Waarom het goed is om soms, maar vooral samen met je kind tv te kijken

Kids

Het is typisch een van de dingen die we allemaal doen, maar waar we ons om de een of andere reden tegelijkertijd allemaal voor verontschuldigen. ‘Ik laat Mick aan het eind van de dag vaak even een half uurtje televisie kijken zodat ik kan koken.’ Of: ‘Dan zit Anouk tenminste even stil en kan ze een beetje tot rust komen.’

Ik schaam me er niet voor om te zeggen dat mijn dochter vrijwel elke dag wel een half uurtje Dora kijkt. Deels zodat ik in dat halve uur inderdaad even kan koken of iets anders kan doen, maar zeker ook omdat ze dan eindelijk even stil zit en niet in het minst omdat mijn dochter Dora gewoon heel erg leuk vindt.

Met een belangrijke kanttekening: zelfs als ik op dat moment iets anders doe, gebeurt het televisie kijken toch nog een soort van ‘samen’. Waarbij ik me realiseer dat televisie kijken (zij) en koken (ik) alleen samen kan gebeuren omdat wij een open keuken hebben en ik zowel haar als de televisie kan zien, maar zelfs als ik iets anders doe (naast haar op de bank een tijdschrift lezen of mijn mail checken), houd ik een schuin oog op haar en de televisie. ‘Wat doet Dora nou? Is ze aan het dansen? Is ze blij? Waarom is ze zo blij?’

Goed voor de ontwikkeling

Ik geef het toe: dat is niet hetzelfde als volledig samen televisie kijken, maar dat heeft zij als 2,5-jarige gelukkig (nog) niet helemaal door – althans, dat houd ik mezelf voor. Want écht samen televisie kijken is namelijk erg goed voor de ontwikkeling van je kind, zo luidt de conclusie van onderzoek dat de Universiteit van Texas deze week publiceerde. Als kinderen samen met ouder(s) een televisieprogramma kijken en er samen over praten, steken kinderen er significant meer van op (‘Waarom is apie Boots verdrietig, schatje? Omdat z’n brandweerwagen uit de postauto gevallen is). Kortom: de leercurve van een kind dat samen met een ouder televisie kijkt, stijgt op dat moment.

Een televisie met groot scherm valt te prefereren boven een tablet

Die conclusie ondersteunt de gedachte dat kinderen sowieso meer en beter leren wanneer een ouder in dezelfde ruimte is, dan wanneer er geen ouder(s) aanwezig zijn. Eigenlijk is dat heel logisch: als mama of papa heel aandachtig kijkt naar wat Freek Vonk vertelt over de langstaarthagedis, zal kleine Teddy minstens zo aandachtig (mee) kijken en luisteren naar Freek. Waarbij ik me meteen realiseer dat dat precies is waarom met je kinderen naar een museum gaan zo ontzettend leuk, leerzaam en belangrijk is.

Deze conclusie is overigens niet bepaald vernieuwend, eigenlijk weten we al heel lang dat een televisie met groot scherm te prefereren valt boven een tablet (want groter scherm betekent makkelijker meekijken) en dat ‘interactie’ altijd het sleutelwoord is als een kind een programma of film kijkt. Wat niet wegneemt dat het goed is om je bewust te blijven van de noodzaak van die interactie.

Nu we het er toch over hebben: dit is nogal irritant aan kindertelevisie.

Genegenheid en erkenning

Daarnaast is er het gevoel van genegenheid en erkenning dat kinderen voelen als papa en/of mama ook geïnteresseerd is in dat waar zij geïnteresseerd in zijn (‘jeetje, wat zal Dora aantreffen als ze de deur van het blauwe huis opengemaakt heeft?’). Je leest het: bij mijn dochter kom ik nog met een heleboel weg én je kunt je afvragen of Dora onmisbare levenslessen doceert. Maar de moraal van het verhaal is duidelijk: televisie kijken is helemaal niet slecht voor kinderen, zolang er tijdens het televisie kijken wezenlijke interactie is met papa en/of mama, en – uiteraard – niet al te vaak.

En dan volgt het totale drama van de tv uitzetten (inclusief de juiste methode).

Meer leuke content? Like ons op Facebook