Roos: ‘Ik ga een goede moeder zijn, ook in mijn eentje’

Persoonlijk

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vierendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Daarom staat ze inmiddels op de wachtlijst voor KID (Kunstmatige Inseminatie met Donorzaad). Over 30 weken is ze aan de beurt, maar liever nog dan alleen doet ze het samen. Ze zoekt haar prins. Een wit paard is geen vereiste, een Fiatje mag ook. Lukt het haar om hem in 30 weken alsnog te vinden?

Column #19: Nog 30 weken

Nog dertig weken. Van de buitenkant zie ik er nog precies zo uit als vier maanden geleden, maar van binnen begint er iets te veranderen. Te verschuiven. Heel geleidelijk aan, in kleine stapjes, maar het verschil is onmiskenbaar. De verkramping waarmee ik dit jaar mijn voorlopig laatste zoektocht naar mijn ‘droomman’ startte begint af te zwakken.

Zestien maanden was de indicatie die ik aanvankelijk kreeg toen ik op de wachtlijst voor donorinseminatie werd geplaatst. Dat is zo’n negenenzestig weken. Nu ben ik al over de helft. Als ik de balans opmaak kijk ik terug op twee teleurstellende date-avonturen die elk op hun eigen manier potentie leken te hebben, maar me uiteindelijk niet brachten wat ik zocht. En, niet te vergeten, een avondje uitgebreid zoenen met een leuke Canadees, gewoon, omdat het kon. Mijn missie is nog niet geslaagd en toch voel ik me alles behalve uit het veld geslagen.

Ik voel hoe ik langzaam maar zeker toegroei naar dat moment over zeven maanden dat die brief op de mat zal vallen

Ik voel me rustig. Krachtig. Ontspannen. Energiek. Ik kijk in de spiegel en zie twee heldere stralende ogen. Ik werk parttime en geniet van de tijd die overblijft om aandacht te besteden aan andere dingen die me blij maken. Ik prijs mezelf gelukkig met dierbare vrienden in mijn leven en een liefhebbend en betrokken ouderlijk gezin. Ik ben trots op de stappen die ik maak en heb gemaakt in de afgelopen maanden. En ik voel hoe ik langzaam maar zeker toegroei naar dat moment over zeven maanden dat die brief op de mat zal vallen. De brief waarin ik uitgenodigd word voor de vervolgafspraak in het ziekenhuis. Het moment waarop ik met kriebels in mijn buik in de wachtkamer plaats zal nemen, omdat ik weet dat ik in het half uur dat volgt zal mogen kiezen welke van de beschreven mannen op papier ik als geschikte donor zie. Waarna mijn moeder beneden in de hal me op zal wachten om ons nu al traditionele broodje kroket te gaan eten in het ziekenhuisrestaurant en ik haar kan vertellen over al die blauw-ogige, bruin-ogige, blonde, rossige, grote, kleine, donkere en blanke mannen uit de KID-‘catalogus’. Het moment dat ook ik bij de drogist een potje foliumzuur af zal gaan rekenen en met een zo neutraal mogelijk gezicht ovulatietests op de toonbank neer zal leggen.

Er zal geen man aan mijn zij staan die nerveus buiten de badkamer wacht als ik mijn zwangerschapstest doe

Ik wil dit graag. Zo ontzettend ongelooflijk onmogelijk graag. Het alleen gaan doen is geen schrikbeeld. Het zal niet altijd makkelijk zijn. Het proces op zich wordt al zo onvoorstelbaar spannend. Zal het me lukken, word ik zwanger? Hoe lang zal ik erop moeten wachten, twee maanden, vijf, misschien wel een jaar? Er zal geen man aan mijn zij staan die nerveus buiten de badkamer wacht als ik mijn zwangerschapstest doe. Ik zal mijn eigen beschuitje moeten pakken als ik ’s ochtends misselijk wakker word. Mijn eigen beslissing moeten maken over hoe ik wil bevallen en waar. Of ik de huisarts moet bellen of het toch nog even aan kan kijken. Er zullen tranen zijn als het me even te zwaar valt of als ik van vermoeidheid niet meer weet waar ik het zoeken moet. Het zal puzzelen worden als ik weer aan het werk ga.

Maar meer nog dan dit alles zal het geweldig zijn. Wij met zijn tweeën. Knuffelen, spelen, troosten, voeden, lachen. De wereld opnieuw ontdekken door de ogen van een minimensje. Fantastische mensen om me heen die af en toe kunnen inspringen als het nodig is. En ik weet dat ik het kan. Dat ik het in me heb. Ik ga een goede moeder zijn, ook in mijn eentje. Dus ja, ik zal echt nog wel wat mannen gaan ontmoeten de komende periode. Maar ik kan het ook alleen.

Meer van Roos lezen? Bekijk hier al haar columns>