Roos: ‘Zou jij je een toekomst kunnen inbeelden zonder kind?’

Column #8 Nog 42 weken

Persoonlijk

Leuke mannen genoeg. Ze verrijkten haar leven een nachtje of een paar jaar. Maar niks hield stand. Nu is Roos vierendertig, een single vrouw met een vurige kinderwens. Daarom staat ze inmiddels op de wachtlijst voor KID (Kunstmatige Inseminatie met Donorzaad). Over 42 weken is ze aan de beurt, maar liever nog dan alleen doet ze het samen. Ze zoekt haar prins. Een wit paard is geen vereiste, een Fiatje mag ook. Lukt het haar om hem in 42 weken alsnog te vinden?

Column #8: Nog 42 weken

Mannen, ik snap er geen bal van. Na de eerste stilte komt er toch weer een berichtje. Korter en minder enthousiast dan eerst. Of beeld ik me dat in? Dan nog één. En net als na een paar dagen zijn appjes van vijf woorden me bijna tot waanzin hebben gedreven, komt er lucht. Nota bene slechts in drie woorden.
‘Ik mis je.’

Hoewel het zonnetje net is doorgekomen, hebben we besloten vast te houden aan ons plan om naar de film te gaan. Hand in hand lopen we naar de bushalte als een peuter ons blozend tegemoet komt dribbelen, bijna struikelend over het stepje dat ze met zich meezeult.
‘Ik wil ook een baby’, zegt hij.
Ik kan een kleine glimlach niet onderdrukken om deze woorden uit de mond van de man die mij een week eerder nog zonder het te weten tot tranen van onzekerheid dreef.
‘Ik ook’, antwoord ik, ‘ik wil ook een baby.’
Ik zeg het tegen de stoeptegels, durf hem niet aan te kijken. Ons samenzijn is nog onvoorstelbaar veel te pril om deze woorden op ons samen te laten slaan, maar het verlangen naar het moederschap is zo groot. In stilte lopen we verder. Dan kijk ik hem aan.
‘Zou jij je een toekomst kunnen inbeelden zonder kind?’.
Hij denkt even na. ‘Jawel, dat denk ik wel. Ik wil heel graag een gezin, maar als het anders loopt kan ik me daar denk ik wel bij neerleggen.’
Vooral het laatste deel blijft hangen en ik vervloek mezelf om mijn gevoeligheid rond dit thema.
‘Jij?’ kaatst hij de bal terug.
‘Nee,’ floep ik er gelijk uit, ‘Absoluut niet’.
‘Gelukkig heb je nog even de tijd.’
Ik weet niet waarom ik zo schrik van deze woorden. En de ‘ja’ waarmee ik antwoord komt er zo aarzelend uit dat hij me onderzoekend vraagt op welke leeftijd ik kinderen zou willen. Ik twijfel even. Dat die leeftijd al vier jaar achter ons ligt lijkt me niet zo’n bijster slim antwoord in deze context.

Het momentum waarop ik nonchalant iets had kunnen antwoorden over tijd die er rijp voor is, is allang voorbij

Is dit het moment om te vertellen over mijn zelf vastgestelde leeftijdsgrens van 35 jaar, bang dat mijn vruchtbaarheid achteruit keldert als ik langer wacht? Over mijn plek op de KID-wachtlijst? Is openheid nu goed of creëer ik er alleen maar ongewenste spanning mee? Ondertussen tikken de seconden verder. Het momentum waarop ik nonchalant iets had kunnen antwoorden over tijd die er rijp voor is, is allang voorbij. Ik haper.
‘Misschien ehm, kan ik dat maar beter nu niet zeggen’.
Ook nu durf ik niet zijn blik te vangen.
‘Omdat ik anders zou schrikken?’ vraagt hij.
‘Ja.’ Zwijgend vervolgen we onze weg. Ik verbijt me over de wending die ik dit gesprek heb laten nemen en vraag me af waarom ik de ongecontroleerd vurig verlangende Roos op dit soort momenten niet wat beter in toom kan houden.

Hoewel het al anderhalf jaar uit is, is haar naam tot nu toe elke date wel een keer gevallen

Onze vingers blijven in elkaar verstrengeld. Eerst tijdens de film, terwijl zijn knie tegen de mijne leunt. Ik voel mijn lijf tintelen. Dan als we de bioscoop uitlopen, waarbij we een stelletje passeren dat vlak bij de uitgang zit. Het blonde meisje neemt een slok van haar witte wijn en kijkt hoe we naar buiten lopen.
‘Ik ken haar,’ zegt hij, zodra we buiten zijn.
‘Een vriendin van Malou.’
Ik moet even slikken. Malou is zijn ex. En hoewel het al anderhalf jaar uit is, is haar naam tot nu toe elke date wel een keer gevallen. Malou met de goede kledingsmaak. Malou die zowel schattig als stoer was. Maar ook Malou met wie hij het na drie jaar uitmaakte, omdat ze geen kinderen wilde. Omdat ze teveel op zichzelf gericht was. Ik probeer zijn gezichtsuitdrukking te peilen.
‘Is het ongemakkelijk voor je dat zij ons hier zo ziet?’
‘Nee hoor, helemaal niet.’ En hij begint over iets anders. Praat hij er nou overheen? Of is het mijn minderwaardigheidsmonstertje dat me dat influistert…?

Wil je reageren op de column van Roos? Dat kan hier

‘Ik wil horen dat hij er ook van genoten heeft. Dat hij me weer wil zien. Dat hij me niet uit zijn hoofd kan zetten. Maar hoe vaak ik mijn telefoon ook bekijk, het blijft angstvallig stil.’ Lees de vorige column van Roos hier

Meer leuke content? Like ons op Facebook