroeg mijn bed in vanavond. En in ieder geval niet direct beschikbaar zijn als hij me toch benadert.

Als het goed is ben ik nu écht bijna aan de beurt. Maar het is niet goed.

Langer wachten

Wachtend bij de bagageband scan ik kort het nieuws op mijn telefoon. ‘UMC Utrecht vermengde mogelijk zaadcellen in ivf-laboratorium.’ Laat ik uitgerekend daar nou op de wachtlijst staan. Eerdere suggesties van vrienden om zaad van een grote Deense spermabank aan te schaffen had ik resoluut opzij geschoven. Zo’n commerciële bank, je weet nooit of je wel het zaad krijgt dat ze beloven. Een academisch ziekenhuis, dát is tenminste betrouwbaar. Niet dat ik op een lijst sta voor IVF. Maar toch… Een dag later besluit ik te bellen. Dat was de afspraak die ik met mezelf had gemaakt. Na Nepal mag het weer. Als het goed is ben ik nu écht bijna aan de beurt. Maar het is niet goed. ‘We hebben al enkele maanden niemand kunnen oproepen van de wachtlijst.’ wordt me verteld. ‘Er zijn te weinig donoren en het zaad dát er is, moet na donatie altijd eerst een half jaar in quarantaine. De wachtlijst is lang. Maar misschien kun je in maart alsnog de oproep verwachten.’ Maart. Het valt volledig binnen de eerder gestelde wachttijd. En toch voelt het als een klap in mijn gezicht.

Heb je de vorige columns van Roos gemist, of wil je ze teruglezen? Dat kan hier.