10 x ‘slechte’ eigenschappen van kinderen die eigenlijk prima gezond zijn

Ouders, lezen we even mee?

Kids

Elk verhaal heeft minstens twaalf kanten. Tel daarbij op dat mensen heel graag een mening hebben en iedereen stiekem in z’n vrije tijd een studie Opvoed- en Geneeskunde afgerond (cum laude) afgerond heeft. En dat er daarnaast ook een heleboel mensen zijn die dat daadwerkelijk gedaan hebben (die studie afgerond).

Zet al die mensen en verhalen bij elkaar, en dan kom je tot een lijstje zoals dat hieronder volgt. Een lijstje waarin meer en minder overtuigend bewijs aangeleverd wordt voor al die zaken waarvan men denkt/meent/voelt dat het ‘slecht’ is voor kinderen, maar dat dus helemaal niet zo blijkt te zijn. Hou je vast, hier komen ze:

1. Een speen versus een duim

Vergeet verhalen over problemen rondom spraak en gebit, of ‘tepelverwarring’; een speen is níet slecht voor kinderen. Of nee, je moet ze niet helemaal vergeten want ze bestaan wel degelijk, maar het is ook goed om te weten dat een speen een aantal zeer positieve kanten kent. Zo is bewezen dat een speen het risico op de wiegendood significant verlaagt, en is er ook een positief verband tussen zuigen op een speen en angstigheid. De echte boosdoener voor spraak- en gebitsproblemen is de duim, niet de speen, aldus Harvey Karp, gerenommeerd kinderarts en auteur van o.a. het veelgelezen boek The Happiest Baby on the Block.

2. Je handen niet wassen

Een kind dat net uit de zandbak komt en gaat eten, wast uiteraard z’n handen. Maar het idee dat bacteriën en viezigheid slecht zijn voor kinderen, moet vooral niet al te veel voeten in de aarde krijgen (leuk woordgrapje). Kinderen die te vaak hun handen wassen, lopen het risico ook de bacteriën weg te wassen die juist helpen om infecties te voorkomen.

3. Flessen en spenen niet steriliseren

In lijn van #2: er zijn de nodige claims dat het juist goed is om spenen en flessen niet (te vaak) te steriliseren, omdat baby’s daardoor niet blootgesteld worden aan bacillen die juist goed zijn voor het zich ontwikkelende immuunsysteem van de baby. ‘Flessen moeten wel schoongemaakt worden, maar hoeven niet per se na elk gebruik (altijd) gesteriliseerd te worden,’ aldus de anti-sterilisanten.

4. Niet delen

Niet lang geleden was er een Amerikaanse moeder die haar zoon expliciet leerde dat hij heus niet altijd met iedereen hoefde te delen, en dat dat helemaal prima was. Het bericht ging viraal, en terecht, vindt Pedram Shojai, schrijver van het boek The Urban Monk. ‘Sommig speelgoed is van jou, en het gevoel van veiligheid dat het kinderen geeft te weten dat iets van hen is, is heel belangrijk. Je hoeft niet altijd te delen, hoewel het altijd mag, als je dat zelf wil. Hierdoor leren kinderen grenzen te stellen, maar tegelijkertijd ook oprechte aardigheid.

5. Gamen

Waar wij ons vroeger moesten behelpen met de semi-kreupele Super Mario, is er anno vandaag een grootschalig aanbod aan games. Tot groot verdriet van veel opvoedkundigen, die waarschuwen dat kinderen teveel tijd achter drukke, soms gewelddadige videogames zitten, met o.a. kans op ADHD, slecht zicht en concentratieproblemen. De andere kant van het verhaal is echter dat games een bewezen positieve invloed op de oog-hand-coördinatie van kinderen kan hebben (maar niet teveel uur per dag).

6. Ruw spelen of vechten

Leuk is het niet, maar ook dat hoort bij opgroeiende kinderen: ruw spelen met een ander kind, of in een nóg minder harmonieus geval, vechten. Hoe verleidelijk en instinctief logisch het ook is om (meteen) tussen de zusjes, klasgenoten of vriendjes te springen, het is ook belangrijk om ze zelf hun strijd uit te laten vechten, letterlijk en figuurlijk. Natuurlijk moet er geen bloedvergieten aan te pas komen, maar het helpt ze hun plek in de wereld te leren kennen en hun eigen kracht en grenzen opzoeken, aldus dezelfde Pedram Shojai (#4).

7. Bazigheid

We zijn geneigd ons te verontschuldigen voor een bazig kind. Logisch wel, want een bazig kind is doorgaans niet het allerleukste speelkameraadje voor een minder- of niet-bazig kind. Toch zijn er ook voldoende redenen om bazigheid juist aan te moedigen, aldus kinderarts Jacobson uit New York. ‘Bazige kinderen kunnen zich in verschillende situaties heel goed uitdrukken, wat alleen maar goed is. De kans is groot dat bazige kinderen onze leiders van de toekomst zijn!’

8. Op blote voeten lopen

Behalve dat je het niet moet doen bij -3, is er werkelijk waar geen enkele reden om een kind op te jutten sokken en schoenen aan te trekken. Lees hier alle voordelen van blootsvoets leven op een rij.

9. Te zeer gehecht zijn aan een knuffeldier

Aanvankelijk is het nog vooral lief dat konijn overal mee naartoe moet, maar op het moment waarop je kind nergens heen gaat zonder dat verdomde konijn mee te slepen, gaat die aandoenlijkheid over in bezorgdheid of die aanhankelijkheid wel normaal is. Nergens voor nodig, bepleiten doktoren, zo’n soort innige liefde van je kind voor een knuffeldier is de eerste relatie die hij heeft naast die met papa, mama, oma, opa en/of broers en zussen. Deze dieren moeten gezien worden als een relationeel ‘transitie-object’ vanuit de bekende kring naar de grote wereld daarbuiten. Die ervaring is alleen maar goed en duidt op de ontwikkeling van liefhebbende, sociale vaardigheden. Met als kanttekening dat het enorm belangrijk is dat je als ouders een identiek gelijk konijn achter de hand hebt.

10. Nagelbijten en duimen

Daar is het laatste woord nog niet over gesproken, maar naast een heleboel andere dingen, vermindert beide volgens wetenschappelijk onderzoek ook de kans op allergieën.

Ook al zo’n fabel: Er bestaat niet zoiets als ‘een baby teveel verwennen’

Meer leuke content? Like ons op Facebook

Reader's Digest