9 uitdagingen die iedere jongensmoeder tegenkomt

Kids

Ik zal mezelf niet snel een expert noemen, maar wat betreft het opvoeden van jongens heb ik inmiddels al meer dan zeven jaar ervaring, dus daar kan ik best iets zinnigs over zeggen.

Leuk hoor, zonen, maar het vergt soms een bepaalde mindset om goed met ze om te gaan. Als je rekening houdt met de volgende punten, wordt het een eitje om ze op te voeden. Of nou ja, kun je in elk geval veel makkelijker met de volgende problemen ehh… uitdagingen omgaan.

1

Zeg maar dag tegen de stilte

Ontelbaar vaak vraag ik aan mijn jongens of ‘het wat stiller mag”, dat ze ‘echt niet zo hoeven te schreeuwen’, ‘zachter moeten doen’, ‘niet zo hard moeten praten’. Natuurlijk kunnen ze ook stil en rustig spelen. Heel goed zelfs, maar zodra ze samen zijn, gaat dat spelen bijna altijd met veel geluid gepaard. Zelfs als ze naast elkaar zitten, praten ze hard en schreeuwen soms zelfs. Het leuke ervan is dat ze dat meestal uit enthousiasme doen. ‘Probleem’ daarbij is dat die van mij nogal vaak enthousiast zijn.

2

Succes met het gender-neutraal opvoeden

In een poging onze kids zo ‘allround‘ mogelijk op te voeden, kochten we een keukentje, poppen, een stofzuiger en ander speelgoed dat doorgaans meer aan meisjes wordt toebedeeld. M’n jongens vonden het super en speelden er veel mee (op het IKEA-keukentje wordt met vlagen nog steeds uitgebreid gekookt). Ik ben ook zo’n moeder die vindt dat er niet zoiets bestaat als ‘jongens-‘ of ‘meisjeskleuren’. Ik deed ze regelmatig roze shirtjes aan (wel die van de jongensafdeling, er zijn ook voor mij grenzen). En de oudste trok op het kinderdagverblijf regelmatig lange rokken aan – uit de verkleedkist (tot ongenoegen van zijn vader overigens. Wat is dat toch met vaders dat ze hun zonen vooral ‘mannelijk’ willen zien? Hmm… misschien ook eens over schrijven). Maar nu onze boys ouder worden, krijgen ze steeds meer een voorkeur voor alles wat ‘speciaal voor jongens’ is. En beginnen zo ongeveer te kokhalzen bij alles waarvan ze vinden dat het ‘voor meisjes’ is. Mijn alles-is-unisex-houding heeft dus duidelijk niet z’n vruchten afgeworpen. Je kunt ze dus afsluiten voor meningen van de rest van de wereld en actief proberen om hun natuurlijke neigingen te remmen, maar je kunt de feiten niet veranderen. De meeste jongens zijn… jongensachtig. Dat moet je onder ogen zien. En dat brengt me op punt drie:

3

Wild is de norm

Eén jongetje kan al best wild zijn, maar zet ‘m bij een vriendje of mannelijk familielid (of meerdere) en het is haast vragen om een worstelwedstrijdje. Ze duwen, porren, stoeien, grijpen, trekken, kietelen, tackelen en vallen om. Dat betekent niet dat ze kwaad zijn: nee joh. Sterker nog: meestal zijn ze dat dan juist níet.

4

Blauwe plekken, schaafwonden, bulten. En wellicht een bezoekje aan de eerste hulp-post

Als je een jongen hebt, zorg dan dat je genoeg jodium, pleisters, anti-bultenzalf en sowieso een volledig gevulde verbanddoos in huis hebt. En ik wil je niet bang maken, maar vroeg of laat zitten jullie ook bij de eerste hulp-post van het ziekenhuis. Of hang je in elk geval aan de telefoon met de vervangende huisartsenpost. Onze eerste keer was toen de oudste head first van z’n (verantwoorde) Trip Trap-stoel tuimelde. Met een scheve voortand als gevolg. Ik weet dat het nog erger kan: gebroken armen, gaten in hoofden en flinke schaafwonden… Eigenlijk kun je nooit echt voorbereid zijn op je zoon die naar je toekomt met een bloedende wond waar je maag drie keer van omdraait. Al weet je nu dat ‘t vast een keer gaat gebeuren. Doe daar je voordeel mee.

5

Overal zijn wapens

Ook al was je nog zo anti-(speelgoed)wapens, je kunt er simpelweg niet onderuit. Jongetjes willen wapens. Toen mijn oudste een peuter was, was ik er van overtuigd dat er in ons huis nooit een speelgoedwapen zou komen. Maar wat denk je? Ergens onderweg (bedankt goedbedoelde vrienden, ouders van klasgenootjes en familie) kwam er toch een zwaard binnen. Daar heb ik toen een uitzondering voor gemaakt – hij speelt nu eenmaal graag ridder of piraat (met als gevolg dat wij thuis inmiddels een zwaardencollectie van zo’n 8 stuks hebben). En het duurde nog een paar jaar voordat tóch ook de eerste pistolen hun intrede deden. En het maakt niet uit of je thuis een wapenverbod hebt ingesteld: als ze geen wapens hebben, máken ze die zelf wel. Van Lego-blokjes bijvoorbeeld. Eigenlijk van alles dat kan worden gericht op iemand, waarmee kan worden geprikt, ‘gestoken’ of gegooid. Hands up!

