Roos: ‘Is het verkeerd om al zo te dromen over een kindje dat er nog niet is?’

Roos 21 okt 2016 Columns

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vierendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Daarom staat ze inmiddels op de wachtlijst voor KID (Kunstmatige Inseminatie met Donorzaad). Over 23 weken is ze aan de beurt, maar liever nog dan alleen doet ze het samen. Ze zoekt haar prins. Een wit paard is geen vereiste, een Fiatje mag ook. Lukt het haar om hem in 23 weken alsnog te vinden?

Nog 23 weken (maar voor hetzelfde geld nog maar 15!)

Mijn lieve Syrische vrienden krijgen één wollig berenpakje minder. Het tweede berenpakje heeft een plekje gekregen tussen de andere heimelijk verstopte toekomstige babyspulletjes in mijn cadeaukist. Net als het knuffeltje dat in drievoud aanwezig bleek te zijn in de bergen tassen die mensen meegaven. Is het verkeerd om al zo te dromen over een kindje dat er nog niet is? Sterker nog, dat nog niet eens verwekt is? Is het dom om in gedachten al zoveel bezig te zijn met een kindje waarvan de helft van het genetisch materiaal op dit moment nog ergens in de kelder van een ziekenhuis in een rietje ingevroren zit op zo’n -196 ⁰C? Dat laatste is dan wel weer mooi meegenomen, als een zaadje onder zulke erbarmelijke omstandigheden blijkt te kunnen overleven is er een grote kans dat het een goede aanvulling is op mijn koukleumerige DNA.

24 halfbroertjes en -zusjes, 24 mama’s (of een aantal minder) en slechts één biologische vader. Bizar…

Zonder dollen, er zijn straks echt maar een paar dingen die ik te weten kom over de producent van ‘het zaadje’. Een aantal uiterlijke kenmerken. Zijn opleidingsniveau. En, als meest mindblowing gedachte: hoeveel kinderen er al verwekt zijn met zijn sperma. Volgens de huidige wetgeving rond spermadonorschap mag een donor niet meer dan 25 kinderen op deze wijze verwekken. Kortom, het zou zomaar zo kunnen zijn dat mijn toekomstige kind op een dag door één of ander speelparadijs rent en dat daar een halfbroertje of -zusje aanwezig is, zonder dat we ons dat bewust zijn. Dat er op een gegeven moment 24 kindjes rondlopen met het zelfde neusje of kinnetje. Stel je eens voor, 24 halfbroertjes en -zusjes, 24 mama’s (of een aantal minder) en slechts één biologische vader. Bizar…

En dan is er nog iets. Stel nou dat ik een kindje krijg dat niet gezond is? Een kind met een ernstige geestelijke of lichamelijke handicap. De gedachte om ook dan het ouderschap alleen op me te nemen, jaagt me zoveel angst aan dat ik elke ovulerende eicel, wiens komst ik natuurlijk al tijden nauwgezet bijhoud in een daarvoor ontworpen app, bijna terug naar binnen zou willen duwen. Dat is het enge, je weet niet wat je te wachten staat.

Hoe doe je dat, in je eentje de totale verantwoordelijkheid dragen voor een kind?

Met zoveel gezonde kinderen die om me heen zijn geboren in de afgelopen jaren moet er toch op een gegeven moment ook een kind geboren worden dat niet gezond is? Betekent dat dat ik misschien daarvoor aan de beurt ben? Maar ook als je met zijn tweeën bent en een kind krijgt weet je niet wat de toekomst brengen zal. Net zoals ik morgen onder een auto kan liggen. Wat me bijzonder onaangenaam lijkt, dat moet ik dan wel weer zeggen. Of erger nog, wat als ik wel een gezond kind krijg en dán op een druilerige dag door een auto wordt geschept? Hoe doe je dat, in je eentje de totale verantwoordelijkheid dragen voor een kind? En mag je dat een kind wel ‘aandoen’, vanuit je eigen grote kinderwens hem of haar geboren laten worden met slechts één aanwezige ouder met oog op alle extra risico’s die dat met zich meebrengt? Af en toe vind ik dit hele proces zó ontzettend spannend…

Iets gemist of teruglezen? Hier vind je alle columns van Roos terug.

Reageer op artikel:
Roos: ‘Is het verkeerd om al zo te dromen over een kindje dat er nog niet is?’
Sluiten