Roos: ‘Hey’, zegt hij, en alleen al het horen van zijn stem doet me gloeien.’

Nog 18 weken (maar voor hetzelfde geld nog maar 10!)

Persoonlijk

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vierendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Daarom staat ze inmiddels op de wachtlijst voor KID (Kunstmatige Inseminatie met Donorzaad). Over 18 weken is ze aan de beurt, maar liever nog dan alleen doet ze het samen. Ze zoekt haar prins. Een wit paard is geen vereiste, een Fiatje mag ook. Lukt het haar om hem in 18 weken alsnog te vinden?

Nog 18 weken (maar voor hetzelfde geld nog maar 10!)

Al twee weken ben ik erin geslaagd geen contact op te nemen met hem, de man met wie ik niet wil zijn maar wiens parallelgedate me meer raakt dan ik zou willen. Af en toe moet ik aan hem denken. En ik heb niet stilgestaan, zoals ik mijn vriendinnen beloofde. Ik heb een tweede date gehad met Raoul, de andere man die ik via Tinder had ontmoet. Vier weken waren er alweer voorbijgegaan sinds ons eerste afspraakje. De drukte in mijn agenda is wat gaan liggen.

Bij een kroegje in de stad hebben we zitten kletsen naast de open haard. Hij lijkt best leuk. Slim, sportief, leuke vrienden, lange stabiele relatie in het verleden. Hij is open en gesloten tegelijk, laat niet het achterste van zijn tong zien, maar is ook zeker niet afwerend. Het is geen date waar de flirterigheid vanaf spat. Maar ook geen puur vriendschappelijke ontmoeting. We verkennen elkaar voorzichtig, zonder grote wensen of verwachtingen. En als we buiten bij onze fietsen staan en zijn gezicht de afstand tot de mijne overbrugt, is de kus die volgt net zo verkennend. Niet verlangend of gretig, meer nieuwsgierig, voorzichtig, onderzoekend.

Het is leuk. Niet direct vlinders-in-mijn-buik-leuk, maar gewoon wel echt leuk.

De zaterdag erop maken we een boswandeling. Opnieuw is het het onderzoekende dat de boventoon voert. Ontspannen, maar zeker niet vanzelfsprekend. Gereserveerdheid met oprechte interesse, zo zou ik het denk ik het beste kunnen omschrijven. Het is leuk. Niet direct vlinders-in-mijn-buik-leuk, maar gewoon wel echt leuk. En ik weet niet wat ik voel of wat ik moet voelen. Ik weet alleen dat ik diezelfde avond bij een vriendin boven een glas witte wijn vertwijfeld de gebeurtenissen van de laatste weken beschrijf en dat ik beschaamd ben vast te moeten stellen dat zelfs na deze dates mijn gedachten toch weer afdwalen naar ‘hem’. Ik ben vastbesloten mijn radiostilte voort te zetten, weet diep van binnen dondersgoed dat dit contact, dat langzaamaan getypeerd wordt door aantrekken en afstoten, niet voedend voor me is. Maar dan gaat de telefoon, de volgende middag.

Wandelschoenen inlopen

‘Hey’, zegt hij, en alleen al het horen van zijn stem doet me gloeien. ‘ Moet je je wandelschoenen nog steeds inlopen voor je vakantie? Zin in een wandeling?. En voor ik het weet zeg ik toe en meld ik me met een simpel berichtje af voor een afspraak met vrienden, die ik eigenlijk gepland had staan. Wel met een plan. Deze afspraak gaat de transitie worden naar iets dat platonisch is. Dit is mijn kans om duidelijk positie in te nemen, om te bespreken dat het beter is ons daten niet op dezelfde voet voort te zetten. Om mijn voornemen kracht bij te zetten, begroet ik hem zonder kus als we elkaar treffen bij de ingang van het bos. De avond valt sneller dan verwacht, het schemert al. We wijzen elkaar op bomen met knoesten als ogen die ons volgen. Op de paddenstoelen op de oude omgevallen boomstammen. We praten over van alles, maar de thema’s ‘daten’, ‘ons’, ‘zij’, en ‘liefde’ worden allemaal angstvallig vermeden.

Mijn zelfverzekerdheid uit het bos is nergens meer te bekennen. Voor ik het weet kleden we elkaar uit op mijn slaapkamer, vrijen we.

Zelfvertrouwen

Het is inmiddels bijna helemaal donker. Nog steeds is er geen enkel fysiek contact geweest. Zie je wel, denk ik trots, ik kan het wel. Als we terugkomen bij onze auto’s stelt hij voor om roti te halen. Hier moet ik nee zeggen. Maar dat doe ik niet. Ik zeg ja. En als we bij mij thuis klaar zijn met eten en hij me toch gaat zoenen, laat ik het toe. Mijn zelfverzekerdheid uit het bos is nergens meer te bekennen. En voor ik het weet kleden we elkaar uit op mijn slaapkamer, alweer. Vrijen we. Tot hij halverwege stopt en boven me blijft hangen. Secondelang kijken we elkaar aan. Verstild. Dan laat hij zich voorzichtig zakken en we eindigen in een innige omhelzing die minuten duurt.

Ik voel mijn ogen nat worden en probeer het nog tegen te houden, maar het heeft geen zin. Ik voel de eerste traan al langs mijn neus stromen en proef het zout op mijn lippen. Er is een verdriet en het baant zich een weg naar buiten. En als hij opkijkt door het sniffen van mijn neus en mijn betraande gezicht ziet, veegt hij voorzichtig de tranen van mijn wang. Hij vraagt niets, ik zeg niets. En zo, overmand door verdriet en verwarring, val ik in zijn armen in slaap.

Iets gemist of teruglezen? Hier vind je alle columns van Roos terug.

Meer leuke content? Like ons op Facebook