Roos: ‘Iemand schudt aan het bed, er is niemand, het bed schudt, shit een aardbeving’

Roos 16 dec 2016 Columns

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vierendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Daarom staat ze inmiddels op de wachtlijst voor KID (Kunstmatige Inseminatie met Donorzaad). Over 15 weken is ze aan de beurt, maar liever nog dan alleen doet ze het samen. Ze zoekt haar prins. Een wit paard is geen vereiste, een Fiatje mag ook. De tijd begint te dringen. Lukt het haar om hem in 15 weken alsnog te vinden?

‘Ik trek de voordeur achter me dicht, doe hem op slot en loop naar het station om de trein naar Schiphol te pakken. Dit is al jaren één van mijn favoriete momenten. Om mijn hals het paars-groene sjaaltje dat me al op zoveel reizen vergezelde. Zware bergschoenen aan mijn voeten, mijn paspoort in de aanslag. Even weg van mijn werk en van de decemberdrukte. Even weg van de mannen die ik date, soort van date, zou willen daten, zou moeten daten, of misschien juist beter niet zou moeten daten. Even weg van mijn – nog steeds papieren – agenda waar elke week rechts bovenaan staat hoeveel weken ik nog heb voor ik mag gaan starten. Gewoon weer even tijd voor mezelf, daar waar ik het beste tot rust kan komen, in de natuur.’

Tja, wie wil er ook kinderen

‘Raoul heb ik vijf dagen geleden voor het laatst gezien. Eigenlijk wilden we vrijdagavond nog wat afspreken, maar hij was de eetafspraak met drie oud-collega’s vergeten, die, omwille van kinderen, geregelde oppas en dat soort grappen, echt niet meer verzet bleek te kunnen worden. Tja, wie wil er ook kinderen.’

‘Ik kijk op mijn horloge. Zes uur, nog een kleine 2,5 uur voordat mijn vlucht vertrekt. ‘Toevallig al in de trein en zo in de buurt van Schiphol?’ app ik Raoul. Ik moet denken aan zijn eerdere verhalen dat hij soms zijn terugweg onderbreekt om ergens op Schiphol Plaza de volgens hem zo overheerlijke sushi te halen voor thuis. Hij is online, mooi. Ondertussen zoek ik mijn incheckbalie. Een berichtje komt binnen. ‘Pas tegen half acht,’ antwoordt hij, ‘dan ben je zeker al door de douane? :(’. Ik werp een blik op de rustige douanepost in de vertrekhal en schrijf hem terug dat het net moet gaan lukken. Ingecheckt en wel slenter ik vervolgens over het vliegveld. Ik ga in de rij staan voor een kop thee bij Starbucks, stap er weer uit omdat ik vier euro voor een beker heet water eigenlijk behoorlijk onzin vind, koop twee tijdschriften, bewonder een collectie hangslotjes die ik allemaal niet nodig heb en strijk uiteindelijk neer op de rood-witte meet-and-greet-kubus naast een man die, afgaande op zijn telefoongesprekken, geen idee meer heeft waar de persoon die hij van het vliegtuig zou halen zich nu zou moeten bevinden.

Waar blijft hij nou? Mijn berichtje wordt niet gelezen

Ik tel de minuten af. Kwart over zeven. Half acht. Vijf over half acht. Tien over half acht. Waar blijft hij nou? Mijn berichtje wordt niet gelezen. Net als ik hem wil bellen duikt hij vanuit totaal onverwachte hoek opeens op, pakt mijn gezicht vast en drukt zijn lippen op die van mij. ‘Dag reiziger!’. Hij glimlacht. ‘Laat eens zien, hoe je eruit ziet als je in backpackoutfit bent.’ Hij ritst mijn jack open, ik, minstens zo nieuwsgierig naar zijn verschijning in pak (zo zie ik hem anders nooit!), doe hetzelfde met zijn jas. We grinniken om ons wat ongebruikelijke gezamenlijke uitkleedritueel en plein public en maken er in precies hetzelfde tempo weer een aankleedritueel van, voordat ik richting de douane loop. ‘Laat je af en toe wat horen uit de bergen?’. Dat beloof ik. Nog een kus, de douanepoortjes door, een laatste zwaai en in tempo door naar mijn gate. Mijn vakantie is begonnen.

Mijn type niet

‘In Kathmandu aangekomen ontmoet ik de rest van de groep. We zijn maar met zijn zevenen. Eén stel, een vrouw die haar wat minder avontuurlijke partner voor deze weken even thuis heeft gelaten en drie mannen, waarvan twee in de dertig en een vijftiger. Het scannen gebeurt automatisch. De jongste van de dertigers lijkt leuk, maar wat stil. De oudste is minder mijn type. Er was ook een officiële singlereis, twee weken eerder. Hoewel het met werk niet goed te realiseren was, probeerde mijn moeder met al haar goede bedoelingen me te stimuleren daar toch voor te gaan, tot ik haar lieflijk attendeerde op het feit dat de enige aanmeldingen tot op dat moment twee vrouwen van middelbare leeftijd waren.’

De Himalaya

‘Na twee dagen vliegen we met een klein propellervliegtuigje de Himalaya in, waar we onze twaalfdaagse trektocht van start gaan. Het is waanzinnig. De vergezichten zo mooi. De wapperende gebedsvlaggetjes. Het lopen af en toe uitdagend, elke dag stijgen we een paar honderd meter, maar vooral heerlijk en rustgevend. Had ik thuis nog gedacht dat dit een perfect moment zou zijn om alles op een rijtje te zetten voor mezelf, tijdens het lopen denk ik vooral…niets. Noppes. Ik loop, ik haal adem, ik kijk rond. Ook wel eens fijn om niet na te denken. We zijn inmiddels gestegen tot een hoogte van ongeveer 3700 meter. De avonden en nachten in de guesthouses zijn koud, maar thermokleding, ultrawarme slaapzakken en eindeloze potten thee helpen. Diep weggekropen in mijn slaapzak, mijn muts op mijn hoofd, val ik in slaap.’

roos kathmandu

‘Het is nog pikkedonker buiten als we wakker worden gemaakt. Iemand schudt aan het bed. Maar er is niemand. Het bed schudt, de vloer schudt, de muren schudden. Ik schiet overeind, in paniek, zie mijn kamergenootje hetzelfde doen. ‘Shit, een aardbeving!’

Iets gemist of teruglezen? Hier vind je alle columns van Roos terug.

Reageer op artikel:
Roos: ‘Iemand schudt aan het bed, er is niemand, het bed schudt, shit een aardbeving’
Sluiten