Roos: ‘Soms lijkt de tijd zo on-ge-lo-fe-lijk lang-zaam te gaan’

Roos 7 okt 2016 Columns

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vierendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Daarom staat ze inmiddels op de wachtlijst voor KID (Kunstmatige Inseminatie met Donorzaad). Over 25 weken is ze aan de beurt, maar liever nog dan alleen doet ze het samen. Ze zoekt haar prins. Een wit paard is geen vereiste, een Fiatje mag ook. Lukt het haar om hem in 25 weken alsnog te vinden?

Column #24: Nog 25 weken (maar voor hetzelfde geld nog maar 17!)

Mijn gedachten, mijn gevoelens, alles fluctueert. De hele godganse tijd. Ze zeggen dat zwangere vrouwen onder invloed van hormonen zo onvoorspelbaar kunnen zijn als wat en ik vraag me af of er hormonaal iets soortgelijks gebeurt als je in gedachten zoveel bezig bent met het thema zwangerschap. Zou je op die manier je hormoonspiegels onbewust kunnen beïnvloeden, net zoals borstvoedende vrouwen moedermelk kunnen gaan lekken puur door te denken aan hun kleintje? Wat het ook is, Roosje Wispeltuur heeft haar intrede gedaan en het ziet er niet naar uit dat ze voorlopig van plan is om weg te gaan.

Het zijn twee specifieke thema’s die met regelmaat de kop op komen steken en de frequentie waarin en de hevigheid waarmee lijken bijna niet beïnvloedbaar. Als eerste is daar mijn geduld, in goed Roosiaans Nederlands ook wel bekend als ongeduld, met oog op de resterende wachttijd. Wat moet je nou met een wachttijd van veertien tot zestien maanden? Dat is net alsof je een kleuter kruisjes laat zetten om af te tellen tot zijn verjaardag en er dan een extra kalendermaand naast hangt. ‘Kijk schatje, daar waar de 20 staat ben je jarig, maarrr….het kan ook pas halverwege dit volgende blaadje zijn.’

De gedachte dat ik misschien over zeventien weken al opgeroepen wordt, is zó overweldigend

Uit zelfbescherming zou het waarschijnlijk wijs zijn om me te richten op de langst mogelijke wachttijd, zodat het alleen nog maar mee kan vallen. Maar de gedachte dat ik misschien over zeventien weken al opgeroepen wordt is zó overweldigend, dat het niet zo goed lukt om te denken in termen van zelfbescherming. Af en toe is er een aantal dagen dat het me niet zo bezighoudt. Dat zijn de fijnste dagen. Gewoon mijn dingen doen. Werk, vrienden, sporten, opruimen (dat laatste zeg ik meer voor de vorm overigens, ik ben een notoire rommelkont). Maar met een vriendenkring waar vrijwel iedereen op de hoogte is van mijn plannen is er altijd wel iemand die tussendoor even informeert hoe het er eigenlijk voor staat met mijn wachtlijst. En soms lijkt de tijd dan zo on-ge-lo-fe-lijk lang-zaam te gaan.

Thema nummer twee komt vast niet als een verrassing. Mannen. Altijd weer die mannen. Het ene moment weet ik zeker dat ik voorlopig alle manwezens even laat voor wat ze zijn, twee dagen later hoor ik mezelf dingen zeggen die daar volledig tegenin druisen. En het ergste van alles is, in beide situaties voelt dat wat ik zeg in dat moment volledig kloppend. Ik kan nog zo standvastig beweren dat ik het even ‘helemaal gehad heb met dat daten’, als ik in de rij in de supermarkt een stelletje zie waarvan de man speels een lok haar achter haar oor schuift en liefdevol zijn lippen op haar voorhoofd drukt en ik ben verloren.

Een verlangen naar de magie als je elkaar in de ogen kijkt en voelt dat het goed is

Omdat het diep van binnen raakt aan dat diepe verlangen naar intimiteit en geborgenheid. Een verlangen naar liefde. Naar lange zondagochtenden kletsend in bed, of hand in hand door het bos slenteren, pratend of juist in stilte. Naar de magie als je elkaar in de ogen kijkt en voelt dat het goed is. Het is alleen de weg daar naar toe die zo hobbelig blijkt. Verschillende verwachtingen, contrasterende karakters, wederzijdse onzekerheden, zoektochten door oerwouden van emoties die geplant zijn in het verleden… Het zijn die aspecten die zoveel energie kosten en die ervoor zorgen dat ik af en toe weer even afstand neem van de wens een man te ontmoeten waarmee het wél lukt, waarmee het wél past.

In die woelige baren van wispelturigheid blijft mijn kinderwens fier overeind staan.

Gelukkig zijn er ook zekerheden. In die woelige baren van wispelturigheid blijft mijn kinderwens fier overeind staan. Windkracht negen, het deert me niet. En ook het pad dat ik nu bewandel blijft passend voelen. De twijfels en onzekerheden die de wachttijd en mijn verhouding tot mannen in me oproepen zijn eigenlijk niet zo vreemd in deze context. En misschien zit de kracht hem niet in het weg willen jagen van Roosje Wispeltuur. Misschien moet ik mijn kracht zoeken in het omarmen van Roosje Wispeltuur. Haar zeggen dat het oké is. Dat ze goed is zoals ze is. Dat het bij het proces hoort en dat het goed gaat komen, linksom of rechtsom.

Iets gemist of teruglezen? Hier vind je alle columns van Roos terug.

Bron hoofdfoto: Pinterest

Reageer op artikel:
Roos: ‘Soms lijkt de tijd zo on-ge-lo-fe-lijk lang-zaam te gaan’
Sluiten