Roos: ‘Ik merk dat de spanning zich ontlaadt en krijg een brok in mijn keel’

Column #9 Nog 41 weken

Persoonlijk

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vierendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Daarom staat ze inmiddels op de wachtlijst voor KID (Kunstmatige Inseminatie met Donorzaad). Over 41 weken is ze aan de beurt, maar liever nog dan alleen doet ze het samen. Ze zoekt haar prins. Een wit paard is geen vereiste, een Fiatje mag ook. Lukt het haar om hem in 41 weken alsnog te vinden?

Column #9: Nog 41 weken

‘Je bent echt geen zeikerd Roos, ik zou daar ook superonzeker van worden.’
Vriendin Sanne is even binnengewipt voor een kop thee, samen met haar negen maanden oude dochtertje Puck. We zitten op een kleedje in het gras voor mijn huis met thee en slagroomsoesjes. Ik ben blij en dankbaar dat de kinderen van mijn beste vrienden vooral liefde en trots in me oproepen en dat de jaloezie of pijn slechts af en toe de kop opsteekt en niet de overhand heeft. Kleine mooie mini-mensjes die voor de helft bestaan uit iemand die mij zo dierbaar is, hoe bijzonder is dat.

Met blosjes op haar bolle babywangetjes kruipt ze enthousiast richting het fascinerende harige monster

Puck volgt met grote ogen de likkende bewegingen van Karel, mijn kat, die altijd de gezelligheid opzoekt en zich ook nu naast ons in het gras gevleid heeft. Met blosjes op haar bolle babywangetjes kruipt ze enthousiast richting het fascinerende harige monster, dat op zijn beurt zo schrikt van deze toenaderingspoging dat hij wegspringt en een paar meter verderop in alle rust zijn schoonmaakbeurt hervat. De symboliek van dit gebeuren brengt me terug naar het eigenlijke gespreksonderwerp, hoewel ik deze leuke nieuwe man in mijn leven niet direct zou betitelen als een fascinerend harig monster. Wat krullend borsthaar daargelaten, maar stiekem vind ik het heerlijk om daar een beetje mee te spelen als ik in zijn armen in bed lig.

‘Jij bent mijn vriendinnetje, toch?!’ zei hij een paar dagen geleden. Nonchalant, in een bijzin, het was bijna meer een retorische vraag. Met eenzelfde soort vanzelfsprekendheid wint hij mijn vriendinnen voor zich als hij voorstelt binnenkort een keer voor ons allemaal te gaan koken. Een keer uit eten met mijn ouders, fantaseren over een mogelijke vakantie in augustus, het zijn allemaal zijn ideeën. Maar voor ik de kans heb gekregen om volledig weg te zweven op die groeiende roze wolk, is die lieve kant van hem opeens weer dagen van de radar. Krijg ik korte koele berichtjes. Gematigd enthousiaste reacties. Geen ‘liefje’ meer, of ‘schatje’. Waardoor mijn berichtjes opeens volledig uit de toon lijken te vallen. Maar ik heb helemaal geen zin om mijn enthousiasme continu af te stemmen op zijn nabijheid of afstandelijkheid. Dat etentje met mijn ouders mag wat mij betreft nog wel even wachten, maar op de dagen dat hij amper van zich laat horen transformeren de kriebels in mijn buik zich tot onrustig makende bliksemschichten.

Het is het spel van verleiden en aantrekken dat nog wat meer vorm moet krijgen

Ik besluit het te bespreken met mijn coach.
‘Je zou eens kunnen kijken of er meerdere manieren mogelijk zijn om te voelen dat jullie elkaar dierbaar zijn.’ zegt ze, ‘Het is het spel van verleiden en aantrekken dat nog wat meer vorm moet krijgen. En in je hoofd begint het met loslaten van het moment waarop en de vorm waarin.’
Ik weet zelf heus wel dat ik hier niet volledig ontspannen in sta. Maar moet ik nog steeds semi-hard-to-get gaan spelen als hij al heeft benoemd dat ik zijn vriendinnetje ben? Dat voelt zo niet passend bij wie ik ben. Of is dat precies waarom ik op mijn 34e nog steeds single ben? Zijn dit vaardigheden in het liefdesspel die ik nooit heb ontwikkeld? Sanne wuift al mijn gedachtenspinsels weg.
‘Je bent hartstikke leuk Roos. En nee, je bent geen liefdesdodo. Als het goed zit, zit het goed. Bespreek het gewoon even met hem.’

Hij kijkt me verbaasd aan wanneer ik het onderwerp aansnijd. Voorzichtig benoem ik dat wat ik de laatste weken ervaar. Het contrast tussen zijn lieve nabijheid enerzijds en zijn koele afstandelijkheid op andere momenten. Dat ik het lastig te duiden vind en er ook wat onzeker van word. En benieuwd ben hoe dat voor hem voelt.
‘Mijn interesse in jou is oprecht, ik kan je verzekeren dat het niets met jou te maken heeft.’
Ik merk dat de spanning zich ontlaadt, krijg een brok in mijn keel en tranen in mijn ogen. Hij pakt mijn hand en geeft me een kus. Twee ontspannen uren volgen. Ik ben zo opgelucht dat ik het heb aangekaart. Al die hersenspinsels om niets. Ik ben Roos en ik heb een vriendje. Een vriendje!

Dat gesprek hè dat we hadden…

De opluchting blijkt van korte duur.
‘Dat gesprek hè dat we hadden.’ Hij kijkt zoekend en opeens is daar ook weer het zenuwtrekje rond zijn mond.
‘Ik heb het gevoel opeens aan allerlei verwachtingen te moeten voldoen, het is nu gelijk zo’n ding. Het voelt best wel beknellend.’

Wil je reageren op de column van Roos? Dat kan hier>

Is dit het moment om te vertellen over mijn zelf vastgestelde leeftijdsgrens van 35 jaar, bang dat mijn vruchtbaarheid achteruit keldert als ik langer wacht? Over mijn plek op de KID-wachtlijst? Is openheid nu goed of creëer ik er alleen maar ongewenste spanning mee? Ondertussen tikken de seconden verder. Lees de vorige column van Roos hier

Meer leuke content? Like ons op Facebook