‘Tussen je wenkbrauwen vier verticale lijnen…’

Phileine schrijft: Dag jij

Persoonlijk

Phileine schrijft brieven, aan mensen of types of een groep. En dit keer aan zichzelf…

Dag jij,

Heel even sluit ik mijn ogen. De zon duwt krachtig zijn laatste restje zomer door mijn raam en ik laat de warmte even heerlijk op mijn gezicht landen. Ik voel dat mijn batterij letterlijk word opgeladen en ik adem een paar keer heel diep in.

Langzaam open ik mijn ogen weer en daar ben jij. Ik schrik van je. Ik had je niet verwacht. Het licht in mijn ogen maakt dat ik moet fronsen om je goed te kunnen zien. Oei. Dat doet zeer. Jij kijkt fronsend terug. Tussen je wenkbrauwen vormen vier verticale lijnen een stilleven dat eerder nog niet zo duidelijk aanwezig was.

Ik zou je moeten kennen

Je bent mijn spiegelbeeld dus ik zou je moeten kennen maar deze versie van jou is nieuw voor mij. Je jonge broertje (Selfie) is haast beter bekend inmiddels en op sommige momenten zeker meer geliefd.

Sinds ik een nieuwe Samsung telefoon in bezit heb is onze afbeelding namelijk per definitie verfraaid. De camera die jou en mij vast legt is standaard voorzien van een wel heel slim filtertje dat ervoor zorgt dat onze lijntjes (zoals ik onze huidgroeven liefkoos lijk noem) niet of nauwelijks zichtbaar zijn. Gevolg is dat ik ineens fris en fruitig op beeld verschijn terwijl jij en ik na de zoveelste opgebroken nacht wel beter weten.

…en de wereld schoot terug

Ik maakte vorige week de fout om één van die foto’s via het Facebookkanaal de wereld in te schieten. We hebben het geweten. De wereld (althans ons eigen kleine vriendenwereldje) schoot terug.
‘Mooi maar wat is er met je gebeurd?’
‘Ik ken je niet zo!’
‘Wie is dit?’

Ai.
Betrapt.

Inderdaad. Ik was dat niet. Wij waren dat niet. Jij en ik. Want wij zien er in t echt niet uit alsof we ‘gezegend zijn met goede genen’. Wij zijn niet die vrouw die er op haar zesendertigste nog uit ziet als een onverfrommelde gladde parel, glimmend en wel. Wij hebben groeven, diepe groeven en zelfs de vrienden die ik in mijn offline leven vrijwel nooit zie weten dat.

Waar zijn de lijntjes nou?

Mijn jongste dochter drukte ons vandaag even heel hard met ons berimpelde neus op de feiten toen ze vroeg waar alle lijntjes waren op de foto? Ik werd er stil van. Want hoe logisch is het om je dochter, je mooie, prachtige, zachte dochter uit te leggen dat de telefoon zelf beslist om de lijntjes vast uit
mama’s gezicht te vegen op de foto. Want dat vindt iedereen mooier. Een foto zonder lijntjes…

Ik kijk je weer aan. Ik kijk en begin heel bewust de lijnen te tellen. Bij zesentwintig hou ik op met tellen. Het worden er niet minder van. Ze zullen ook niet oppervlakkiger worden. En ineens bedenk ik dat dat ook precies is wat ik niet wil. Jij en ik gaan voor diepgang. In ons leven en op ons gezicht. Laat al dat oppervlakkige dan maar aan ons voorbij gaan.

Gele haren, blauwe ogen

We kijken samen naar mijn dochter. Ze is de foto alweer vergeten en heeft een tekening voor mij gemaakt. Een portret van jou en mij. Vol lijnen en krassen. Met gele haren en blauwe ogen. En ik ben blij. Dolblij. Want dat is wie wij zijn. Een mama met gele haren, blauwe ogen en heel veel krassen.

Op Facebook pronk ik met mijn nieuwe profielfoto. De eerste reactie:
‘Zo ken ik je weer.’

Liefs, jouw echte spiegelbeeld,

Phileine

Ken je het gevoel van Phileine? Praat erover mee op onze Facebook! >

Lees ook de andere brieven van Phileine >

Meer leuke content? Like ons op Facebook