Wat mij een echte Famme-vrouw maakt

Muriel is in Nederland!

Persoonlijk

Als Muriel bijna drie weken in Nederland is beseft ze met één ochtendafspraak wat haar nou een echte Famme vrouw maakt.

‘Ze komt, ze komt, die goeie ouwe…’ Met deze zin stuurde ik een mail naar mijn vriendinnen. ‘Ik kom drie weken naar Nederland, ik ben er weer even.’ En deze keer is extra speciaal. Omdat alles samenkomt.

Kamikaze

Laat ik wel allereerst het idee wegnemen dat als geëmigreerde op vakantie gaan naar Nederland echt vakantie is. Je kunt het meer een kamikaze actie noemen waarbij je agenda het oerwoud is en ikzelf als een wilde krijger de juiste posities, plekken en ontmoetingen aanneem om ‘toegetakeld’, maar levend na drie weken het oerwoud weer te verlaten. Bijkomen hiervan zal minstens eenzelfde drie weken in beslag nemen.

Succes interview

Speciaal dus. Omdat ik 40 ben geworden en je je veertigste verjaardag met je vriendinnen viert die je al vanaf de luier kent tot aan de eerste rimpels. Jammer dat mijn nieuwe Kaapse vriendinnen daar niet bij kunnen zijn. Speciaal omdat ik na de lancering van Famme voor het eerste in Nederland ben en ik alle mensen ga ontmoeten die Famme tot een succes maken. Speciaal omdat ik vandaag mijn eerste interview geef over Famme.

De doelgroep

Het verloop van mijn ochtend typeert eigenlijk precies waar ik over wil praten met de redacteur van het marketing en media tijdschrift Adformatie. Hij gaat mij natuurlijk vragen wie de Famme vrouw is, wie de doelgroep is zoals dat in marketing taal heet. Het antwoord is heel simpel. Ik ben de Famme vrouw en met een omschrijving van hoe ik aankom op de afspraak, wat ik aan heb en wat er achter de schermen gebeurde vertelt precies wie de doelgroep is.


Een reconstructie van mijn ochtend:

De wekker van de man gaat af. Ik probeer de telefoon stil te slaan, maar raak een kind. Is nr. 1 toch weer muisstil in ons bed geslopen. Oh, en nr. 2 ligt aan de andere kant. Weer met zijn vieren in bed. Het is half zeven en mijn lief vliegt over een uur of drie terug naar Kaapstad. Ik trek snel mijn Paul&Joe altijd-goed jurkje en vavavoem laarzen aan. Werp een blik in de spiegel (het haar kan ermee door en de make-up komt later wel).

Ik race de trap af om snel een ontbijtje te maken, drop de kinderen voor de televisie, maak ‘oma’ wakker en breng de man naar het station. Kus, kus, knuffel, tot over een week. Race terug naar huis, raap wat ‘essentials’ bij elkaar (Chanel zonnebril, mobiel, laptop, make-up tasje) en gooi ze in een tas (shht, het is een luiertas, maar dat zie je niet. De thermo bekleding en vakken voor billendoekjes en Aventflessen zijn goed verborgen. De ‘baby Birkin’ noem ik hem soms liefkozend.)

Ik spring op mijn fiets die nog bij mijn moeder staat, maar besef me in een vlaag van briljantie dat je in de spits niet met een fiets mag reizen. Shit, zo kom ik te laat voor ‘t interview. Ik vind een vouwfiets uit het jaar 1988 in de schuur van mijn ouders met lekke banden en stiefel naar het station. Verwilderd om hulp zoekend helpt een vriendelijke grijzende heer me uiteindelijk met het opvouwen van het verroeste ding. De boemel naar A’dam duurt precies lang genoeg om mijn make-up te doen, wat bijzondere blikken in de trein oplevert. Altijd leuk om in het spiegeltje te zien hoe de coupé meegeniet van mijn eyeliner routine. Ik bel vriendin G. of we nog koffie kunnen doen en mail freelancer Annemarie terug waar we elkaar straks ontmoeten.

Op Amsterdam Zuid laat ik m’n banden oppompen en fiets naar de Bagels & Beans. Shoh! (Zuid Afrikaans slang voor doe normaal/dat meen je niet/goh!) tien minuten te vroeg. De kam gaat door het haar, de latte is besteld, de bagel oude kaas wordt net bezorgd en redacteur Maarten van Adformatie schuift aan. Moet je raden wat zijn eerste vraag was…

ps. Herken je iets van dit verhaal? Welkom bij Famme!