Roos: ‘Ik lees zijn berichtje. Hij kan het niet, de risico’s zijn te groot’

Persoonlijk

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vierendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Daarom staat ze inmiddels op de wachtlijst voor KID (Kunstmatige Inseminatie met Donorzaad). Over 9 weken is ze waarschijnlijk aan de beurt, maar liever nog dan alleen doet ze het samen. Ze zoekt haar prins. Een wit paard is geen vereiste, een Fiatje mag ook. De tijd begint te dringen. Lukt het haar om hem in minstens 9 weken alsnog te vinden?

Status wachtlijst: terug naar minstens 9 weken
Huidige dates: Raoul
Mogelijke zaaddonoren: David (61)
Aantal zwangere vriendinnen: 4

‘Vertel, wat is er aan de hand?’ In de app had Raoul alleen met een ‘hmmm’ gereageerd toen ik tussen neus en lippen door aan mijn ‘rotdag’ had gerefereerd, maar nu we hier samen op de bank liggen blijkt dat mijn bewogen dagen hem niet ontgaan zijn. Het blijft iets raars hebben, daten terwijl ik tegelijkertijd zo doelgericht mijn stappen zet op het kinderwenspad. Daarom ben ik wat terughoudend in wat ik met hem deel en wanneer.

Een zijden draadje

Een paar keer heb ik het over de ‘mogelijke donor’ gehad, maar meestal ging hij er niet op in. Maar nu heb ik geen keuze. Ik kan onmogelijk vandaag met hem doorbrengen als ik niet kan vertellen over de afgelopen dagen. Mijn hoofd rust op zijn borst, zijn armen om me heen, een dekentje over mijn koude voeten. En dus vertel ik over David. Over de twijfelpunten die ik op sommige momenten gevoeld heb, maar vooral ook over hoe ver we al waren in het proces. En hoe alles nu opeens aan een zijden draadje hangt.

Raoul luistert en stelt zo nu en dan een vraag, terwijl zijn hand over mijn hoofd aait en hij er af en toe een kus op drukt. Ik merk dat hij zijn bedenkingen heeft bij de situatie zoals die nu is geworden. Bedenkingen die ik ook heb, maar waarvan ik niet goed weet hoe ermee om te gaan. Stel dat David tóch door wil gaan? Is het terecht dat zijn gemoedstoestand nu bij mij twijfels uitlokt? En wat als ík degene ben die besluit om onze plannen niet meer door te zetten, zal ik daar dan op een later moment spijt van krijgen?

Het is allemaal bijna binnen handbereik, maar toch zo ongrijpbaar

De rest van de dag laten we het onderwerp met rust. We bakken pannenkoekjes met oosterse kruiden en gaan naar het nieuwe Moco Museum waar nog steeds een expositie van Banksy is. Mijn blik blijft rusten op het graffitiwerk van een meisje dat haar hand verlangend uitsteekt naar een hartvormige ballon die door de wind wordt meegevoerd. Bijna binnen handbereik en toch zo ongrijpbaar. Ik voel me net dat meisje. Dan zie ik de titel van het werk. ‘There is always hope’. Ik voel me niet alleen dat meisje, ik bén dat meisje.

Risico’s

Als de volgende ochtend David’s naam op mijn telefoon oplicht, weet ik eigenlijk al hoe laat het is. ‘Het spijt me Roos.’ zegt hij. ‘Het heeft geen zin er een hele week overheen te laten gaan. Ik vind het verschrikkelijk, maar de risico’s zijn te groot voor me. Ik kan het niet doen.’ Als ik ophang wacht ik op de tranen, maar ze komen niet. Ik wacht op de boosheid, op de paniek, maar ze zijn er niet. Een beetje terneergeslagen voel ik me, dat wel.

Opluchting

Zes weken lang zo intensief in gesprek geweest en dan nu weer terug bij af. Hoewel, dat is niet helemaal waar. Want doordat we zo concreet in gesprek zijn geweest over het hoe en wat van een mogelijke donorconstructie weet ik veel beter wat ik wil dan zes weken geleden. En ik voel ook opluchting. Opluchting dat het nu in ieder geval duidelijk is. Dat ik niet voor een nieuw dilemma wordt geplaatst. Aan de muur hangt inmiddels een plaat van een meisje dat haar hand verlangend uitsteekt naar een hartvormige ballon die door de wind wordt meegevoerd. Bijna binnen handbereik en toch zo ongrijpbaar. ‘There is always hope’. En diep van binnen weet ik dat het klopt.

Lief kindje, je bestaat nog niet, maar we gaan elkaar wel vinden

Even zal ik op adem komen. De teleurstelling de ruimte geven. Maar dan ga ik verder. Misschien moet ik toch gaan overwegen zaad uit Denemarken te laten komen. Of contact opnemen met die vrijgezelle homoman, die ik oppervlakkig ken via vrienden en die had laten weten eventueel ook wel met me in gesprek te willen. Of misschien moet ik gewoon even helemaal niets. Simpelweg de klok zijn werk laten doen terwijl de wachttijd langzaamaan weer begint te slinken.

De enige juiste manier

Lief kindje, je bestaat nog niet, maar we gaan elkaar wel vinden. Ik weet nog niet goed hoe. Of waar. Maar ik beloof je, het komt goed. En als je er eenmaal bent, dan zal duidelijk zijn dat de manier waarop je bij me kwam, uiteindelijk de enige juiste was.

De vorige column van Roos gemist? Hier kun je ze allemaal teruglezen.