‘Na anderhalve witte wijn vertrouw ik mijn beoordelingsvermogen niet meer. Tact is niet mijn sterkste kant.’

Famme’s Eva steekt het niet onder stoelen of banken: ze houdt er niet van als andere moeders zich met haar dochter of haar opvoeding bemoeien. En dat is zacht uitgedrukt.

Ping.
Zojuist heb ik mijn dochter opgehaald van een speelafspraakje (heerlijk, die playdates! Hele vrijdagmiddag kunnen werken!) en nu zitten we met het gezin aan de borrel – nou ja, dochter aan de limo dan – in ons stamcafé. De bitterballen staan net op tafel, twee heb ik doormidden gebeten en liggen af te koelen voor de zesjarige.

Een appje van de moeder van Zoë. ‘Zoë zegt dat jouw dochter een groen schelpje van haar heeft. Zou je het even kunnen navragen want ze wil het graag terug’. Zucht. Het ontspannen weekendgevoel is weg. Geïrriteerd laat ik het appje aan Harry zien. ‘Is ze nou helemaal gek geworden?’

Een schelpje

Kijk, ik zal de eerste zijn om mijn dochter te leren dat je lief moet zijn voor anderen. Dat je geen spullen af moet pakken en iedereen zo moet behandelen zoals je zelf behandeld zou willen worden. Maar sommige ouders gaan wel héél ver in het beschermen van hun oogappels. EEN SCHELPJE. Waar gáát het over? Ik zou het niet in mijn hoofd halen om een andere ouder te appen over een schelpje (wat ze – onze kinderen kennende – nog op straat gevonden hebben ook, want ze schooien dagelijks samen het schoolplein af op zoek naar bijzondere vondsten. Hun zakken zitten vol schatten, inclusief afgekloven lollystokjes en sigarettenpeuken).

Driftig typ ik een reactie. ‘Hier, kijk jij maar even of het tactisch genoeg is’. Na anderhalve witte wijn vertrouw ik mijn beoordelingsvermogen niet meer. En tact is sowieso niet mijn sterkste kant. ‘Misschien kunnen de meiden dat zelf maandag even met elkaar bespreken? Komt vast goed.’ Leest mijn man voor. Hij haalt de laatste zin (laten wij ouders ons niet gaan bemoeien met kwijtgeraakte schelpjes, anders blijven we aan de gang) weg en voegt toe ‘fijn weekend!’. Hij drukt op versturen.

Ping.
Ik laat net mijn derde bitterbal in de saus vallen. ‘Ja, ik weet het. Maar Zoë is er erg overstuur van en R. wilde niet zeggen of zij ‘m had’.

Zucht.

Ik wend me tot onze dochter. ‘Heb jij een groen schelpje van Zoë?’ ‘Nee.’ Ik heb geen flauw idee of ze liegt of niet. Meestal is ze redelijk eerlijk, maar ze kan ook met staalharde blauwe ogen beweren dat papa haar een extra ijsje had beloofd en haar nep-huil is onmogelijk van echt te onderscheiden. Sommige moeders schijnen hun kinderen te kunnen lezen, maar z’n moeder ben ik niet. ‘Echt niet? We worden niet boos.’ ‘Nee, echt niet’.

Liever typ ik: waarom bemoei je je in godsnaam met een f*cking schelpjes-discussie tussen twee kinderen?!

‘Ze weet het echt niet. Sorry’, app ik terug. Ik zou het graag iets ontactischer willen formuleren (iets als: waarom bemoei je je in godsnaam met een f*cking schelpjes-discussie tussen twee kinderen) maar ik moet hierna nog zes jaar met die vrouw op het schoolplein staan.

Beschermen

Kijk, ik kan zelf ook flink helikopteren hoor. De neiging je kind te willen beschermen en alles voor ze te willen regelen is mij helemaal niet vreemd. Maar als ze eenmaal naar school gaan, moeten ze het zélf leren oplossen. R. is ook wel eens drijfnat de school uitgekomen, toen had een klasgenootje haar in een enorme plas geduwd. ‘Hij was het’, boos wees ze met een nat, trillend vingertje naar een irritant uitziend joch achterop de fiets bij zijn moeder. Maar geen haar op mijn hoofd die overwoog om op die moeder af te stappen. Shit happens. Zij heeft geen controle over wat haar zoon onder schooltijd doet en morgen duwt R. hém misschien wel in een plas. Dat doen kinderen.

Het is wat anders als het structureel gebeurt, als er echt gepest wordt. Maar wat geduw, geruzie en een conflict over groene schelpjes… daar ga je je vingers als ouder niet aan branden. Vind ik.

Ping.
‘Oké, fijn weekend’. Phew. De moeder van Zoë geeft het op.

Rot op

Toch sta ik de week daarna wat ongemakkelijk op het schoolplein. Bang dat de moeder van Zoë alsnog een groene-schelpjes-discussie begint of dat Zoë mij verongelijkt aan mijn jas zal trekken over het vermiste schelpje. Ik repeteer in mijn hoofd wat ik zal zeggen (‘ik weet het ook niet. Jullie moeten het samen oplossen’ of ‘rot op met je groene schelpje!’).

Een week later, haalt dochter bij het voorlezen in bed opeens een vies bruin schelpje (het kan ook een hard geworden stukje kauwgom zijn) uit de zak van haar pyjamabroek. ‘Is dat HET schelpje?’ vraag ik haar. Ze knikt: ‘Zoë had het aan me gegeven maar later wilde ze het terughebben. En toen wist ik niet meer waar ik het gelaten had’. ‘Snap ik’, zeg ik. ‘Maar eh, om van dat gezeik af te zijn, geef het morgen maar aan haar, oké?’ Knipoog. ‘En dan gaan we na school in de zandbak een emmer vol groene schelpjes zoeken.’

Reageer op artikel:
‘Na anderhalve witte wijn vertrouw ik mijn beoordelingsvermogen niet meer. Tact is niet mijn sterkste kant.’
Sluiten