Waarom het zo belangrijk is om af en toe helemaal niks te doen

Stop maar met je schuldig voelen: niks doen is juist allesbehalve niks doen

Persoonlijk

Ik kan er met gepaste jaloezie naar kijken: de vriend die thuiskomt, z’n jas uitdoet, telefoon uit de zak haalt en op de bank gaat liggen om daar vervolgens drie kwartier niet meer vanaf te komen. Wat ‘ie zoal doet? Een beetje langs het nieuws scrollen, filmpjes op YouTube kijken en checken of Feyenoord nog steeds bovenaan de eredivisie staat.

Nee, dan wij vrouwen: wij zijn bepaald niet heel goed in dit soort zinloos bankgehang. Met dank aan het fenomeen ‘lijstjes’ en een veel voorkomende diepgewortelde, innige wens om dingen af te kunnen strepen. En o ja, de eventuele aanwezigheid van kinderen maakt het er ook niet makkelijker op.

Slechte match

Als we het dan wagen die ene keer eens extra lang in bed te blijven liggen of na het sporten een uur voor pampus op de bank te hangen, zijn er meestal een klein leger appjes voorbij gekomen – heus niet allemaal boeiend, maar toch – met dingen waar we allang op hadden kunnen of moeten reageren, dan realiseren we ons temeer dat we de afgelopen tijd vele malen nuttiger hadden kunnen besteden. Kortom: vrouwen en niks doen is gewoonweg een slechte match.

Doktersadvies: Doe. Niks. Nuttigs.
Maar… als iemand ons zou vertellen dat lummelen en niks doen goed voor ons is? Dat diegene ons vertelt dat we over het geheel veel meer gedaan krijgen als we meer tijd besteden aan niks doen (althans, niks nuttigs) en dat we onszelf daarom eigenlijk zouden moeten verplichten om elke dag ook een uur (minimaal) in te ruimen voor dit o zo gezonde, energie-leverende niks doen?

We praten onszelf aan dat we hard moeten werken

Nou, bij deze. Met dank aan de Amerikaanse psycholoog Michael Guttridge die gespecialiseerd is in gedrag op de werkvloer. Hij noemt het verschijnsel dat mensen achter hun scherm lunchen om tijd te besparen ‘weerzinwekkend’.
‘Ga naar buiten, haal ergens een kop koffie, als je maar weggaat van je bureau!’ Volgens hem praten we onszelf aan dat we zo hard moeten werken, terwijl dat in feite best een tandje minder mag. Wist je dat grote figuren die echt belangrijke dingen deden zoals Charles Dickens, Gabriel García Márquez en Charles Darwin maximaal vijf uur per dag werkten?

De grap is dat werk zich uitstrekt over de tijd die ervoor gegeven is. Het is omdat we weten dat we van 9 tot 5 werken, dat alles in die acht uur gedaan moet zijn. Echter, als onze werkdag maar tot 3 uur zou duren, zouden we feitelijk precies hetzelfde werk afkrijgen, zo betoogt Alex Soojung-Kim Pan, schrijver van het boek REST: Why You Get More Done When You Work Less.

Lummelen is NIET niks doen (integendeel)

De moraal van het verhaal: lummelen is niet niks doen, integendeel. Lummelen staat gelijk aan het opladen van je batterij en je hoofd leegmaken. Tijd inruimen om volledig, glorieus, zonder schuldgevoel en zelfs trots onproductief te zijn, zorgt ervoor dat je nadien significant beter werk aflevert, aldus eerder genoemde psycholoog Guttridge. Waarvan akte. Dat ‘volledig’ en ‘glorieus’ gaat me misschien nog wel lukken, maar dat ‘zonder schudgevoel’ en ‘trots’, dat wordt vermoedelijk nog een uitdaging.

Wie trouwens zegt dat moeders minder productief zijn op hun werk, die liegt: de mamamythe ontkracht.