Suzanne liep de halve marathon: dit is waarom

(en geeft haar 11 tips vooraf, tijdens én erna)

Persoonlijk

Famme’s Suzanne (links) en haar zus Eveline liepen onlangs de halve marathon van Leiden. Waarom? En hoe dan? De voordelen van 21 kilometer non-stop hardlopen, in 11 tips.

Als we nú beginnen met trainen, zijn we er net op tijd klaar voor,’ had mijn zus een half jaar geleden gezegd. Ze had het over onze inschrijving voor de halve marathon. Geen 10, geen 15, maar 21.1 kilometer hardlopen. ‘Dat is toch super stoer?’ Ja. Eens.

Want ik kende ze, mensen met deze indrukwekkende afstand in the pocket. Die waren cool. Die waren ‘gevorderd’. Dat wilde ik ook. Bovendien: hoe vaak deed ik nou nog dingen samen met mijn zus? En dus klikten we ons startnummer en shirtje zo -hoppa- in het digitale winkelmandje.

En nu? Nu zit ‘t erop. Spoiler alert: ik heb ‘t gehaald! Ik geef je mijn 11 tips, voor een ieder die nog op de drempel staat om al dan niet zo’n afstand af te leggen. Of om überhaupt eens te gaan hardlopen.

1. Ren voor mentale kracht

Het is half tien, de avond voor dé grote dag. Ik lig al in bed. De hele week al had ik ‘t me voorgenomen: op tijd gaan slapen, en géén wijn. Ik had me nog niet aan dat plan weten te houden. Werk, kinderen en tien afleveringen Modern Family kwamen er tussendoor. Maar hey: beter laat dan nooit. Voordat ik ga slapen, app ik nog even met mijn zus. ‘Waarom doen we dit?!’ schrijf ik. Meteen is ze aan het typen.

EEF: ‘Mentaal word je er sterker van’
SUE: ‘Yep’
EEF: ‘Als je een halve marathon kunt rennen, kun je álles aan’
SUE: ‘Ah! Net als een bevalling dus eigenlijk’
EEF: ‘Juist! En omdat we te oud zijn om nog een keer te gaan bevallen, doen we dit’

Zij heeft zes kinderen, ik drie. Ik vind dit inderdaad wel een mooi alternatief.

2. Havermout en koffie = je motor

De volgende dag sta ik op tijd op. Ik maak een bord havermoutpap met banaan en honing en drink zwarte koffie. De ervaring leert dat ik daar wel even op vooruit kom, en caffeïne voor de wedstrijd zorgt dat ik net even wat harder ga. Ik neem een klein flesje water mee voor ‘noodgevallen’ onderweg (lees: een droge mond, warm hoofd en nog geen waterpost in zicht).

3.Test op tijd je favoriete hardloop-outfit uit!

Al weken ben ik aan het oefenen met verschillende kledingstukken. Lange sokken, korte sokken. Jasje, geen jasje. Shirt of alleen een hemd. Uiteindelijk weet ik: dit shirt met deze broek, die zit het lekkerst. En dan is het omkleedmoment daar, en twijfel ik opeens toch over de broek -want het is zo warm!- om vervolgens te kiezen voor dat H&M-metje met voldoende opbergmogelijkheden voor mijn telefoon én een rolletje Dextro.

4. Stress niet

‘Ik ben onderweg!’ laat mijn zus weten. Ze zit al anderhalf uur in de trein. Voor mij is het een thuiswedstrijd. Straks zien we elkaar bij het bagage inleverpunt. ‘Ik kom er ook aan!’ app ik terug. Dan fiets ik de stad in. Vrolijk. Opgetogen. Ik heb de tijd. Doe relaxed, van stress gaat je hartslag alleen maar omhoog. Uiteindelijk kun je in dit geval écht maar één kant op: met de massa mee.

