Taboe or not to be: ‘maar’ één kind willen

Redactie 1 apr 2015 Kids

‘Fantastisch is het hè? Zijn jullie al bezig met de tweede? Je zit er nu toch middenin, waarom pak je niet meteen door met nummer 2? Super voor de kindjes als er niet zo veel leeftijdsverschil tussen zit, wacht je niet te lang?’

Ik lieg niet als ik zeg dat bovenstaande vragen me de afgelopen maanden meerdere keren gesteld zijn. Dat begon een paar maanden na de geboorte van onze dochter, die inmiddels 8,5 maand oud (jong) is. Schijnbaar is het nu al tijd om – minimaal – na te denken over wanneer we ‘aan nummer 2 beginnen’.

Nou, dat doen we dus niet. Ik twijfel of ik voor die ‘niet’ het woord ‘nog’ tussen haakjes erbij moet zetten, dat zou namelijk afbreuk doen aan de waarheid. Want – haal die kanonnades maar alvast uit de kast – mijn vriend en ik weten niet of we wel een tweede kindje willen.

There, I’ve said it.

Opvallend genoeg had ik dit gevoel al vrij sterk in de eerste weken na de geboorte van onze dochter. En nee, zeker niet omdat het me tegenviel of omdat ik dacht dat ik een tweede kind niet aan zou kunnen, maar meer omdat me vrij snel na de geboorte een soort ‘het is goed zo’-gevoel bekroop. Een nogal moeilijk te verwoorden gelukzalig gevoel dat we als drie-eenheid compleet zijn.

Groot gemis

Toen ik dit op een onbewaakt ogenblik aan mijn moeder vertelde, moest ze een paar keer slikken. En toen nog een paar keer. Zelf is ze enig kind en heeft dit altijd verschrikkelijk gevonden. Het gemis van een broer(tje) of zus(je), en daarmee later ook van neven en nichten (voor ons om mee te spelen, Sinterklaas te vieren en op verjaardagen de huiskamer te vullen) heeft zij altijd als groot ervaren. En toegegeven; ook mijn broer, zus en ik vonden het jammer dat we van die kant geen enkele familie hadden.

Parents Swinging Little Boy At Beach

Interessante vragen (+ interessante antwoorden)

Ondanks dat gegeven voel ik wat ik voel. En uit ik dat ook wanneer mensen me één van voornoemde vragen stellen. En, zo heb ik gemerkt, dat leidt tot interessante reacties.

‘Wat zielig, geen enkel kind vindt het leuk om alleen te zijn’
(Wie zegt dat een enig kind per definitie alleen moet zijn?)

‘Dan ontneem je haar de kans op de meest innige band die ze ooit zal hebben: die met een broer en/of zus’
(Deels waar, maar ik ken ook genoeg broers en zussen die elkaar niet kunnen uitstaan)

‘Enige kinderen zijn vaak nogal op zichzelf gericht en vinden het lastig om met andere kinderen te spelen en relaties aan te gaan’
(Want dat kan je als ouders niet stimuleren als er geen broertje(s) of zusje(s) is?)

‘Eén is een kostbaar bezit, wat als haar iets overkomt?’
(Hè ja, laten we anders vanuit doemscenario’s rationele beslissingen gaan maken)

‘Als jullie al vroeg iets overkomt, dan is ze helemaal alleen’
(Zie boven)

… enzovoorts.

Praktische overwegingen

Hoe erg is het om dit ook praktisch en rationeel te bekijken? Vragen als ‘wat kunnen we met onze salarissen aan meerdere kinderen bieden (ten opzichte van eentje)?’, ‘naar wat voor een huis moeten we verhuizen als we meer dan één kind hebben (en kunnen we dat betalen)?’ en – jaja, het staat er echt – ‘hebben we ook nog tijd over voor onszelf als we meer dan één kind hebben?’

Walk in the park

Vooral dat laatste durf ik zelden in het openbaar te verkondigen. Ik vind moeder zijn meer dan geweldig, maar ik geef ook ruiterlijk toe dat ik het minstens zo fijn vind af en toe iets ‘voor mezelf’ te doen. Het feit dat je als ouders-van- één elkaar gemakkelijk die ruimte kunt geven – want één kind vermaken is een walk in the park vergeleken bij de ander op zondagochtend ‘verblijden’ met twee of zelfs drie enthousiaste kinderen, heb ik van horen zeggen – is voor ons wel degelijk een factor die meespeelt. Omdat ik ervan overtuigd ben dat juist die sporadische eigen speelruimte me een (veel) leukere mama maakt.

The freedom of open space

De ‘norm’

Eerlijk is eerlijk: ik vind het best apart dat dit ogenschijnlijk tot gefronste wenkbrauwen leidt. Een blik in een rapport van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) van februari 2015 geeft me een hint: ‘Nog steeds lijkt een gezin met twee kinderen favoriet, ook onder de jongeren van nu. Iets meer dan de helft van de mannen en vrouwen van 18 tot 27 jaar denkt op twee kinderen uit te komen.’ Ik blader verder. Slechts 15 procent van de vrouwen tussen 23 en 27 jaar droomt ervan om één kind te hebben. Het is me duidelijk: ik wijk af van ‘de norm’. Soit.

Vooropgesteld dat niets zo veranderlijk is als de mens, is dit hoe ik er nu in sta. En ben ik op mijn beurt heel erg benieuwd hoe andere moeders (to-be) van ‘maar’ één kind hierover denken, en de reacties die zij krijgen.

Als ouders eenmaal besloten hebben dat het bij een kindje blijft. Moet je deze twaalf dingen even inslikken.

Reageer op artikel:
Taboe or not to be: ‘maar’ één kind willen
Sluiten