Roos: ‘Hij ziet de komende jaren anders. Hij hoeft niet per se een kind’

Persoonlijk

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vierendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Daarom staat ze inmiddels op de wachtlijst voor KID (Kunstmatige Inseminatie met Donorzaad). Over 6 weken is ze waarschijnlijk aan de beurt, maar liever nog dan alleen doet ze het samen. Ze zoekt haar prins. Een wit paard is geen vereiste, een Fiatje mag ook. De tijd begint te dringen. Lukt het haar om hem in minstens zes weken alsnog te vinden?

Status wachtlijst: terug naar minstens 5 weken 

Huidige dates: Raoul 

Mogelijke zaaddonoren: Floris

Zwangere vriendinnen: Liza (Deense donor, 19 weken), Maartje (homostel, 18 weken) en Jory (gewoon van haar vriend, 30 weken)

Hij kan wel zeggen dat ik teveel nadenk, maar Raoul is de laatste tijd echt niet te peilen. Hij appt me dagelijks en toch voel ik een afstand. Geen ‘Goeiemorgen sunshine’ meer, geen ‘Slaap lekker prinses’. Hier en daar een kus, dat wel. En ik loop vast in dezelfde gedachten als toen ik terugkwam uit Nepal. Is er sprake van Mars versus Venus of is het alsnog een gevalletje He’s just not that into you?

Met een volle week voor de boeg stel ik alvast voor om in het weekend de zaterdag door te brengen, al dan niet voorafgegaan door de vrijdagavond. ‘Zaterdag kan! Leuk!!’. Twee uitroeptekens achter de leuk, maar geen woord over de vrijdagavond. Wat is dat toch? En als ik later in een berichtje voorstel om binnenkort een keer samen een weekendje weg te gaan, zo nodig gewoon met losse bedden zodat hij goed kan slapen, blijft een reactie helemaal uit. ‘Good morning, ik was gisteren al vroeg in dromenland. Spreek je later. Kus!’ Wat nou ‘spreek je later?’. Hork. En ik baal ervan dat het me raakt.

Naast hem wakker worden

Maandenlang heb ik los en ontspannen kunnen daten. Zonder grote wensen of verwachtingen. Sterker nog, ik vond het fijn zo. Maar nu, na bijna een half jaar, wil ik meer. Ik begin voorzichtig gevoelens voor hem te krijgen en ik wil de kans krijgen om uit te zoeken hoe het samen zou kunnen zijn. Ik wil naast hem in slaap vallen en naast hem wakker kunnen worden. Echt niet elke dag, gewoon, zo af en toe. Ik wil zo graag ontdekken wat voor wereld er schuil gaat onder dat stabiele formele stressbestendige schild. Ik wil meer zien van de Raoul waarmee ik deze winter een sneeuwpop maakte. Ik wil meer praten over de dingen waar het voor mij in het leven écht om gaat. En dat alles maakt dat ik me opeens veel meer aantrek van wat hij schrijft in zijn berichtjes, of eigenlijk vooral van wat hij niet schrijft, doet of zegt. Maar volgens hem denk ik teveel na. Hij heeft me eerder lief genoemd. Mooi. Bijzonder. Liefdevol. Maar hoe ik dat moet duiden, ik heb geen flauw benul.

‘Ik zou willen onderzoeken of het kan, een relatie, hij en ik’

Als het weekend daar is, voel ik dat het tijd wordt om het gesprek opnieuw aan te gaan. En als we door de polder lopen, hand in hand, met de snijdende wind in ons gezicht, kaart ik het aan. En dan komt het hoge woord eruit. Ik heb het me niet verbeeld. ‘Ik voel dat je dichterbij komt en ik weet niet of ik dat wil. Een weekendje weg, maar ook gewoon samen slapen, het is me allemaal te dichtbij.’ Ik ben stil en kijk hem vragend aan. ‘Ik weet niet of het tussen ons zou werken op de langere termijn. En misschien ben ik ook bang voor de teleurstelling als het mis zou lopen.’ Ik denk na, op zoek naar de juiste woorden. ‘Maar Raoul, ik vraag je toch niet om met me te trouwen? Ik heb ook heus wel mijn twijfels of het tussen ons zou werken op de lange termijn. Maar ik ben nieuwsgierig naar hoe het zou kunnen zijn. Ik heb de afgelopen maanden gewoon heel fijn gevonden,’ ‘Ik ook, anders zou ik hier toch niet met je lopen?’ onderbreekt hij me. ‘Oké, maar ik zou willen ontdekken of we het leuk zouden kunnen hebben samen als we iets meer de diepte ingaan. Ik zou willen onderzoeken of het kan, een relatie, jij en ik.’

De aap uit de mouw

Hij zegt dat dit precies de reden was waarom hij het onderwerp niet ter sprake wilde brengen, om niet een moeilijk gesprek te hebben. Dat we het toch leuk hebben samen en waarom het niet gewoon op die manier verder kan gaan. En opeens komt er nog een aap uit de mouw. ‘Weet je Roos, het is ook best ingewikkeld met jouw kinderwens. Straks ben je misschien wel zwanger. Van een kind dat niet van mij is. En bovendien zie ik de komende jaren heel anders voor me. Ik hoef zelf niet zo nodig een kind. En een relatie met een vrouw met een kind zie ik best voor me, als het kind maar wel wat ouder is en niet in de luiers.’

Bijzondere dag

BAM. En opeens word ik heel rustig. ‘Als dát is wat er speelt, dan is het toch duidelijk? Dan houdt het hier gewoon op.’ Hij kijkt me aan. ‘Nou ja, dit is toch ook pas de eerste keer dat we het erover hebben? Ik moet er misschien ook gewoon over nadenken.’ Ik snap deze man niet. Thuisgekomen kruipen we op de bank. Hij trekt me op schoot, zijn lippen zoeken de mijne. Ik zoen terug en probeer mijn gedachten tot rust te brengen. ‘Was fijn je weer te zien vandaag, ondanks maar ook dankzij ons wat moeilijke gesprek’ stuur ik hem voor het slapen gaan. De volgende ochtend lees ik zijn antwoord. ‘Was een bijzondere dag. Truste. X’.

De vorige columns van Roos gemist? Hier lees je ze allemaal terug.

Meer leuke content? Like ons op Facebook