Roos: ‘Stiekem hoop ik dat hij na afloop mee zal gaan naar mijn huis’

Column #6 Nog 44 weken

Persoonlijk

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vierendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Daarom staat ze inmiddels op de wachtlijst voor KID (Kunstmatige Inseminatie met Donorzaad). Over 44 weken is ze aan de beurt, maar liever nog dan alleen doet ze het samen. Ze zoekt haar prins. Een wit paard is geen vereiste, een Fiatje mag ook. Lukt het haar om hem in 44 weken alsnog te vinden?

Column #6: Nog 44 weken

Zoenen is leuk. Zoenen met hem is helemaal leuk. Na maanden niet gezoend te hebben, is het heerlijk om zijn zachte lippen op de mijne te voelen. Zijn vingers die door mijn haar gaan en mijn hoofd iets dichterbij trekken. Als we afscheid hebben genomen fiets ik gloeiend naar huis.

mijn hart lijkt wel een eigenwijze peuter, eentje in de categorie van ‘ik ben twee en ik zeg nee’

Het gloeien houdt aan. Hij appt lieve dingen. Wil me in zijn armen sluiten. Fantaseert hoe fijn het moet zijn om samen in bed te knuffelen en dan een welterusten-kus te geven als het tijd is om te slapen. Het is moeilijk om niet door te draven. Ik wil het rustig aan doen. Echt rustig aan. Mijn hart openen en tegelijkertijd beschermen. De verbinding aangaan maar ook dicht bij mezelf blijven. Maar mijn hart lijkt wel een eigenwijze peuter, eentje in de categorie van ‘ik ben twee en ik zeg nee’. Mijn hoofd sommeert mijn hart om niet te hard van stapel te lopen. Maar mijn hart huppelt en danst vrolijk twintig meter vooruit en kan nog net tot de orde geroepen worden als hij alleen de straat wil oversteken zonder links en rechts te kijken. Onbezonnen, vol van het leven en de liefde. Mijn vriendinnen worden nieuwsgierig. Hij peilt stiekem of ik mijn ouders al over hem verteld heb.

In de tussentijd tikt mijn wachtlijstklokje rustig door. Nog 44 weken. Dat zijn tien maanden. Stel dat deze ultraprille liefde toch op niets uitloopt, dan zou ik over een klein jaar gewoon al zwanger kunnen zijn. In de afgelopen week zijn er vier nieuwe baby’s geboren in mijn omgeving. Stuk voor stuk klein en snoezig en gezond. Ik voel mijn eigen verlangen branden en weet opeens niet meer zo zeker of mijn hart op hol slaat door deze leuke man of door de mogelijkheid dat er iemand in mijn leven komt met wie ik een kind zou kunnen krijgen. Alles loopt zo door elkaar…

in het theater pakt hij mijn hand en drukt af en toe door mijn blouse heen een kus op mijn schouder

Het is woensdag en ik zie hem weer. Eindelijk, na anderhalve week. In de weerspiegeling van het bushokje probeer ik nonchalant te checken of mijn haar wel goed zit. Na vier minuten weer. En als de bus er na tien minuten nog steeds niet is weer. Zorgvuldig strijk ik een losse pluk haar opzij. In het restaurant blijkt hij nog net zo leuk als anderhalve week geleden. En in het theater pakt hij mijn hand en drukt af en toe door mijn blouse heen een kus op mijn schouder. “Heb je ook last van je buik?” vraagt hij in de pauze. We hebben hetzelfde gegeten, maar ik heb nergens last van, op een paar vlinders na. Maar dat laatste slik ik in, cheesiness heeft zijn grenzen. Stiekem hoop ik dat hij na afloop mee zal gaan naar mijn huis, maar als we het theater uitlopen en ik zijn van pijn vertrokken bleke gezicht zie, is het duidelijk dat dat er vanavond niet in zit.

Midden in de nacht krijg ik een berichtje van hem. ‘Ben in het ziekenhuis. Blindedarmonsteking. Word zo geopereerd. X’

Wil je reageren op de column van Roos? Dat kan hier!

Hij probeert de sterke man uit te hangen maar faalt daar jammerlijk in als hij voor de derde keer de stang uit zijn handen laat glippen en in het zand ploft. Wat ik stiekem dan wel weer heel schattig vind. Lachend kijk ik hem aan. ‘Wat?’ ‘Niks’, antwoord ik, ‘Je bent gewoon leuk om naar te kijken.’ Lees hier de vorige column van Roos

Meer leuke content? Like ons op Facebook