Shit zeggen waar de kinderen bij zijn? Niets mis mee zeggen deze wetenschappers

Thea Tijssen 4 okt 2016 Kids

Als je moeder of vader wordt, word je een rolmodel. En dus is vanaf dat moment ‘shit’ of ‘fuck’ roepen waar je kinderen bij zijn, uit den boze. Dácht je. Mis! Benjamin Bergen schreef een boek over vloeken in het bijzijn van je kinderen. En de wetenschapper heeft goed nieuws voor vloekende ouders.

Volgens deze taalkundige en professor in de cognitieve wetenschap, begon hij met het schrijven van zijn boek ‘What the F…: What Swearing Reveals About our Language, our Brains, and Ourselves‘ toen hij er achterkwam dat hij anders omging met vloeken sinds hij vader was geworden. Bergen censureerde zichzelf zoals wij bijna allemaal doen in het bijzijn van onze kinderen. Ik bedoel: niemand zit te wachten op een telefoontje van de leerkracht dat je kind de hele dag het f-woord zegt in de klas. Bergen ook niet. Toch dacht hij: hoe slecht zou het – wetenschappelijk gezien – écht zijn als ik scheldwoorden zou gebruiken waar mijn kind bij is?

Go away

LEES OOK: 15 dingen die onze kinderen niet mogen. Maar we zelf wel doen

Lil’ kleine

Want, zo vertelt Bergen, vloeken is een oervaardigheid volgens de neuro-wetenschap. En hij kwam erachter dat het minder om de woorden gaat dan om de context. Hij maakt een onderscheid tussen vloeken en schelden – een belediging of een gemene opmerking over iemand maken – en hij kwam erachter dat waar schelden iemand pijn kan doen en invloed kan hebben op iemands gedrag, dat ‘ordinaire drie of vier-letter scheldwoorden’ dat effect niet hebben. Kijk, je moet natuurlijk nooit tégen je kinderen schelden of vloeken, dat mag duidelijk zijn. Maar vloeken waar ze bij zijn? No f…ing problem. Kinderen zeggen sowieso continu dingen die ze niet zouden mogen zeggen; of ze het nou van hun ouders hoorden of het Lil’ Kleine hoorden rappen in een van z’n hits.

LEES OOK: Heeft jouw kind ook 1,2,3,4 pillen gebruikt?

Versterkt de band

Eerder schreef Michael Adams het boek ‘In Praise of Profanity‘. Vrij vertaald; een eerbetoon aan vloeken. Dus geheel nieuw is Bergens mening niet. Ook wat Adams betreft mag er thuis door ouders en kinderen soms best gevloekt worden. Volgens hem is het zelfs goed als er af en toe een scheldwoord voorbij komt thuis. Want, zo zegt hij, het versterkt de band binnen een gezin. Zo krijgt vloeken er dus ineens een belangrijke sociale functie bij. Ouders én kinderen weten namelijk best dat je op werk of school niet kunt aankomen met scheldkanonnades. Dat het thuis wél kan, heeft iets intiems en zegt veel over vertrouwen. Floept er af en toe een Fuck! of Kut! in het bijzijn van je kind uit, dan geef je de boodschap af: ‘Ik vertrouw je, want ik durf me even te laten gaan.’

Oh Shit

Shit zeg

Dus zeggen deze boeken nou dat je vloeken binnenshuis maar gewoon acceptabel moet vinden? Nee, dat zeker niet, want de kracht van scheldwoorden zit hem nou net in het feit dat het verboden is om ze te gebruiken. Zo kijkt bijna niemand meer op van het woordje ‘shit’, dat al een deel van zijn kracht kwijt is, omdat we het zo vaak gebruiken. Toch is het nog niet helemaal geaccepteerd, want dan zou het een ‘normaal’ woord zijn. Je kunt je kinderen het best duidelijk maken dat het eigenlijk niet oké is, maar laten zien dat we het allemaal weleens doen. Alleen niet overal.


Fucking fuck! Deze schattig ogende prinsesjes schelden als bootwerkers. Maar met een goede reden…

Reageer op artikel:
Shit zeggen waar de kinderen bij zijn? Niets mis mee zeggen deze wetenschappers
Sluiten