‘Mijn peuter is officieel een snoepzeikerd. En ik háát snoepzeikerds’

Kids

Ouders kunnen verschrikkelijk competitief zijn als het gaat om de prestaties van hun kinderen. Ik doe daar nooit zo aan mee. Enerzijds omdat ik niet zo snel competitiedrang voel, maar anderzijds (en vooral) omdat mijn peuter zich een beetje ‘anders’ ontwikkelt.

Hij is 3 jaar en praat bijvoorbeeld nog als een koekenbakker. Beetje moeilijk wedijveren met de kleine van de buurman, die volgens zijn zeggen afgelopen maand tien keer een woord gebruikte dat hij zelf niet eens kende. Daarentegen: die van mij maakt weer moeiteloos puzzels voor kinderen vanaf zes jaar oud en daarmee is hij exact het tegenbeeld van zijn papa: ik kan lullen als Brugman, maar heb het inzicht van een tros druiven.

Okay, toegegeven: er is één aspect van mijn zoontje waarop ik mijzelf bragging rights toebedeel. Althans: toebedeelde, want mijn kind is veranderd in wat ik hoopte dat hij nooit zou worden.

Groene patatjes

Mijn peuter is nu officieel een snoepzeikerd. En ik háát snoepzeikerds. Van die kinderen die ergens binnenkomen en direct beginnen te zeuren om snoep. Dat deed die van mij nooit. En dat vond ik stiekem wel tof. Hij was altijd zo lekker onschuldig. Je kon hem alles verkopen qua eten. Sperziebonen hebben mijn vriendin en ik ooit eens aan hem vermarkt als ‘groene patatjes’ en meneer vond het direct een delicatesse van de bovenste plank.

Zou ik een slecht mens zijn als ik mijn ouders verdenk?

Nu is het snoep

Vorige week begon Lewis ineens met bedelen om snoep, als donderslag bij heldere hemel. Hij keek er nooit naar om. Als hij trek had in iets lekkers, vroeg hij om een koekje (een biscuitje) of een banaan. Maar nu is het dus snoep. Ineens weet hij ook waar het staat (wij hadden vorig jaar het Sint Maarten verkeer ernstig overschat en derhalve zitten wij nog met een crapload aan gummiberen, smarties en zure matten ergens diep weggestopt in de kast). En hij wil het allemaal. Het vreemde is: wij hebben het nooit over snoep gehad en op de kinderopvang zijn ze helemaal 2017, dus daar is geen suiker en andere ellende te vinden.

Zou ik een slecht mens zijn als ik mijn ouders verdenk? Opa en oma hebben immers een imposante snoepvoorraad. Waarom mag Joost weten, want afgezien van hun kleinzoon waar zij eens per week op passen, is er in een omtrek van 10 kilometer rond hun huis geen persoon van onder de 40 te vinden.

Beloningsmiddel

Maar Lewis wil nu dus snoep. Altijd en ook op de vreemdste momenten. Net opgestaan? Snoep. Klaar voor bed en tanden gepoetst? Snoep. Net drie bruine boterhammen in zijn mik gestouwd? Snoep. En meneer blijkt niet alleen een snoepzeikerd, maar ook een begenadigd onderhandelaar. Hij heeft snoep zelfstandig tot beloningsmiddel gebombardeerd, maar er is enige onduidelijkheid over de definitie van ‘beloning’. Zie je, ík ben van mening dat een beloning volgt op naar tevredenheid geleverde arbeid. Meneer ziet dit anders en houdt arrogant een gulzige peuterhand uit waar papa snoep in dient te leggen, alvorens meneer de hem toegewezen taak gaat volbrengen. Ik moet dit HEEL snel de kop in drukken.

Haha: kinderen proeven snoepjes van over de hele wereld (video)

Meer leuke content? Like ons op Facebook