7 x vragen die elk kind stelt (plus de antwoorden)

Kinderen blijven soms maar vragen waarom sommige dingen gebeuren. Vooral de levensvragen zijn favoriet. En dat is goed, want op die manier leren ze de wereld kennen. Dat neemt natuurlijk niet weg dat je er wel eens compleet krankjorum van wordt. Dit lijstje bevat veel gestelde kindervragen plus het antwoord wat je daar dan op zou kunnen geven. Als je dat heel correct zou willen doen, tenminste.

Elke ouder heeft een van deze vragen vast wel een keer langs horen komen (of kan hem in de toekomst verwachten). Zeker als ze een beetje in de basisschoolleeftijd zijn.

1. Waar kom ik vandaan?

Ja, daar is-ie dan. Dé vraag. Laten we er maar meteen mee aftrappen. Eerlijkheid duurt het langst, maar je hoeft natuurlijk niet in detail te treden. Vertel je kind, als je denkt dat het eraan toe is, dat als twee mensen van elkaar houden, ze knuffelen en kussen. Papa geeft mama zijn cellen, die samengaan met die van mama en zo begint er langzaam een baby in mama’s buik te groeien. De baby past op een gegeven moment niet meer in mama’s buik en wordt dan geboren. Oudere kinderen kun je prima vertellen over de details, maar als je denkt dat dit alleen maar meer verwarring oplevert kun je dat beter nog even achterwege laten.

2. Waarom hebben jongens en meisjes niet allebei hetzelfde ‘daar beneden’?

Probeer deze vraag zonder gêne of lacherigheid te beantwoorden. Je kunt gewoon uitleggen dat dit met voortplanting te maken heeft en dat een baby onmogelijk uit een penis kan komen. Dat vrouwen daarom een andere ‘onderkant’ (of hoe je het ook noemt) hebben waar de baby wel makkelijk uit naar buiten kan komen.

3. Waarom maken jullie ruzie?

Kinderen vinden het vervelend om te zien dat hun ouders ruzie met elkaar maken. Daarnaast kunnen ze zich ook schuldig voelen, omdat ze wellicht denken dat het door hen komt. Leg dan rustig uit dat twee mensen meningen hebben die soms niet overeen komen. Dan ontstaat er een discussie die er soms voor zorgt dat ze boos op elkaar worden. Gelukkig maken mensen die van elkaar houden hun ruzies altijd goed en is er daarna niks meer aan de hand. Vertel er altijd bij hoe veel je van je kind houdt, zodat het eventuele schuldgevoel niet lang duurt.

vragen

LEES OOK: Vertel je kind niet hoe goed hij is, en dit is waarom

4. Waarom is die man/vrouw zo dik?

Oeps! Altijd gênant als je kind voor de neus van de dikke persoon in kwestie vraagt waarom diegene aan de maat is. Probeer alleen niet beschaamd te reageren. Vertel je kind duidelijk dat iedereen anders is en dus sommige mensen wat dikker. Soms komt dat omdat ze ziek zijn. Vertel je kind dat je mensen pijn kunt doen als je ze wijst op hun lichaam dat er net even anders uitziet en dat ze zulke vragen beter kunnen stellen als diegene het niet hoort.

LEES OOK: Wat we kunnen leren van peuters die steeds vragen: waarom?

5. Wie vind je liever? Mij of mijn broertje/zusje?

Kinderen met broertjes en/of zusjes zullen altijd hun best doen om beter uit de verf te komen. Daarom is het belangrijk dat als je voorbeelden van goede gedragingen gebruikt, je nooit vergelijkt met broertjes of zusjes. ‘Kijk maar naar je broertje, hij kan het wel’ of ‘je zus kan beter luisteren dan jij’. Als je dat wel vaak doet kan het zijn dat je kind zich slechter voelt en daardoor minderwaardig aan zijn broertje of zus. Vertel ze wel dat iedereen anders is en op een andere manier uitblinkt, maar dat je van alle kinderen evenveel houdt.

6. Gaat de dokter me pijn doen?

Vertel je kinderen dat doktoren altijd hun best doen om mensen beter te maken. Zeg dat wat de dokter doet soms wel pijn kan doen, maar dat dit nooit expres gebeurt. Vertel vooral over je eigen ervaringen en dat ook jij pijn hebt gehad maar toen wel weer beter bent geworden. Zeg er dan ook vooral bij dat er daarom geen enkele reden is om bang te zijn voor de dokter.

7. Ga ik dood? En jij dan?

Als je kind deze vraag stelt wil je hem misschien heel graag vermijden. Toch is het belangrijk dat je ze inzicht in de duur van het leven geeft, zodat hun vraag een plekje kan krijgen. Vertel ze dat al het leven op aarde, dus ook dieren, planten en ook mensen, op een dag doodgaan, maar dat mensen vaak pas doodgaan als ze oud zijn. Zeg je kinderen dat sommige mensen doodgaan omdat ze ziek worden, maar dat je dat nooit van tevoren weet. Vertel ze ook dat kinderen nog een heel leven voor zich hebben, zelf volwassen worden en misschien wel kinderen krijgen, en als ze oud zijn een keertje doodgaan. Maar tot die tijd nog duizenden avonturen gaan beleven.

Elk kind is wel eens bang: zo ga je daar als ouder mee om

Brightside.me

Reageer op artikel:
7 x vragen die elk kind stelt (plus de antwoorden)
Sluiten