Sandra: ‘Het liefst ben ik op alles (nou ja, op zoveel mogelijk) voorbereid’

Janne Vogel 13 jul 2018 Columns

Sandra is getrouwd en moeder van een jongetje van 7 en meisje van 4. Ze werkt als vertaler en tekstfreelancer en is dol op boeken. Eens kijken hoeveel er daarvan mee kunnen op vakantie…

Column: Inpakstress in 3, 2, 1…

Hoe het mogelijk is, weet ik niet, maar ineens is het al juli en ben je bezig met de laatste loodjes op school. De toetsen zijn voorbij, het schoolreisje zit erop, er moet schoongemaakt en gepoetst worden in de klas, de juf en alle zomerjarigen vieren hun verjaardag en we nemen allemaal nog even gezellig afscheid op de laatste ochtend. En o ja, vergeet vooral niet zelf speelgoed mee te nemen, want alles is nu schoon en moet schoon blijven tot het volgende schooljaar. En hoe dichter dat schooljaar bij het einde komt, hoe meer de vakantiestress toeneemt… Nou ja, de inpakstress, dan.

Valreep

Terwijl je nog druk een doktersafspraak probeert in te passen en vooral niet moet vergeten naar zwemles te gaan, komt er ook nog een verjaardagsfeestje op de valreep en moet je de halve huisapotheek nog doorlichten op wat er mee kan, wat er vervangen of gekocht moet worden en wat er ook alweer in dat ene doosje zat. Alvast kleren opzij leggen die ze niet meer aan mogen omdat die mee moeten, goed bedenken wat je aan boekjes en doe-spullen mee wilt hebben voor in de auto en daarbuiten, een paar dvd’s uitkiezen voor in de avonduren, en vergeet vooral niet ook je eigen koffer te vullen.

Lijstjes

Het gaat zo ontzettend snel ineens. Een paar weken geleden dacht ik nog dat ik langzamerhand moest gaan bedenken wat ik mee wil hebben. Dat ik er misschien wel een lijstje van moest maken. Met wat ik nog wil kopen, wat er alvast opzij gelegd moet worden, wat pas gezien mag worden als we in de auto zitten, welk speelgoed ik nu alvast moet laten verdwijnen zodat het straks weer leuk is. Maar elke keer weer kwam er iets tussen en moest er werk af en dacht ik: ach, ik heb nog wéken de tijd. Tot dat ineens niet meer zo was.

Vervelen is niet erg

En dan is er altijd wel iemand die zegt: joh, da’s toch zo gebeurd? Of: zo veel heb je toch niet nodig? Maar vergis je niet, op vakantie gaan met kleine kinderen wil ook zeggen dat ze iets te doen moeten hebben. Vervelen is niet erg, als het maar niet te lang duurt. En op de vakantiebestemming is er niet zo veel te doen als thuis. En ik wil de kinderen daar niet alsnog achter een tablet zetten. Bovendien weet je van tevoren maar nooit hoeveel dagen regen je kunt verwachten. Hoeveel dagen het te heet is om iets actiefs te gaan doen. Of de auto het niet stiekem begeeft waardoor je een paar dagen op de garage moet wachten. Of er iemand ziek wordt, zodat de rest ter plekke vermaakt moet worden.

Rustige doe-dingen

Ja, je kunt daar natuurlijk ook dingen kopen. Maar als je in een anderstalig land bent, vallen de leesboeken, puzzelboekjes en doeboeken voor de kinderen vaak af, dus dan is het handig als je ze mee hebt. En ik heb genoeg stiften en potloden in huis om die niet op vakantie ook nog een keer te willen kopen. Straks denken de kinderen nog dat het geld op m’n rug groeit. En ik denk altijd maar: ik zit er liever mee, dan om verlegen. En het is heerlijk om aan het einde van de dag nog even rustig bij te komen met wat kleur-, knutsel-, knip- en tekenwerkjes.

Niks vergeten

En zo gaat het dus ook met andere dingen. Ik wil graag zo veel mogelijk van tevoren goed geregeld hebben. Niet op vakantie ontdekken dat ik de tandenborstels ben vergeten, of dat ik te weinig sokken heb, of dat ik toch een lange broek mee had moeten hebben. Ik heb liever een volle toilettas met een teken-pincet, anti-insectenspray en pleisters gewoon bij me, dan dat ik ze daar moet gaan kopen als er al iets gebeurd is. En dan heb ik het geluk naar een vakantieland te gaan waarvan ik de taal goed genoeg spreek en versta, en dus de verpakkingen in de winkels kan lezen.

Broodbeleg

Dus ja, dan zit je ’s avonds op de bank met een kladblok en een pen in de buurt, tv te kijken terwijl je achterhoofd bezig is dingen op te lepelen die je mee moet nemen op vakantie. Van die minder voor de hand liggende dingen, zoals een nachtlampje, een voorraadje van net die ene snoepjes, typisch Nederlands broodbeleg en die ene knuffel waarvan ze nu beweren dat die niet mee hoeft, maar jij wel beter weet. Gewoon om op alles (nou ja, vooruit: op zo veel mogelijk) voorbereid te zijn. Zodat ik ook een beetje van mijn vakantie kan genieten.

Reageer op artikel:
Sandra: ‘Het liefst ben ik op alles (nou ja, op zoveel mogelijk) voorbereid’
Sluiten