6

Zeg maar dag tegen je meisjesdromen

Eerlijk gezegd heb ik zelf nooit echt gedroomd over het hebben van een meisje. Maar ik kan me zo voorstellen dat andere vrouwen dat wel doen. Fantaseren over een mini-you wiens haren je kunt invlechten en met wie je allerlei meisjesdingen onderneemt (ik realiseer me heus dat je ook een jongensmeisje kunt krijgen, met wie je dit soort dingen vervolgens ook niet kunt doen). Maar wat mij vooral aansprak in het vooruitzicht van het krijgen van een dochter: de kleren! Dat leek me het allerleukst aan het hebben van een meisje. Maar ik zal dus nooit weten hoe dat is. En eerlijk gezegd is daar goed mee te leven. Eigenlijk is het vooral erg als mensen niet snappen dat je het prima vindt dat je alleen maar jongens hebt. Alsof je leven niet compleet is nu er geen vrouwelijk nageslacht is. Irritant! Gelukkig was voetballen altijd al meer mijn ding dan haren invlechten. En dat blijft dus ook zo.

13x wat niemand je vertelt over het hebben van meisjes>

7

Vlekken, vlekken, vlekken

Bron: Blogspot

Ik haat vlekken. Waar ik andere moeders vaak relaxed hoor reageren als hun zoon heeft geknoeid: ‘Joh, dat kan in de was, dan gaan ze er wel uit’, word ik (vanbinnen) panisch als ik zie dat er weer een nieuwe vlek is ontstaan op het smetteloze shirt of die nieuwe broek van een van m’n kids. Want: ik krijg die vlekken er dus niet uit! Ik heb inmiddels een arsenaal aan vlekkenverwijderaars, maar ze doen bij mij meestal niet hun werk. Dus als iemand nog tips heeft: graag! Confession: soms gooi ik zelfs iets weg als ik geen zin meer heb in dat eeuwige schrobben, weken, wassen en dan de teleurstelling dat de vlek er nog inzit. Het leuke daaraan is dat ik dan weer iets nieuws kan kopen voor de boys. Al komt daar meteen de volgende uitdaging om de hoek kijken;

8

Jongenskleren zijn saai

Ja, er is steeds meer keus en er zijn heus leuke jongenskleren. Als je goed zoekt en er flink wat geld voor over hebt. Maar vergeleken met het aanbod aan meisjeskleding blijft het behelpen. In de H&M of Zara weet je gewoon niet waar je moet beginnen – als je voor een meisjes shopt. Voor elk type is er een hele lijn. Soms wel twee. Bij jongens gaat het niet verder dan: shirt, blouse, vest, broek. En dan heb je keuze tussen de nette of de schreeuwerige (met superhelden en tekenfilmfiguren) variant. Het is dus echt zoeken naar een eigen stijltje wil je jouw jongens er niet standaard bij laten lopen. Een kwestie van combineren (van stijltjes en merken). Ben je niet zo van het combineren? Dan heb je een ander voordeel: het aankleden is appeltje, eitje. En maak je eens een gekke combi, dan draagt dat alleen maar bij aan de eigen stijl van je zoon. En dat wil je! Elk nadeel heb z’n voordeel.

9

Soms. Weet je het. Gewoon. Niet.


Ik kan mijn jongens troosten als ze verdrietig zijn of bang, ik kan trots op ze zijn als ze iets goed hebben gedaan, ze corrigeren als ze iets verkeerd doen en blij zijn als zij dat zijn. Maar ik kan mezelf niet voor 100% identificeren met hun gevoelens en zorgen. Althans. Laten we zeggen dat er een klein dingetje ‘in de weg staat’ tussen een moeder en haar zonen. Ik bedoel de piemel, de plasser of penis, da’s ook alweer zo’n ding; ‘hoe noem je ‘m?’. Maar dat dus. Ik zal namelijk nooit helemaal begrijpen waarom jongens het mannelijk geslachtsdeel zo vaak laten luchten of waarom ze er regelmatig aan moet zitten of hoe je precies moet wildplassen. Vraag me al helemaal niks over de momenten dat-ie staat in plaats van hangt (bij kids dan hè). Het is gewoon lastig om jongens dingen bij te brengen over een lichaamsdeel dat je zelf niet hebt. Dus ik stamel dan wat wetenschappelijke verklaringen als ze een antwoord van me verwachten.

En soms is ‘vraag het je vader maar’ een heel fijne zin voor een jongensmoeder. En ik kan natuurlijk ook een hele lijst met voordelen opnoemen. Eén ervan: de knuffels, de kusjes, het op schoot zitten en het overladen worden met liefde. Dat doen jongens namelijk ook! Die van mij althans (en om me heen hoor ik het ook vaak van andere jongensmoeders). Als echte jongensmoeder geniet je daar toch volop van?

Heb jij nog andere uitdagingen waar je tegenaan loopt als jongensmoeder? Of misschien juist wel als moeder van alleen meisjes? Praat mee op Famme’s Facebook.

Je jongens gaan ook door allerlei stadia heen. Hier lees je welke! >

Foto: HelloFashionBlog

Scarry Mommy