Redactie
Redactie Persoonlijk 10 apr 2019

Sas: ‘Ik moet nog zoveel leren voordat ik ooit in de buurt kom van wat Sander kan, áls ik er ooit kom’

Sas is 42 jaar en woont samen met Paul. Samen hebben ze twee kinderen die naar de basisschool gaan. Haar beide kinderen zijn hooggevoelig, zij zelf ook, al gebruikt ze de term liever niet vanwege alle vooroordelen en haar hokjesallergie. Ze probeert haar kinderen en zichzelf zo goed mogelijk door de schooldagen en werkdagen met narcistische leidinggevende heen te loodsen. En dat valt niet altijd mee. Hoe dat gaat? Dat lees je vanaf nu wekelijks op Famme. Lees hier de column van vorige week.

Column: Nieuwe klant

De sfeer in huis is om te snijden vanmorgen. Onze dochter Bella is ziek en Paul en ik hebben allebei een belangrijke afspraak voor ons werk vandaag. Ties, onze zoon, heeft een sensor voor spanning in het gezin en reageert door zich tegen alles te verzetten. Hij wil niet uit zijn bed komen, geen kleren aan en gooit zijn tandenborstel door de kamer. Bella ligt met een koortsig lijfje onder een deken op de bank. ‘Mama, ik kan wel alleen thuis blijven,’ zegt ze en probeert een glimlach op haar gezicht te toveren.

Een groot schuldgevoel valt op me. Arm kind, twee kibbelende ouders die geen ruimte hebben voor hun zieke dochter en een bokkig broertje om je heen terwijl je je zo belabberd voelt.

‘Ik blijf wel hier,’ zeg ik en pak mijn telefoon om Sander, mijn leidinggevende, een bericht te sturen. Op dat moment ontvang ik een bericht. ‘Schatje, gekkenhuis hier, opening Lotte’s kookwinkel, laatste puntjes op de i, kun jij het gesprek met onze nieuwe klant alleen doen? Belangrijke, dat weet je, maar dat kun je. Hee. Dat kun je.. Juist jij.’

Ik vloek zacht. Vindt Sander het nieuwe bedrijf van zijn vriendin belangrijker dan de toekomst van zijn eigen bedrijf? En tegelijk word ik warm van die laatste woorden. Hij laat me in de steek, maar vertrouwt me ook iets heel belangrijks toe. Als het me lukt om het vertrouwen van de nieuwe klant te winnen hebben we voorlopig geen financiële zorgen op kantoor. Daar profiteert uiteindelijk iedereen van, ook mijn gezin. Ik leg de situatie aan Paul uit en vraag of hij alsjeblieft deze dag thuis kan blijven in ruil voor een weekend uitslapen en de rest van de week opvang door mij. Hij zucht en moppert dat Sander er, als het zijn collega was, zeker niet mee weg was gekomen. Dan stemt hij toe met een zoen.

Het gesprek met de nieuwe klant verloopt stroef. Ik zit in een veel te duur restaurant (gereserveerd door Sander) tegenover Sylvia, een vrouw die niet onder stoelen of banken steekt dat zij hier liever met Sander had gezeten. Het eerste half uur ben ik bezig met uitleggen waarom hij er niet bij kan zijn en dat ik geen assistent ben, maar zijn collega. Gelukkig weet ik haar uiteindelijk te overtuigen en na twee uur sta ik buiten mét de opdracht.

Ik kan wel juichen. Snel bel ik Sander, maar hij neemt niet op. Ik stuur een bericht om te vertellen dat het me is gelukt en hoe blij ik ben.

