Roos: ‘Voor mij geen simultaangedate. Maar nu twijfel ik. Want stel je voor dat… ‘

Persoonlijk

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vierendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Daarom staat ze inmiddels op de wachtlijst voor KID (Kunstmatige Inseminatie met Donorzaad). Over 29 weken is ze aan de beurt, maar liever nog dan alleen doet ze het samen. Ze zoekt haar prins. Een wit paard is geen vereiste, een Fiatje mag ook. Lukt het haar om hem in 29 weken alsnog te vinden?

Column #20: Nog 29 weken

Een half jaar geleden kreeg ik een mailtje van een jeugdvriendin. Zo eentje waarmee ik nog in de box heb gelegen en die toen ik acht werd op mijn verjaardagsfeestje geschminkt werd als konijn. Die me nog kent uit de tijd dat ik rondliep met een bril, een beugel én een Mickey Mouse t-shirt. Zo’n vriendin. Het mailtje was niet alleen aan mij gericht maar ook aan Joost. Die ik niet ken. Ik heb er lang over nagedacht, schreef ze, maar vanochtend besloot ik het gewoon maar te doen. Ik stel jullie bij deze aan elkaar voor. Omdat ik denk dat jullie mooie tijden met elkaar zouden kunnen hebben. Kortom, een ouderwetse koppelpoging.

Eigenlijk te leuk voor woorden, maar de timing voelde niet zo kloppend. Met nog een jaar wachttijd voor de boeg had ik net besloten het daten eens over een hele andere boeg te gaan gooien en me in te gaan schrijven bij een ervaren datingcoach. Bovendien had ik die datingcoach in kwestie een paar weken eerder al een bedrag overgemaakt waar ik wel vijftig keer van op date had kunnen gaan. Dat laatste is misschien niet zo’n goed argument, maar toch. Ik had een route uitgestippeld en ik zat er eigenlijk niet zo op te wachten om al voor het startschot een ander pad in te gaan slaan. Dus ik schreef hem een mailtje. Dat ik haar koppelactie onwijs leuk vond, maar dat ik net begonnen was op een nieuwe werkplek (wat ook zo was) en een aantal andere werkzaamheden en projecten had waar ik me de komende tijd eerst even op wilde focussen (wat óók zo was). En dat ik een paar maanden later, als alles wat rustiger zou worden, graag weer contact met hem op zou nemen.

Nog diezelfde avond schrijft hij me terug. Ja, hij is nog steeds single

Die paar maanden werden er zes. Wel wat lang voor een paar maanden, dat geef ik toe. Maar nu het traject bij de datingcoach vooralsnog niet geleid heeft tot het vinden van de leukerd die ik zoek, heb ik bedacht dat ik best nog even gebruik kan maken van mijn andere bronnen en heb ik hem toch maar geschreven. Nog diezelfde avond schrijft hij me terug. Ja, hij is nog steeds single en ja, het lijkt hem leuk om alsnog af te spreken. Dus plannen we een date in.

Uitgerekend dan komt er weer een reactie binnen op mijn datingprofiel. Een leuke reactie, niet zo lang, maar speels en geïnteresseerd. Met gelijk een voorstel voor een afspraakje. Ik klik op zijn naam en zijn foto’s verschijnen in beeld. Hij is leuk. Heel leuk. Ik val niet zo snel op kalende mannen, maar deze heeft ogen en een lach die maken dat ik hem zo uit mijn beeldscherm zou willen plukken. En zijn profieltekst is minstens zo leuk.

Shit, ik ben nieuwsgierig.

Ik slaap er nog een nachtje over. En nog een nachtje

Jarenlang heb ik tegen mijn moeder gezegd dat ik niet weggelegd ben voor simultaandaten, als zij vond dat ik me weer eens veel te snel op één bepaalde man richtte. Omdat alleen van de gedachte tegelijkertijd met twee verschillende mannen te daten het zweet me al uitbrak. Met de ene man een derde afspraakje inplannen en diezelfde avond ongegeneerd flirten met meneer nummer twee. Of misschien zelfs wel zoenen. Vriendinnen die zeiden dat ik het niet groter moest maken dan het was. Dat daten gewoon daten is zolang je niet hebt afgesproken dat je serieuzer bent dan dat. Maar mijn besluit stond altijd vast. Voor mij geen simultaangedate. Maar nu twijfel ik. Want stel je voor dat…

En ook nu zijn ze eensgezind, die vriendinnen van me, als ik op het terras mijn dilemma aan ze voorleg. ‘Gewoon doen’, zegt Eva. ‘Absoluut!’, roept Sanne. ‘Hij is echt leuk, die kale’, knikt Samira. Vertwijfeld fiets ik na afloop naar huis. Iets met een wachtlijst. En een comfort zone. Pffff. Ik slaap er nog een nachtje over. En nog een nachtje. Neem dan plaats achter mijn laptop. Laat mijn vingers rusten op het toetsenbord. Slaak een diepe zucht. En typ dan vastberaden: ‘Leuk, ben benieuwd en ga graag met je op stap!’.

‘Ik ga een goede moeder zijn, ook in mijn eentje’ Lees hier de vorige column van Roos>