Roos: ‘Moeder worden doe je van een kind, niet van je partner’

Persoonlijk

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vierendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Daarom staat ze inmiddels op de wachtlijst voor KID (Kunstmatige Inseminatie met Donorzaad). Over 35 weken is ze aan de beurt, maar liever nog dan alleen doet ze het samen. Ze zoekt haar prins. Een wit paard is geen vereiste, een Fiatje mag ook. Lukt het haar om hem in 35 weken alsnog te vinden?

Column #15: Nog 35 weken

Bijna dagelijks stuurt hij een foto of een berichtje, de violist. En bijna dagelijks stuur ik wat terug. Geen overmatig geflirt en toch een teken dat hij net zo regelmatig even aan mij moet denken als ik aan hem. Best een goed teken, toch? Eva is het in ieder geval met me eens. We tuffen in een fluisterbootje door een stereotiep Nederlands landschap van weilanden, koeien en elektriciteitsmasten, gewapend met de primaire levensbehoeften op het water: zonnebrand, maaltijdsalades en chips.

Ik krijg er vooral de slappe lach van en ben vooral opgelucht dat ik in het echt iets minder stuurloos door het leven ga

Als ik aan de beurt ben om aan het roer te gaan zitten trek ik de helmstok consequent de verkeerde kant op, waardoor ik de neus van ons bootje laat meegenieten van alle gras- en rietsoorten die de oever te bieden heeft. Eva kijkt me aan of ik niet goed bij mijn hoofd ben, ik krijg er vooral de slappe lach van en ben vooral opgelucht dat ik in het echt iets minder stuurloos door het leven ga.

Als ik al mijn dateavonturen van de laatste tijd uit de doeken heb gedaan, steekt zij van wal. Toen haar lange relatie anderhalf jaar geleden op de klippen liep had ze slechts twee tinderscharrels nodig om vervolgens alweer iemand tegen het lijf te lopen waarmee het serieus werd. Een paar maanden later trok ze bij hem in en die relatie is inmiddels zo steady dat onze gesprekken het zwijmelstadium allang voorbij zijn en nu gaan over de hobbels en irritaties die een langere relatie ook af en toe met zich meebrengt. Best confronterend soms.

Niet dat ik nou zo verlang naar hobbels en irritaties, maar soms heb ik best even moeite met de vanzelfsprekendheid waarmee sommige vrouwen in mijn omgeving nieuwe relaties opbouwen, trouwen of kinderen krijgen, terwijl ik in dezelfde periode meerdere korte relaties van enkele maanden in rook heb zien opgaan. Maar het heeft geen zin om daarover te gaan zitten piekeren. Het is zoals het is. Ik weet inmiddels waar ik in het verleden vaak steken heb laten vallen bij het kiezen van de mannen met wie ik die relaties aanging. En bovendien vergeet ik ook wel eens dat niet iedere relatie zo geweldig is als het van de buitenkant lijkt.

Een aantal aandachtspunten heb ik inmiddels helder. Ik moet minder begripvol zijn naar mannen die hun leven onvoldoende op orde lijken te hebben, ook als ze heel leuk zijn. De kans dat het niet een tijdelijk maar een chronisch probleem is, is aanzienlijk. En nee, ik kan dat niet veranderen. Moeder worden doe je van een kind, niet van je partner.

…niet na een jaar tot de conclusie komen dat ik dat onbestemde gevoel in het begin wat serieuzer had moeten nemen

Als tweede, intuïtie. Meer vertrouwen op mijn onderbuikgevoel. Dat toelaten en met aandacht bekijken en niet na een jaar tot de conclusie komen dat ik dat onbestemde gevoel in het begin wat serieuzer had moeten nemen. En daarvan afgeleid is nummer drie, de manier waarop ik het over hem heb bij familie en vrienden. Als de gesprekken al in de beginfase de vorm aannemen van opmerkelijke situaties en lichte twijfels, steevast gevolgd door de hekkensluiter ‘…maar verder hebben we het écht heel erg leuk’, dan zou er toch ergens een belletje moeten gaan rinkelen.

Hij is terug in het land, de violist. Heeft zaterdag toevallig orkestrepetitie bij mij om de hoek. Of ik hem in zijn langere pauze gezelschap kom houden. Vooralsnog geen intuïtief donderwolkje aan de lucht. Kom maar op met die tweede date!

Wil je reageren op de column? Dat kan hier!

‘Als hij me zo niet leuk vindt, dan niet, maar dit is hoe ik meestal ben’ Lees de vorige column van Roos >