Daarna bel ik Paul. Hij is trots op me en zegt dat ik maar snel naar huis moet komen. Als ik thuiskom staat er een bos bloemen op tafel. ‘Van kantoor?’ vraag ik. ‘Nee gekkie, van je gezin natuurlijk, ding dong, aarde aan Sas,’ zegt Paul en trekt me naar zich toe. ‘En vanavond zal ik je laten zien hoe trots ik op je ben,’ voegt hij toe en drukt een zoen in mijn nek. ‘Eh ja hoor, ik weet niet wat jij van plan bent, maar ik ga vooral zo vroeg én zoveel mogelijk slapen,’ antwoord ik lachend en tuur ondertussen naar mijn scherm. Nog steeds geen bericht van Sander. Aan de blauwe vinkjes naast het bericht zie ik dat hij mijn bericht heeft gelezen. Nou ja, hij heeft het vast hartstikke druk, logisch dat hij niet reageert. Na het eten kruip ik nog even bij mijn zieke dochter in bed. We nemen samen de dag door en ik vertel haar een zelfbedacht verhaal. Halverwege valt niet alleen zij, maar ook ik in slaap. Om 23.00 uur maakt Paul me wakker en zegt dat hij gaat slapen. Met een verkreukeld gezicht en pijn in mijn rug stap ik uit het bed van Bella en laat Paul weten dat ik ook zo kom, maar nog even iets wil drinken.

De waarheid is dat ik mijn telefoon wil checken. Sander zal nu toch wel gereageerd hebben? Het was het eerste waar ik aan dacht toen ik wakker werd. Hij heeft gereageerd. ‘Ik heb Sylvia voor de zekerheid zelf nog even gesproken voor jullie afspraak vanmorgen. De opdracht is voor ons, maar ze wil dat ik hem ga uitvoeren. Lijkt me goed dat ik deze voor mijn rekening neem. P.S. check mail.’

Ik scrol door het bericht op zoek naar een dank je wel of gefeliciteerd, maar vind niets.

Heeft hij contact gehad met Sylvia voordat ik arriveerde? Waarom zou ze willen dat Sander de opdracht alleen gaat invullen? Heb ik zo’n slechte indruk gemaakt? Als ik mijn mailbox open vind ik de mail van Sander. Het bericht is gericht aan het hele team. Hij begint met de mededeling dat hij een belangrijke klant heeft binnengehaald en dat hij zich verheugt op de samenwerking met Sylvia. Nergens zie ik mijn naam staan. Ben ik daarvoor vandaag helemaal naar het andere eind van het land gereisd? Heb ik daarvoor een ziek kind achtergelaten en mijn partner opgezadeld met teleurgestelde cliënten? Sander eindigt zijn bericht met een wijziging. Vanaf vandaag kunnen kosten die gemaakt zijn tijdens afspraken met klanten niet meer worden gedeclareerd. Vanwege tegenvallende resultaten het afgelopen kwartaal is hij gedwongen om maatregelen te nemen. Hij rekent op begrip, per slot van rekening dragen wij met elkaar het bedrijf, en verwacht snel weer betere tijden.

Ik denk aan de rekening van het dure etentje met Sylvia en krijg buikpijn. Als ik in bed stap is van mijn trotse gevoel weinig over. Paul ligt op zijn zij met zijn rug naar me toe. Het liefst zou ik in zijn armen kruipen en mijn hart luchten. Maar wat moet ik hem vertellen?

Dat hij vandaag thuis is gebleven voor zijn partner die hen nog verder de rode cijfers in heeft gejaagd door te gaan eten in een veel te duur restaurant met een klant die helemaal niet van plan is om met haar samen te werken? Ik voel me schuldig. Naar Paul, naar mijn gezin. Ik heb ze niet de aandacht gegeven die ze verdienen. Ik voel me stom. Dacht ik nou echt dat ik die opdracht binnen kon halen? Ik moet nog zoveel leren voordat ik ooit in de buurt kom van wat Sander kan. Als ik er ooit kom.

Benieuwd naar meer? Lees volgende week een nieuwe column van Sas.

Meer over narcisme:

Laatste reactie
0 reacties totaal
Nog geen reacties
Praat mee op het forum
Reageer op artikel:
Sas: ‘Ik moet nog zoveel leren voordat ik ooit in de buurt kom van wat Sander kan, áls ik er ooit kom’
Sluiten