Roos: ‘We kijken elkaar aan met een blik vol nieuwsgierigheid, onzekerheid en een vleugje opwinding’

Persoonlijk

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vierendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Daarom staat ze inmiddels op de wachtlijst voor KID (Kunstmatige Inseminatie met Donorzaad). Over 35 weken is ze aan de beurt, maar liever nog dan alleen doet ze het samen. Ze zoekt haar prins. Een wit paard is geen vereiste, een Fiatje mag ook. Lukt het haar om hem in 34 weken alsnog te vinden?

Column #15: Nog 34 weken

Ik sta nog in de bouwmarkt als de violist belt. Ze hebben eerder pauze dan gepland, of ik al beschikbaar ben. Maar goed dat ik verf aan het terugbrengen ben in plaats van halen voordat ik zo’n figuur lijk dat nu al op de proppen komt met kleuren voor de toekomstige woonkamer. Zonder verf maar met twee ijsjes die ik snel uit het vriesvak naast de kassa heb gegrist spring ik op mijn fiets. Als ik een paar minuten later het park in kom rijden, zie ik hem van een afstandje al zitten op een bankje langs het pad. Zijn lange benen een tikkeltje slungelig voor zich uit en een glimlach op zijn gezicht als hij zijn hand opsteekt.

Hij vertelt over zijn concerten in het buitenland, de staande ovatie die maar aanhield, en over het orkest waar hij vandaag mee repeteert. Een beetje onwennig zoek ik naar een passende houding terwijl we vanaf ons bankje uitkijken over de rest van het park. Niet te veel, maar ook niet te weinig afstand, mijn benen los naast elkaar of juist weer over elkaar. Ik voel me wat onrustig en ook hij lijkt niet echt ontspannen. Na een tijdje werpt hij een blik op zijn telefoon. ‘Er staat een buffet voor het orkest klaar en ik wil graag nog even wat meepikken voor we straks weer verder gaan, kom je nog even mee als ik ga eten?’

…als hij zijn knie tegen de mijne laat rusten doe ik mijn best om niet teveel te laten zien van de kriebels die in mijn lijf ontstaan

Niet veel later strijk ik neer aan één van de tafeltjes terwijl hij met een bord in zijn hand het buffet inspecteert. Ik voel de nieuwsgierige blikken om me heen en haal opgelucht adem als de laatste mensen die met hun bord een plekje zoeken besluiten buiten te gaan zitten, zodat ons tafeltje verder leeg blijft. Of ik ook zin heb in een gehaktbal, er zijn er nog genoeg, lacht hij bij terugkomst. Ik houd het bij mijn glas wijn en in het half uur dat we nog hebben voel ik hoe we elkaar langzaam weer wat meer vinden. Hij laat de foto’s zien van de paar vrije dagen die hij op zijn minitournee had en als hij zijn knie tegen de mijne laat rusten doe ik mijn best om niet teveel te laten zien van de kriebels die in mijn lijf ontstaan. Het zijn de kleine dingen die zo spannend zijn in het begin. De foto op zijn telefoon wat beter willen bekijken en per ongeluk expres even zijn hand aanraken. Elkaar aankijken met een blik waarin nieuwsgierigheid, onzekerheid, nonchalance en misschien zelfs een vleugje opwinding verscholen liggen. Maar helaas is er geen tijd om die blik wat langer te rekken, want sneller dan me lief is beginnen de mensen om ons heen op te staan en moet ook hij weer terug naar zijn instrument.

‘Blijf je nog even luisteren?’ Ik aarzel.
‘Kan makkelijk, echt, en we zijn bezig met een mooi stuk.’
In de drukte van de orkestleden die snel hun plaats zoeken is er niet echt tijd voor een afscheid. Hij lacht naar me als hij zijn plek heeft ingenomen in de massa waaruit inmiddels een kakofonie opstijgt van instrumenten die gestemd worden. En dan, wanneer de eerste klanken van het stuk worden ingezet, zie ik opeens mijn date veranderen in de musicus die hij is. Zittend op het puntje van zijn stoel, ogen gefocust op de dirigent, aandachtig, een man die opgaat in de muziek. Ik wil niet ongegeneerd staren, maar merk dat mijn ogen als een magneet telkens weer naar hem toegetrokken worden. Heel af en toe kruisen onze blikken elkaar even. Als de dirigent ook na een uur nog geen aanstalten maakt voor het inlassen van de aangekondigde pauze en mijn maag inmiddels knort als een gek, glip ik na een laatste glimlach naar buiten.

Een beetje de spanning erin houden is misschien niet eens zo’n gek idee

Uitgerekend vijf minuten later, ik ben inmiddels al op weg naar huis, gaat mijn telefoon.
‘Sorry, het duurde wat langer. We hebben een kwartiertje, ben je nog in de buurt?’
Even overweeg ik om weer om te keren, maar mijn maag roept me tot de orde. En een beetje de spanning erin houden is misschien niet eens zo’n gek idee. In de anderhalve week die rest voor ik op vakantie ga is er nog prima tijd voor een derde afspraakje…

‘Moeder worden doe je van een kind, niet van je partner’ Lees de vorige column van Roos >

Meer leuke content? Like ons op Facebook