5. Een goede voorbereiding is altijd je redding

Net als met alle grote dingen in je leven is de voorbereiding het halve werk. En ik bén voorbereid. Mijn zus ook. Drie keer in de week liepen we, zij aan de ene kant, ik aan de andere kant van Nederland. Via Facebook moedigden we elkaar aan. Ondertussen bleken de intensieve intervaltrainingen bij de hardloopgroep een geweldige (en noodzakelijke) boost voor mijn uithoudingsvermogen. En dus staan we behoorlijk ontspannen en vooral heel vrolijk te wachten op het startschot.

6. Loop je eigen loop

Daar gingen we. 5,5 minuut per kilometer. Dat ging lekker, maar ik wist meteen: als ik dit 21 kilometer wil volhouden, ga ik te hard. ‘Je hoeft me niet bij te houden hoor,’ zei mijn zus. En zo was het. Dus daar ging ze. En ik liep superrelaxed mijn eigen loop. In mijn eigen tempo. 6 minuut per kilometer, Wham! in mijn oren, hartslag op 165, en gaan.

7. Geniet van de omgeving! In plaats van ‘een snelle tijd’

Natuurlijk is het supercool als je heel snel gaat, maar zo’n hardloopwedstrijd is wat mij betreft alles behalve een ‘wedstrijd’. Door de drukte en de omstandigheden, kom je later binnen (en dus langzamer) dan dat je zou doen als je alleen zou zijn. En dus genoot ik gewoon! De tocht ging door allerlei leuke dorpjes waar ik niet eerder geweest was. Ik liep langs weilanden met koeien en paarden. Ik high fivede met kinderen langs de kant. Ik stak mijn duim op naar een volkszanger. Ik zong mee met ‘Happy’ van Pharrell uit de speakers in een ander dorp. En maar rennen ondertussen.

8. Drink genoeg onderweg

Om het kwartier wat drinken, had ik me vooraf laten vertellen. En dat deed ik, uit mijn eigen ‘noodflesje’. Het was warm deze dag, en om de 5 kilometer stopte ik bij de waterpost. Niet rennend drinken, ook dat was me geleerd. Maar echt even stilstaan, die tien seconden ‘verlies’ voelde voor mij juist als winst. Ha!

9. Hardlopen geeft je duizend hartjes (zelfvertrouwen dus)

Een flink stukje rennen geeft je -tijdens én daarna- dat ultieme zelfvertrouwen. Het is een feit, sporten maakt gelukkiger. En niet alleen nu, juist ook op iedere andere ochtend waarop ik met slechts een paar uur slaap of niet, toch weer die tien kilometertjes uit mijn voeten weet te schudden. Goed bezig, denk ik dan.

10. Run, girl, run!

Breek het lopen op in te behappen stukjes. Mijn gedachten tijdens de run: ‘Eerst de 5 halen, dan de 10…. makkie. Nu tot de 15, dan mag je even stoppen. Zo, we zijn er bijna, ik loop tot de 18. Yes, lekker in de schaduw lopen nu. Nog maar 3 en dan ben je er al… nu nog maar 18 minuten! Dat is iets meer dan je pauze toen je vroeger bij McDonald’s werkte, en die was ook zó voorbij.’

11. Geniet ervan, ook de dagen er na

En toen kwam ik over de finish. In 2 uur en 13 minuten. Mijn zus was twee minuten eerder gefinisht en vloog me om m’n nek. We belden onze mannen en dronken een biertje in de zon. En wat genoten we na! Daar, op het terras, en nu nog steeds, eigenlijk. In de twee dagen die volgden had ik spierpijn, oh zo’n spierpijn. En wat was ik moe opeens! Maar ach, ik had Beyoncé-benen, een medaille en een halve marathon op mijn naam staan. Ik appte mijn zus:

SUE: ‘Ik heb zo’n pijn!’
EEF: ‘Ik ook, het wordt alleen maar erger..’
SUE: ‘Maar ik kan de hele wereld aan’
EEF: ‘Oh, yeah!’

Meer leuke content? Like ons op Facebook