Roos: ‘In de trein naar huis voelt het alsof elke vezel van mijn lijf de samba danst’

Persoonlijk

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vierendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Daarom staat ze inmiddels op de wachtlijst voor KID (Kunstmatige Inseminatie met Donorzaad). Over 6 weken is ze waarschijnlijk aan de beurt, maar liever nog dan alleen doet ze het samen. Ze zoekt haar prins. Een wit paard is geen vereiste, een Fiatje mag ook. De tijd begint te dringen. Lukt het haar om hem in minstens zes weken alsnog te vinden?

Status wachtlijst: terug naar minstens 4 weken 

Huidige dates: Raoul 

Mogelijke zaaddonoren: Floris

Zwangere vriendinnen: Liza (Deense donor, 20 weken), Maartje (homostel, 19 weken) en Jory (gewoon van haar vriend, 31 weken)

In de dagen die volgen op het gesprek met Raoul over ons samenzijn, of eigenlijk, vanuit hem gezien vooral over ons niet-samenzijn, besluit ik even wat afstand te nemen. Ik heb totaal geen zin meer om dag in dag uit oppervlakkige berichtjes heen en weer te blijven sturen. Bovendien heb ik even belangrijker dingen aan mijn hoofd. Mijn derde afspraak met Floris.

Basis van vertrouwen

We ontmoeten elkaar in een Indiaas restaurant. Het is druk geweest op mijn werk en mijn keel doet zeer, maar wat heb ik uitgekeken naar vanavond. Twee weken zijn er verstreken sinds onze laatste afspraak en ik heb er echt een goed gevoel bij. Het is fijn hem via die vrienden al langer te kennen, het geeft me een basis van vertrouwen. Ik heb de afgelopen maanden helder gekregen hoe ik het voor me zie, hij kan zich daar in vinden en vindt het net als ik belangrijk dat we onze afspraken bij een notaris vast zullen laten leggen. Het is een leuke lieve vent, mijn intuïtie is op geen enkel moment gaan steigeren en… hij heeft zijn vruchtbaarheid ruimschoots bewezen met zijn eerdere donoractiviteiten.

Wensmoeder bijbel

Terwijl ik ietwat overenthousiast de papadum met mangochutney aanval, blijkt dat er ook bij hem geen twijfels zijn ontstaan in de tussentijd. Ik pak een boek erbij. ‘Geen partner, wel een kinderwens’. Toen ik anderhalf jaar geleden de wereld van het in je eentje moeder worden begon te ontdekken, was dit het boek dat mijn hand vast pakte, me influisterde dat het kon en me hoofdstuk voor hoofdstuk meetrok om me meer te leren over alle mogelijkheden en aandachtspunten. Mijn wensmoeder bijbel die me liet zien dat ik niet alleen was met mijn droom. Die alle kanten van het spectrum belichtte. Die liet zien hoe alleenstaand moederschap uitdagend, pittig en eenzaam kan zijn. Maar vooral ook inspireerde en toonde hoe mooi het kan zijn en wat een intens geluk het met zich mee kan brengen.

De geroosterde tomaatjes in een pittige saus vormen een mooi decor voor het uitdenken van het insemineren

Ik blader naar het eind van het boek waar een lijst met vragen staat die je met een bekende donor door kunt nemen. ‘Kijk, dit is een handig lijstje. Zullen we ze afgaan?’. Juist op dat moment wordt er allerlei lekkers voor ons op tafel gezet. Floris laat zich er niet door afleiden. ‘Natuurlijk, dat kunnen we gewoon tijdens het eten doen, toch?’. En zo werken we vier pagina’s vragen door. Kip Tandoori blijkt prima samen te gaan met een gesprek over wie in onze omgeving op de hoogte mag zijn van het een en ander en de geroosterde tomaatjes in een pittige saus vormen een mooi decor voor het uitdenken van het insemineren zelf.

Tromgeroffel op de tafelrand

Hij woont zestig kilometer bij me vandaan, dus eigenlijk is het beter als het insemineren gebeurt op dezelfde plek waar hij zijn ding doet. Maar waar gaan we dat dan doen, hoe vaak per cyclus en na hoeveel pogingen nemen we een moment om even te evalueren waar we staan? Als we bij de laatste vraag aankomen zijn we anderhalf uur verder. En nergens wringt het. ‘Weet je Floris’, zeg ik, ‘Ik zie het wel zitten om dit samen aan te gaan.’ Hij glimlacht. ‘Ik ook.’ Van enthousiasme doen mijn vingers een tromgeroffel op de tafelrand. De ober kijkt verbaasd toe van achter de bar. Floris steekt zijn vuist over de tafel in de lucht. ‘Dus. Zullen we er voor gaan?’. Ik beantwoord zijn uitgestoken vuist met een boks en een grote glimlach. ‘Yes!’.

In de trein naar huis voelt het alsof elke vezel van mijn lijf de samba danst

In de trein naar huis voelt het alsof elke vezel van mijn lijf de samba danst in stilte en dat iedereen dat aan me kan zien. Ik heb een donor! Sterker nog, we gaan proberen om ons donorcontract zo snel mogelijk in orde te maken om bij mijn eerstvolgende eisprong te gaan beginnen. Mijn keelpijn trekt inmiddels door naar mijn oren en ik voel me rillerig. De thermometer thuis bevestigt mijn vermoeden. Daverende koorts. Maar het maakt me niets uit. Ik heb een donor!

De vorige column van Roos lees je hier terug. Al haar andere columns over haar zoektocht naar een donor vind je hier.

Meer leuke content? Like ons op Facebook